Rechtbank Noord-Holland, 28-06-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:6288, AWB - 22 _ 1710
Rechtbank Noord-Holland, 28-06-2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:6288, AWB - 22 _ 1710
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 28 juni 2023
- Datum publicatie
- 11 juli 2023
- Zaaknummer
- AWB - 22 _ 1710
- Relevante informatie
- Art. 229b Gemw
Inhoudsindicatie
Leges. Artikel 229b, eerste lid, van Gemeentewet. Onredelijke en willekeurige heffing. Terugwerkende kracht. Ambtshalve vermindering. De heffingsambtenaar heeft in voldoende mate inzicht verschaft in de ramingen van de baten en lasten in de gemeentebegroting. Eiseres heeft onvoldoende gemotiveerd dat de begroting betwijfeld dient te worden. Wijziging van de verordening met terugwerkende kracht nadat de aanslag was opgelegd in casu mogelijk. De oorspronkelijke verordening bevatte reeds een tarief voor planologisch strijdig gebruik en de belastingschuld is ten gunste van eiseres aanzienlijk beperkt. De gewijzigde verordening biedt een afdoende wettelijke grondslag voor de ambtshalve verminderde aanslag. Er is geen aanleiding te oordelen dat de tariefstelling van de gewijzigde verordening in strijd is met enige wetsbepaling of enig algemeen rechtsbeginsel.
Uitspraak
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 22/1710
(gemachtigde: mr. W.J.M. Loomans),
en
Procesverloop
Verweerder heeft met dagtekening 20 mei 2021 aan eiseres een aanslag leges opgelegd van in totaal € 545.110, bestaande uit een bedrag van € 305.020 voor 'Basis activiteit bouwen’ en een bedrag van € 240.090 voor ‘Planologisch strijdig met bouw’.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag leges.
Verweerder heeft het bezwaar tegen de aanslag leges ongegrond verklaard.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een nader stuk ingediend.
Op 15 maart 2023 is een reactie van verweerder op het nadere stuk ontvangen.
Op 17 maart 2023 is een reactie daarop van eiseres ontvangen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 maart 2023 te Haarlem. Namens eiseres is haar gemachtigde mr. W.J.M. Loomans verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. [naam 1] en mr. [naam 2] , vergezeld door mr. [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .
Overwegingen
Feiten
1. Eiseres ontwikkelt in Hoorn een nieuwe woonwijk, genaamd “ [naam 6] ”. In verband daarmee heeft zij op 18 december 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van 10 grondgebonden woningen, 56 appartementen en een stallinggarage op de locatie [locatie 1] en [locatie 2] te Hoorn. De omgevingsvergunning heeft betrekking op de activiteiten (i) bouw en (ii) planologisch strijdig gebruik.
2. De omgevingsvergunning is op 4 mei 2021 verleend. In de omgevingsvergunning is uitgegaan van een bouwsom van € 15.100.000. Bij het opleggen van de aanslag leges is voor de activiteit bouwen uitgegaan van een tarief van 2,02% van de bouwsom. Voor de activiteit planologisch strijdig gebruik is uitgegaan van 1,59% van de bouwsom.
3. Eiseres heeft op 3 juni 2021 bezwaar gemaakt tegen de aanslag leges.
4. In de uitspraak op bezwaar van 12 januari 2022 heeft verweerder voor de raming van baten en lasten verwezen naar de Begroting 2020 en toegelicht dat ten aanzien van het onderdeel “Leges bouwvergunning en vrijstelling ex artikel 17 en 19 Wro” een raming van uitgaven is opgenomen van in totaal € 1.603.658 en een raming van opbrengsten van € 1.096.784. Voorts heeft verweerder toegelicht dat kruissubsidiëring van verschillende activiteiten is toegestaan en dat het niet nodig is om de kostendekkendheid per activiteit of per tarief te bepalen.
5. Ten aanzien van de wijze waarop de kosten zijn geraamd, is in de uitspraak op bezwaar de volgende toelichting opgenomen:
“De gemeente maakt elk jaar een inschatting van het aantal bouwaanvragen. Maar zoals ook door u wordt opgemerkt spelen conjuncturele en procedurele omstandigheden een rol op de hoeveelheid (bouw)aanvragen die door de gemeente worden ingeschat en ook werkelijk worden ingediend en vervolgens ook werkelijk tot stand komen.
Ter overweging geef ik u mee dat ongeacht de raming van bouwaanvragen bepaalde kosten niet sterk dalen omdat het aantal aanvragen in een bepaald jaar lager blijkt te zijn. Immers het grootste deel van de kosten zijn gerelateerd aan de bemensing en overhead, zijnde een structurele kostenpost.
Eerdere ramingen van andere jaren zijn op dezelfde wijze tot stand zijn gekomen als in 2020. Vanaf 2021 is een andere kostenmethode toegepast met als doel de kostendekkendheid van de leges te verbeteren.”
6. In beroep heeft verweerder de Begroting 2020 van de gemeente Hoorn overgelegd. Daaruit volgt dat de totale baten uit leges zijn geraamd op € 1.978.796. De totale lasten zijn geraamd op € 4.003.762. Volgens de begroting zijn de leges in totaal voor 49% kostendekkend geraamd.
7. De Legesverordening 2020 van de gemeente Hoorn (Legesverordening 2020) bepaalde ten tijde van het opleggen van de aanslag leges, voor zover van belang het volgende:
“Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning
Het tarief bedraagt voor het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project:
de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft. Alsmede de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel.
(…)
Bouwactiviteiten
2.3.1.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:
(…)
2.3.2.1.11 meer dan € 2.750.000,00: 2,02%*
* % van de kosten zoals benoemd in 2.1.1.2
(…)
Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit
2.3.6.1 Indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en ook sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, wordt naast het bedrag dat wordt berekend op grond van onderdeel 2.3.2.1 een extra bedrag berekend.
Dit bedrag wordt bepaald door het in artikel 2.3.6.1.1 t/m 2.3.6.1.4 benoemde percentage te berekenen over de kosten zoals benoemd in 2.1.1.2 of het vaste tarief. Het bedrag bedraagt minimaal € 264,00. Het percentage of tarief bedraagt:
(…)
2.3.6.1.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): 1,59%”
8. Bij besluit van 8 december 2020 van de gemeenteraad van Hoorn is de Legesverordening 2020 ingetrokken per 1 januari 2021, waarbij is bepaald dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
9. Bij besluit van 13 december 2022 van de gemeenteraad van Hoorn is de Legesverordening 2020 als volgt gewijzigd:
“Artikel 1 Wijziging artikel 2.3.6.1
Wijzigt artikel 2.3.6.1 van de tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2019 als volgt:
2.3.6.1 Indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en ook sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, wordt naast het bedrag dat wordt berekend op grond van onderdeel 3.2.1 een extra bedrag berekend. Het bedrag bedraagt minimaal € 264,00 en maximaal € 15.000. Het percentage of tarief bedraagt:
Artikel 2 Inwerkingtreding, bekendmaking en citeertitel
1. De Eerste wijziging van de Legesverordening 2020 treedt met terugwerkende kracht in werking met dien verstande dat de artikelen die met deze verordening niet worden gewijzigd van toepassing blijven en voor zover deze verordening geen rechtskracht krijgt.
2. De Eerste wijziging van de Legesverordening 2020 treedt in werking met ingang van de dag volgend op die van de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2020.
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.
4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Eerste wijziging van de Legesverordening 2020”.
5. De Eerste wijziging van de Legesverordening 2020 zal worden bekendgemaakt door het plaatsen van de verordening in het gemeenteblad.”
10. Bij besluit van 10 januari 2023 heeft verweerder de aanslag leges ambtshalve verminderd tot € 320.020. In het besluit wordt de volgende toelichting gegeven:
“Op 16 december 2020 heeft de gemeenteraad besloten het maximumbedrag voor leges planologisch strijdig gebruik vanaf 2019, met terugwerkende kracht, vast te stellen op € 15.000,00. De bovengenoemde aanslag leges planologisch gebruik wordt daarom ambtshalve verminderd. In het financieel overzicht vindt u het bedrag dat wordt verminderd op de leges aanslag.”