Rechtbank Noord-Nederland, 10-11-2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3821, 8012165 CV EXPL 19-6877
Rechtbank Noord-Nederland, 10-11-2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3821, 8012165 CV EXPL 19-6877
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 10 november 2020
- Datum publicatie
- 27 augustus 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2020:3821
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2023:267, Bekrachtiging/bevestiging
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2025:3257
- Zaaknummer
- 8012165 CV EXPL 19-6877
Inhoudsindicatie
Effectenlease
schending art.41 NR 1999 niet komen vast te staan.
Uitspraak
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 8012165 \ CV EXPL 19-6877
vonnis van de kantonrechter d.d. 10 november 2020
inzake
[A] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: J. Terpstra,
tegen
de naamloze vennootschap
AEGON BANK N.V.,
statutair gevestigd te Den Haag,
mede kantoorhoudende te Leeuwarden,
gedaagde,
gemachtigde: mr. G.A. van Essen.
Partijen zullen hierna [A] en Aegon worden genoemd.
1 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[A] heeft, via [X] als tussenpersoon, op of omstreeks 24 november 2000 een Sprintplan Overeenkomst (hierna: het Sprintplan) met een rechtsvoorgangster van Aegon gesloten, te weten Spaarbeleg. Het Sprintplan is een effectenleaseproduct.
Op 21 november 2000 heeft [X] een opdrachtbevestiging aan [A] gestuurd, waarin staat:
Onze hartelijke dank dat wij voor u het SprintPlan mogen verzorgen.
Het aanvraagformulier wordt deze week verzonden naar Spaarbeleg.
(...).
Op het door [A] in het geding gebrachte inschrijfformulier Sprintplan van Spaarbeleg staat [X] vermeld als adviseur.
In een brochure van Spaarbeleg staat als titel vermeld: "Van f 0,- naar f 28.588,- in 5 jaar!".
Het door [A] afgesloten Sprintplan had een looptijd van 2 januari 2001 tot 2 januari 2006. [A] heeft ter uitvoering van de overeenkomst 60 maandtermijnen van € 158,82 (fl. 350,00) aan Aegon voldaan, in totaal een bedrag van € 9.529,20. [A] heeft na afloop van de overeenkomst geen uitkering van Aegon ontvangen.
[A] is in 2005 lid geworden van de Vereniging Consument & Geldzaken (hierna: VCG). VCG heeft een collectieve procedure tegen Aegon gevoerd over het Sprintplan.
Bij brief van 8 juli 2005 heeft [A] aan Aegon geschreven, voor zover van belang:
Graag wil ik protest aantekenen tegen mijn SprintPlan-overeenkomst. Toen ik geïnformeerd ben, alvorens ik in zee ging met deze overeenkomst, is mij verteld dat het met garantie van de inleg was, dus dat ik alles wat ik betaalde - al zou het geen rendement opbrengen - weer zou terug krijgen. Nu blijkt dat ik verkeerd ingelicht ben en dat hiermee bedoeld is dat ik geen restschuld zal over houden.
Tevens ben ik lid geworden van de Vereniging 'Consumenten & Geldzaken' en ik sluit mij aan bij hun behartiging van mijn belangen met betrekking tot mijn SprintPlan-overeenkomst bij de rechtsprocedure die deze vereniging tegen Spaarbeleg (Aegon Bank N.V.) in werking heeft gezet.
Alle gedane en nog te verrichten betalingen doe ik onder protest (...).
(...)
Deze brief dient tevens beschouwd te worden als een stuiting met het oog op een eventuele verjaring van mijn rechtsvordering.
(...).
Bij brief van 6 oktober 2016 heeft [A] aan Aegon geschreven, voor zover van belang:
(...) Het Sprintplan is destijds aan mij geadviseerd door:
VKB [X] (...)
(...)
Blijkens onderzoek van de Vereniging Consument & Geldzaken beschikte deze tussenpersoon destijds niet over de vereiste vergunning uit hoofde van de Wet Toezicht Effectenverkeer (Wte) om een Sprintplan aan mij te mogen adviseren.
Bij het aangaan van het Sprintplan hebben Aegon (Spaarbeleg) en de door Aegon (Spaarbeleg) aangestelde tussenpersoon gehandeld in strijd met de op Aegon (Spaarbeleg) rustende zorgplicht (...)
(...) Door de schending van de zorgplicht heeft Aegon onrechtmatig jegens mij gehandeld.
(...)
Ondergetekende verwijst in dit verband naar een tweetal arresten van de Hoge Raad van 2 september jl.
(zaaksnummer HR 2016:2012 en HR 2016:2015) over een soortgelijke situatie. (...) Eventuele verjaring is tijdig gestuit.
(...).
In de brief heeft [A] Aegon voorts gesommeerd om zijn schade te vergoeden, bestaande uit het totaal van de maandbetalingen minus de einduitkering, vermeerderd met de wettelijke rente.
Aegon heeft in reactie daarop bij brief van 7 december 2016 aan [A] geschreven:
(...)
U moet ons wel een brief hebben gestuurd
U moet wel kunnen aantonen dat u advies kreeg van een tussenpersoon zonder vergunning en dat Aegon daarvan wist. En het belangrijk dat u ons een brief heeft gestuurd dat u alle rechten wilt behouden. En dat u dat binnen vijf jaar deed na de einddatum van uw Sprintplan en steeds weer binnen vijf jaar daarna.
Uw aanspraak is verjaard
U heeft ons niet op tijd zo'n brief gestuurd. Daarom is uw aanspraak verjaard. Stuurde u wel eerder een brief waarin u alle rechten wilt behouden? Laat het ons dan weten. Dan bekijken we uw dossier opnieuw.
(...).
[A] heeft Aegon vervolgens nogmaals gesommeerd om de inleg vermeerderd met rente terug te betalen. Aegon heeft de vordering van de hand gewezen op grond van verjaring.
3 De vordering
[A] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. op grond van het in de arresten van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2012 van 2 september 2016 en ECLI:NL:HR:2018:1935 van 12 oktober 2018) genoemde artikel 41 NR 1999 - waar het aanbieders van aandelenleaseovereenkomsten verboden is dergelijke overeenkomsten te sluiten met consumenten via een cliëntenremisier die niet bevoegd is om te adviseren en orders te plaatsen - te verklaren voor recht dat Aegon in strijd met dit verbod heeft gehandeld; en
2. Aegon conform de genoemde arresten van de Hoge Raad - die oordeelde dat de bilijkheid eist dat de vergoedingsplicht in die gevallen geheel in stand blijft, zowel wat een eventuele restschuld als wat de door de belegger betaalde rente, aflossing en kosten aangaat (r.o. 6.2.3. in ECLI:NL:HR:2016:2012) - te veroordelen in de betaling van 100% van de maandelijkse rentebetalingen, totaal € 9.529,00, vermeerderd met € 7.465,00 (peildatum 1 augustus 2019) aan wettelijke rente over de betalingen vanaf 1 januari 2001 tot op de dag van de uitvoering van het vonnis (conform de wettelijke samengestelde rente consumententransacties); en
3. Aegon te veroordelen in de juridische kosten; en
4. Aegon te veroordelen in de kosten van dit geding, met inbegrip van alle na het vonnis nog te maken kosten.
Aegon voert verweer.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.