Home

Rechtbank Noord-Nederland, 28-11-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4483, 18-950090-16

Rechtbank Noord-Nederland, 28-11-2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4483, 18-950090-16

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28 november 2022
Datum publicatie
1 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2022:4483
Formele relaties
Zaaknummer
18-950090-16
Relevante informatie
Wetboek van Strafrecht BES [Tekst geldig vanaf 15-05-2025 tot 01-07-2025] art. 312

Inhoudsindicatie

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie:

Bij beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 6 april 2018, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte, vanwege de gang van zaken rond de voeging aan het strafdossier van een proces-verbaal van verhoor van een getuige.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 25 juli 2019 voormeld vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

In het arrest heeft het gerechtshof onder meer vastgesteld dat er sprake is geweest van een onherstelbare vormverzuim maar dat van enige misleiding door het openbaar ministerie van de rechter in zijn controlerende taak of het ondernemen van pogingen daartoe niet is gebleken. Een situatie waarin door of namens het openbaar ministerie is gehandeld in strijd met de grondslagen van het strafproces, waardoor het wettelijk systeem in de kern is geraakt, acht het gerechtshof evenmin aan de orde. Het gerechtshof heeft het beroep van de verdediging op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie verworpen, het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard in de vervolging, het vonnis vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank.

Ingevolge artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de rechtbank thans, met inachtneming van de vorenstaande vaststellingen, de zaak opnieuw in volle omvang te beoordelen. Nu het gerechtshof heeft beslist dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte dient dit als uitgangspunt te gelden en kan een - hernieuwd - beroep op niet-ontvankelijkheid op dezelfde gronden niet slagen.

De door de raadvrouw aangehaalde arresten van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1889 & 1890) vormen naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om de door het gerechtshof vastgestelde feiten en de daaraan te verbinden gevolgen opnieuw te beoordelen. De Hoge Raad overweegt in voornoemde arresten dat er geen aanleiding is substantiële wijziging aan te brengen in het beoordelingskader van de arresten ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en ECLI:NL:HR:2013:BY5321 (arresten die door het gerechtshof op 25 juli 2019 in de zaak van verdachte aan de beslissing ten grondslag zijn gelegd).

Het beroep van de verdediging op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wordt derhalve verworpen.

Ten aanzien van het bewijs:

De vraag die thans voorligt is of verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval in Gees en zo ja, hoe deze betrokkenheid dient te worden gekwalificeerd.

De rechtbank overweegt dat op basis van de voorhanden stukken niet kan worden vastgesteld dat verdachte tijdens de overval in de woning aanwezig is geweest. Voor de beoordeling van zijn betrokkenheid dient derhalve te worden gekeken naar momenten voorafgaand aan en volgend op de overval. Dienaangaande overweegt de rechtbank dat kan worden vastgesteld dat verdachte is meegereisd naar de omgeving van Gees, dat hij vóór en na de overval telefonische contacten heeft onderhouden met de daders en aanwezig is geweest in de omgeving van Gees en dat hij vrijwel gelijktijdig mee terug is

gereisd naar Pijnacker. Er zijn voorts sterke aanwijzingen dat de door hem gehuurde auto is gebruikt.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de juridische beoordeling van het ten laste gelegde medeplegen en het opzet op de dood van [slachtoffer] het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte gelet op al het voorgaande moet worden aangemerkt als medepleger, ook al kan zijn rol op basis van het strafdossier niet exact worden geduid. In een dergelijk geval heeft te gelden, aldus de Hoge Raad, dat als er sprake is van feiten en omstandigheden die op betrokkenheid bij een strafbaar feit duiden, sprake kan zijn van een situatie waarin het uitblijven van een aannemelijke verklaring van de verdachte van belang is voor de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen.

De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat het opzet van verdachte was gericht op de diefstal met geweld. De beoogde buit - de inhoud van kluizen, voor het openen waarvan de medewerking van de eigenaar moest worden afgedwongen - en het meenemen van tape en een wapen, zijn daarvoor duidelijke aanwijzingen. Als verdachte al niet wist dat geweld zou worden gebruikt, had hij dit moeten en kunnen voorzien. Voor een bewezenverklaring van gekwalificeerde doodslag dan wel moord is echter vereist dat hij ook opzet had op de dood van het slachtoffer. Hiervan is de rechtbank niet gebleken. Pas nadat sprake was van (fors) verzet door het slachtoffer hebben de drie mededaders ervoor gekozen om ernstig en langdurig geweld toe te passen ten gevolge waarvan het slachtoffer is komen te overlijden. De aansprakelijkheid van verdachte blijft onder die omstandigheden beperkt tot waar zijn opzet op gericht was . Bij een gronddelict dat is begaan onder strafverzwarende omstandigheden volstaat opzet op het gronddelict.

Dit leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het meer subsidiair onder B ten laste gelegde feit, medeplegen van diefstal met geweld de dood ten gevolge hebbend. De rechtbank zal verdachte van het primair, subsidiair en meer subsidiair onder A tenlastegelegde vrijspreken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Assen

parketnummer 18/950090-16

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te -volgens zijn eigen verklaring- [geboorteplaats] , wonende te [woonadres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 november 2022 (inhoudelijke behandeling).

Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Hoekman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd, dat

primair:

hij op of omstreeks 30 juni 2016 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen, te stompen en/of te slaan, althans door op enigerlei wijze zodanig lichamelijk geweld op die [slachtoffer] uit te oefenen dat deze aan de gevolgen daarvan, althans van het daardoor ontstane letsel, is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit,

te weten diefstal met geweld in vereniging gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, van een of meer geldbedragen, een hoeveelheid sieraden een portemonnee met inhoud, een envelop met inhoud en/of een of meer sleutels,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

subsidiair:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere personen op of omstreeks 30 juni 2016 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , tezamen en in

vereniging, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven hebben/heeft beroofd, door die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen, te stompen en/of te slaan, althans door op enigerlei wijze zodanig lichamelijk geweld op die [slachtoffer] uit te oefenen dat deze aan de gevolgen daarvan, althans van het daardoor ontstane letsel, is overleden,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal met geweld in vereniging gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, van een of meer geldbedragen, een hoeveelheid sieraden, een portemonnee met inhoud, een envelop met inhoud en/of een of meer sleutels,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 30 juni 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- samen met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/ofeen of meer

anderen vooraf dat misdrijf te beramen en/of

-

vooraf duct-tape en/of een of meer andere voor vastbinden geschikte voorwerpenbeschikbaar te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of anderen en/of

-

een of meer auto’s te huren waarmee die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die

[medeverdachte 3] en/of een of meer anderen zich naar de plaats van het misdrijf zou(den) kunnen begeven en/of

-

die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meeranderen in een of meer auto’s te vervoeren naar de plaats van het misdrijf

-

gedurende de autorit naar de plaats van het misdrijf telefonisch contact te hebben met die die[medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen die (eveneens) onderweg waren/was naar de plaats van het misdrijf en/of

-

in de directe omgeving van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan en/of te blijvenstaan, teneinde bij onraad die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, tijdig te kunnen waarschuwen en/of

-

door die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een ofmeer anderen, nadat voornoemd misdrijf was gepleegd, uit de omgeving van de plaats van het misdrijf te brengen/vervoeren;

meer subsidiair: A.

hij op of omstreeks 30 juni 2016 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen, te stompen en/of te slaan, althans door op enigerlei wijze zodanig lichamelijk

geweld op die [slachtoffer] uit te oefenen dat deze aan de gevolgen daarvan, althans van het daardoor ontstane letsel, is overleden;

en/of B.

hij op of omstreeks 30 juni 2016 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan/nabij de [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen, een hoeveelheid sieraden een portemonnee met inhoud, een envelop met inhoud en/of een of meer sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of

[benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s)

-

zich aan die [slachtoffer] en/of die [benadeelde partij 1] hebben/heeft vertoond terwijl hun/zijngezicht(en) waren/was geschminkt, althans waren/was voorzien van kleurstof en/of

-

die [slachtoffer] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam hebben/heeft geschopt,gestompt en/of geslagen en/of

-

met die [slachtoffer] in gevecht/worsteling zijn/is gegaan en/of

-

de armen/polsen van die [slachtoffer] op diens rug hebben/heeft vastgebonden met een of meersnoeren, met tape en/of met een of meer kledingstukken, althans met een of meer voor vastbinden geschikte voorwerp(en), en/of

-

de benen/enkels van die [slachtoffer] hebben/heeft vastgebonden met een of meer snoeren, mettape en/of met een of meer kledingstukken, althans met een of meer voor vastbinden geschikte voorwerp(en), en/of

-

een of meer snoeren, althans een of meer voor vastbinden geschikte voorwerp(en) om de nek/halsvan die [slachtoffer] hebben/heeft gebonden en/of

-

een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft gericht op die[benadeelde partij 1] , althans dat vuurwapen/voorwerp zichtbaar voor die [benadeelde partij 1] en/of die [slachtoffer] hebben/heeft vastgehouden en/of

-

dreigend tegen die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gezegd: “Jullie hebben drie kluizen”, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft vastgepakt en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft meegetrokken/meegenomen naar de benedenverdieping vandie woning en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft bevolen een kantoordeur in die woning te ontsluiten en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft bevolen een tas te geven en/of

-

dreigend aan die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gevraagd waar de vijftigjes waren, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-

dreigend aan die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gevraagd: “Waar is het bungalowgeld”, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-

die [benadeelde partij 1] (met een voorwerp) tegen het hoofd hebben/heeft geslagen en/of

-

die [slachtoffer] naar de overloop van die woning hebben/heeft gesleept en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft bevolen op de buik op de vloer te gaan liggen en/of

-

de armen/polsen en/of de benen/enkels van die [benadeelde partij 1] hebben/heeft vastgebondenmet een of meer riemen, althans met een of meer voor vastbinden geschikte voorwerpen, en/of - een ring van een vinger en/of een ketting van de hals van die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gerukt/getrokken,

welk feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad:

meest subsidiair: A.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen op of omstreeks 30 juni 2016 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven hebben/heeft beroofd, door die [slachtoffer] (meermalen) in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen, te stompen en/of te slaan, althans door op enigerlei wijze zodanig lichamelijk geweld op die [slachtoffer] uit te oefenen dat deze aan de gevolgen daarvan, althans van het daardoor ontstane letsel, is overleden,

en/of B.

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen op of omstreeks 30 juni 201 6 te [plaats] , althans in de gemeente [gemeente] , gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning aan/nabij de [adres] , tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben/heeft weggenomen een of meer geldbedragen, een hoeveelheid sieraden een portemonnee met inhoud, een envelop met inhoud en/of een of meer sleutels, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of aan verdachte,

waarbij die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of die [benadeelde partij 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging niet geweld hierin bestond(en), dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen

-

zich aan die [slachtoffer] en/of die [benadeelde partij 1] hebben/heeft vertoond terwijl hun/zijngezicht(en) waren/was geschminkt, althans waren/was voorzien van kleurstof en/of - die [slachtoffer] in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of tegen het lichaam hebben/heeft geschopt, gestompt en/of geslagen en/of

-

met die [slachtoffer] in gevecht/worsteling zijn/is gegaan en/of

-

de armen/polsen van die [slachtoffer] op diens rug hebben/heeft vastgebonden met een of meersnoeren, met tape en/of met een of meer kledingstukken, althans met een of meer voor vastbinden geschikte voorwerp(en), en/of

-

de benen/enkels van die [slachtoffer] hebben/heeft vastgebonden met een of meer snoeren,met tape en/of met een of meer kledingstukken, althans met een of meer voor vastbinden geschikte voorwerp(en), en/of

-

een of meer snoeren, althans een of meer voor vastbinden geschikte voorwerp(en) om de nek/halsvan die [slachtoffer] hebben/heeft gebonden en/of

-

een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben/heeft gericht op die[benadeelde partij 1] , althans dat vuurwapen/voorwerp zichtbaar voor die [benadeelde partij 1] en/of die [slachtoffer] hebben/heeft vastgehouden en/of

-

dreigend tegen die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gezegd: “Jullie hebben drie kluizen”, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft vastgepakt en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft meegetrokken/meegenomen naar de benedenverdieping vandie woning en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft bevolen een kantoordeur in die woning te ontsluiten en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft bevolen een tas te geven en/of

-

dreigend aan die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gevraagd waar de vijftigjes waren, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-

dreigend aan die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gevraagd: “Waar is het bungalowgeld”, althanswoorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

-

die [benadeelde partij 1] (met een voorwerp) tegen het hoofd hebben/heeft geslagen en/of

-

die [slachtoffer] naar de overloop van die woning hebben/heeft gesleept en/of

-

die [benadeelde partij 1] hebben/heeft bevolen op de buik op de vloer te gaan liggen en/of

-

de armen/polsen en/of de benen/enkels van die [benadeelde partij 1] hebben/heeft vastgebondenmet een of meer riemen, althans met een of meer voor vastbinden geschikte voorwerpen, en/of - een ring van een vinger en/of een ketting van de hals van die [benadeelde partij 1] hebben/heeft gerukt/getrokken,

welk feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 30 juni 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- samen met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/ofeen of meer

anderen vooraf dat misdrijf te beramen en/of

-

vooraf duct-tape en/of een of meer andere voor vastbinden geschikte voorwerpenbeschikbaar te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of anderen en/of

-

een of meer auto’s te huren waarmee die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die

[medeverdachte 3] en/of een of meer anderen zich naar de plaats van het misdrijf zou(den) kunnen begeven en/of

-

die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meeranderen in een of meer auto’s te vervoeren naar de plaats van het misdrijf

-

gedurende de autorit naar de plaats van het misdrijf telefonisch contact te hebben met die die[medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen die (eveneens) onderweg waren/was naar de plaats van het misdrijf en/of

-

in de directe omgeving van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan en/of te blijvenstaan, teneinde bij onraad die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of een of meer anderen, tijdig te kunnen waarschuwen en/of

-

door die Bournajjoun en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of anderen, nadatvoornoemd misdrijf was gepleegd, uit de omgeving van de plaats van het misdrijf te brengen/vervoeren.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsvrouw heeft op gronden als vermeld in de pleitnota opnieuw betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte ontvankelijk is. Hij heeft daartoe allereerst verwezen naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2019 in deze zaak1. Voorts heeft hij verwezen naar zijn op 1 december 2021 gegeven schriftelijke standpunt dienaangaande, naar aanleiding van onderzoekswensen van 18 november 2021 van de verdediging. Dit standpunt komt er op neer dat het openbaar ministerie de raadsvrouw niet volgt in haar betoog dat er, na het arrest van het gerechtshof van 25 juli 2019 in de zaak van verdachte, door de Hoge Raad arresten zijn gewezen die zouden nopen tot het oordeel dat het openbaar ministerie wel degelijk niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie slechts sprake kan zijn in uitzonderlijke gevallen, namelijk als het verzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak.

In uitzonderlijke situaties is niet ontvankelijkheid als rechtsgevolg op overheidsoptreden ook mogelijk wanneer het gaat om handelen in strijd met de grondslagen van het strafproces, waardoor het wettelijk stelsel in de kern wordt geraakt.

De rechtbank overweegt het volgende.

Bij beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 6 april 2018, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte, vanwege de gang van zaken rond de voeging aan het strafdossier van een proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] in opdracht van de officier van justitie mr. A.M. de Vries.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 25 juli 2019 voormeld vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

In het arrest heeft het gerechtshof onder meer vastgesteld dat er sprake is geweest van vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, te weten:

-

het niet auditief registreren van het verhoor van getuige [getuige 1] ;

-

het opnemen van de passage dat getuige heeft geweigerd te ondertekenen en- het noemen van een onjuiste sluitingsdatum en plaats van ondertekening.

Van de twee laatstgenoemde vormverzuimen stelt het gerechtshof vast dat deze zijn hersteld met de gegeven verduidelijking dan wel opheldering (p. 30 en 31 van het arrest). Van een onherstelbaar vormverzuim is enkel sprake bij het niet auditief registreren van het verhoor van getuige [getuige 1] . Het gerechtshof overweegt dat het het geconstateerde onherstelbare vormverzuim met betrekking tot de auditieve registratie beschouwd als een ernstig vormverzuim, maar dat van enige misleiding door het openbaar ministerie van de rechter in zijn controlerende taak of het ondernemen van pogingen daartoe niet is gebleken. Een situatie waarin door of namens het openbaar ministerie is gehandeld in strijd met de grondslagen van het strafproces, waardoor het wettelijk systeem in de kern is geraakt, acht het gerechtshof evenmin aan de orde. Het gerechtshof heeft het beroep van de verdediging op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie verworpen, het openbaar ministerie ontvankelijk verklaard in de vervolging, het vonnis vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank.

Ingevolge artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient de rechtbank thans, met inachtneming van de vorenstaande vaststellingen, de zaak opnieuw in volle omvang te beoordelen. Nu het gerechtshof heeft beslist dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte dient dit als uitgangspunt te gelden en kan een - hernieuwd - beroep op nietontvankelijkheid op dezelfde gronden niet slagen.

De door de raadvrouw aangehaalde arresten van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1889 & 1890) vormen naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om de door het gerechtshof vastgestelde feiten en de daaraan te verbinden gevolgen opnieuw te beoordelen. De Hoge Raad overweegt in voornoemde arresten dat er geen aanleiding is substantiële wijziging aan te brengen in het beoordelingskader van de arresten ECLI:NL:HR:2004:AM2533 en ECLI:NL:HR:2013:BY5321 (arresten die door het gerechtshof op 25 juli 2019 in de zaak van verdachte aan de beslissing ten grondslag zijn gelegd).

Het beroep van de verdediging op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wordt derhalve verworpen.

Beoordeling van het bewijs

Bewezenverklaring

Strafbaarheid van verdachte

Benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Hoofdelijkheid ten aanzien van alle vorderingen

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank

Een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]