Home

Rechtbank Noord-Nederland, 08-11-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5648, C/19/141315 / HA ZA 22-154

Rechtbank Noord-Nederland, 08-11-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5648, C/19/141315 / HA ZA 22-154

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
8 november 2023
Datum publicatie
20 november 2025
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:5648
Zaaknummer
C/19/141315 / HA ZA 22-154

Inhoudsindicatie

Erfrecht; informatieverplichting van de erfgenaam jegens legitimaris; afvullegaat; legitieme portie.

Eisers hebben gedaagde, die de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, weliswaar in persoon gedagvaard maar uit de tekst van de dagvaarding en de manier waarop de vordering is ingestoken, leidt de rechtbank af dat eisers bedoelen hem als vereffenaar in de nalatenschap van erflater aan te spreken.

Het eindvonnis in deze zaak is gepubliceerd onder nummer ECLI ECLI:NL:RBNNE:2024:5432

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Assen

Zaaknummer: C/19/141315 / HA ZA 22-154

Vonnis van 8 november 2023

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. [eiser sub 2],

te [woonplaats] ,3. [eiser sub 3],

te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. B.L. van Riel te Assen,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. D. van de Lockant-Geschiere te Utrecht.

Partijen hebben dezelfde achternamen en zullen daarom om verwarring te voorkomen bij

hun voornaam genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 6 september 2023 en het daarin beschreven procesverloop.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Wijlen mevrouw [moeder] (moeder) en wijlen de heer [vader] (vader) waren getrouwd in gemeenschap van goederen. Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren: [eiser sub 1] en [gedaagde] . [eiser sub 1] heeft twee kinderen gekregen: [eiser sub 3] en [eiser sub 2] . [gedaagde] heeft drie kinderen gekregen: [kind 1 van gedaagde] , [kind 2 van gedaagde] en [kind 3 van gedaagde] .

2.2.

Moeder is op 24 december 2017 overleden. Zij heeft in haar testament van 26 april 2010, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:

B. LEGAAT

Ik legateer aan ieder van mijn kleinkinderen een bedrag in contanten ter grootte van het bedrag wat voor kleinkinderen is vrijgesteld van erfbelasting (...) welke legaten niet opeisbaar zijn gedurende het leven van mijn echtgenoot (...) behoudens de hierna onder G1 genoemde gevallen van opeisbaarheid. C. ERFSTELLING

Ik benoem tot mijn erfgenamen mijn echtgenoot en mijn kinderen tezamen voor gelijke delen.(...)

E. WETTELIJKE VERDELING Ik bepaal dat mijn nalatenschap overeenkomstig de wet zal worden verdeeld, zodat alle tot mijn nalatenschap behorende goederen door mijn echtgenoot worden verkregen, terwijl de voldoening van de schulden van de nalatenschap voor zijn rekening komt. Ieder van mijn overige erfgenamen verkrijgt een geldvordering ten laste van mijn echtgenoot ter grootte van de waarde van zijn erfdeel.

F. VASTSTELLING GELDVORDERINGEN In verband met de vaststelling van gemelde geldvorderingen van mijn overige erfgenamen moet binnen één jaar na mijn overlijden een boedelbeschrijving worden opgemaakt. De boedelbeschrijving bevat een waardering van de goederen en schulden van mijn nalatenschap. De waardering van de activa van mijn nalatenschap zal moeten geschieden in onderling overleg (...)

G. BIJZONDERE BEPALINGEN (...) Voor deze verdeling geldt, in afwijking van het in de wet bepaalde, het volgende: 1. De geldvorderingen van mijn overige erfgenamen met de eventuele verschuldigde rente ten laste van mijn genoemde echtgenoot zijn opeisbaar: a. bij zijn overlijden; (...) 2. Over de vorderingen is, te rekenen vanaf de dag van mijn overlijden, een rente verschuldigd, welk rente percentage gelijk is aan zes (6%) samengestelde rente dan wel (zo deze hoger is) de samengestelde wettelijke rente ten tijde van mijn overlijden (...).

3. Voorzover, rekening houdend met hetgeen hiervoor onder 2 ten aanzien van de rente is bepaald, van een ideale spreiding van erfbelasting nog geen sprake is, legateer ik aanvullend aan mijn echtgenoot, uit te keren zo spoedig mogelijk na mijn overlijden, een bedrag in contanten zo groot als hij wenst, doch maximaal van zodanige omvang dat dit legaat tezamen met zijn overige (fictieve) erfrechtelijke verkrijgingen uit mijn nalatenschap nooit meer bedraagt dan het maximale bedrag wat vrij van erfbelasting door hem kan worden verkregen. Dit bedrag zal, zo bepaal ik, verrekend worden met de vorderingen van de kinderen in het kader van de verdeling/inbreng en heeft derhalve tot effect dat de vorderingen van de kinderen in het kader van de verdeling/inbreng dienovereenkomstig verminderd worden. Het geldlegaat heeft uit de aard geen invloed op de omvang van de erfdelen als zodanig. (...) H. EXECUTEUR

Ik benoem mijn genoemde echtgenoot tot executeur (...).

J. BEROEP OP LEGITIEME PORTIE

Indien een afstammeling een beroep doet op zijn legitieme portie of op een andere grond de integrale uitvoering van mijn uiterste wilsbeschikking en schriftelijk betwist, sluit ik hem en zijn afstammelingen uit als erfgenamen in mijn nalatenschap

Voor het daardoor vrij vallende gedeelte van mijn nalatenschap benoem ik tot mijn enige erfgenaam mijn echtgenoot voor een zodanig gedeelte dat de vorderingen van een legitimaris door hem kan worden voldaan en voor het resterende gedeelte mijn overige erfgenamen, die in de uitvoering van mijn uiterste wilsbeschikking en berusten, naar evenredigheid van ieders erfdeel.

(...) Ik bepaal dat alleen op de making van mijn genoemde echtgenote kan worden ingekort. Ik bepaal ten behoeve van mijn echtgenoot, dat eventuele ten laste van hem komende vorderingen ter zake van de legitieme portie eerst opeisbaar zijn na zijn overlijden. Indien een kind in verband met de aan zijn of haar kinderen gedane legaten een beroep doet op zijn of haar legitieme portie bepaal ik dat het betreffende kind op de legaten aan zijn of haar kinderen dient in te korten.

(...)

L. VRIJSTELLING INBRENG

Ik stel mijn afstammelingen vrij van de verplichting tot inbreng van giften in mijn nalatenschap, op welk tijdstip deze ook zijn gedaan, tenzij bij een gift schriftelijk anders is bepaald.

2.3.

In haar testament van 12 december 2014 heeft zij het volgende bepaald, voor zover hier van belang:

Ik herroep de erfstelling gedaan onder C (...) en bepaal in plaats daarvan als volgt: A. Ik benoem tot mijn erfgenamen mijn echtgenoot voor één/honderdste (1/100ste) gedeelte van mijn nalatenschap en mijn kinderen tezamen en voor gelijke delen voor negenennegentig/honderdste (99/100ste) gedeelte van mijn nalatenschap B. EXECUTELE

Indien mijn genoemde echtgenoot mij niet overleeft, benoem ik tot executeur mijn zoon de heer [gedaagde] (...)

2.4.

Vader heeft op 14 oktober 2019 aangifte erfbelasting gedaan. In de aangifte heeft hij de vraag “Erfdeel erfgenaam” beantwoord met “100000/100000” en de vraag “Verkrijging legaat?” beantwoord met “N”. De vraag "Aangegeven legaat niet aanvaard?" heeft hij beantwoord met een "N" en de vraag "Hele vermogen naar een persoon?" met een "J". Ook heeft hij bij de vraag "Andere erfgenamen vordering erfenisdeel op verkrijger?" ingevuld "N".

2.5.

Moeder en vader waren eigenaar van hun woning aan [adres] . Op grond van het testament van moeder is haar 1/2e deel in de eigendom van de woning onder toepassing van de wettelijke verdeling verkregen door vader.

2.6.

Uit een op 27 oktober 2021 opgemaakte notariële akte van schenking volgt dat vader de woning aan [adres] heeft geschonken aan zijn kleinkinderen [kind 1 van gedaagde] , [kind 2 van gedaagde] en [kind 3 van gedaagde] en dat de woning aan hen is geleverd. De WOZ-waarde bedroeg in dat jaar € 375.000,00.

2.7.

Vader is op 21 december 2021 overleden. Hij heeft in zijn testament van 18 september 2019, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:

B. Legaat Ik legateer, niet vrij van erfbelasting en kosten, af te geven binnen zes maanden na mijn overlijden aan: - de kinderen van mijn zoon [eiser sub 1] (...) en de kinderen van mijn zoon [gedaagde] (...) tezamen en voor gelijke delen, een bedrag in contanten gelijk aan één/tweede deel (vijftig procent 50%) van het saldo van de nalatenschap. (...)

C. ONTERVING EN ERFSTELLING

Ik sluit mijn voornoemde zoon [eiser sub 1] (en niet zijn afstammelingen) uit van erfopvolging. Indien de onterfde legitimaris aanspraak maakt op de legitieme dan wordt overeenkomstig artikel 4:87 lid 1 BW voor zijn vordering als legitimaris als eerste op het aan zijn kinderen toekomende gedeelte (de hiervoor vermelde legaten aan zijn kinderen) van de nalatenschap ingekort. Ik benoem tot mijn enige erfgenaam mijn andere zoon [gedaagde] . Slechts in geval van vooroverlijden verklaar ik de regels van plaatsvervulling van toepassing. (...)

F. AFWIKKELINGSBEWINDVOERDER/EXECUTEUR

Ik benoem tot afwikkelingsbewindvoerder en executeur mijn hiervoor genoemde zoon [gedaagde] .

2.8.

[gedaagde] heeft de nalatenschap van vader op 16 februari 2022 beneficiair aanvaard. Volgens de verklaring van erfrecht van 28 maart 2022 is de taak van [gedaagde] als executeur geëindigd omdat hij niet kon aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen en moet de nalatenschap vereffend worden.

2.9.

Bij brief van 7 mei 2022 aan zijn broer [gedaagde] heeft [eiser sub 1] een beroep gedaan op de legitieme portie in de nalatenschap van vader en heeft hij verzocht om informatie om die legitieme portie te kunnen vaststellen. Ook heeft hij bij brief van 30 juni 2022 over de nalatenschap van moeder aan [gedaagde] geschreven dat hij erfgenaam is in haar nalatenschap, dat hij een berekening heeft gemaakt van wat hem toekomt en dat hij [gedaagde] verzoekt dit bedrag aan hem over te maken en ook de legaten aan [eiser sub 2] en [eiser sub 3] over te maken.

2.10.

Bij brief van 8 juli 2022 heeft [gedaagde] aangegeven wat de stand van de boedel is en welke bedragen hij van plan is om over te maken. Bij brief van 10 augustus 2022 heeft [eiser sub 1] opnieuw verzocht om informatie.

2.11.

Bij brieven van 19 december 2022 aan [eisers] heeft [gedaagde] meegedeeld dat hij aanvullend aanspraak maakt op zijn legitieme portie in de nalatenschap van zowel moeder als vader voor zover mocht blijken dat die aanspraken hoger zijn dan zijn erfrechtelijke aanspraken in beide nalatenschappen.

3 3. Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing