Rechtbank Noord-Nederland, 26-06-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:5432, C/19/141315 / HA ZA 22-154
Rechtbank Noord-Nederland, 26-06-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:5432, C/19/141315 / HA ZA 22-154
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 26 juni 2024
- Datum publicatie
- 27 november 2025
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2024:5432
- Formele relaties
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2023:5648
- Zaaknummer
- C/19/141315 / HA ZA 22-154
Inhoudsindicatie
Erfrecht; afvullegaat; legitieme portie.
De rechtbank komt op grond van naderhand verkregen nieuwe informatie deels terug op het in het tussenvonnis gegeven oordeel omtrent aanvaarding van het afvullegaat.
Uitspraak
Civiel recht
Zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/19/141315 / HA ZA 22-154
Vonnis van 26 juni 2024
in de zaak van
1 [eiser sub 1] ,
te [woonplaats] ,2. [eiser sub 2],
te [woonplaats] ,3. [eiser sub 3],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. J.W. Elzinga-Snoek te Groningen,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
geen advocaat.
Partijen hebben dezelfde achternamen en zullen daarom om verwarring te voorkomen bij
hun voornaam genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 november 2023, - het bericht van 21 maart 2023 dat mr. Van de Lockant-Geschiere zich heeft onttrokken als advocaat van [gedaagde] , - het rolbericht van 11 april 2023 waarin [eisers] verzoeken de zitting door te laten gaan, - de brief van 12 april 2024 waarin mr. Gijsbers zich voor [gedaagde] als advocaat heeft gesteld en waarin hij verzoekt de mondelinge behandeling uit te stellen, - het rolbericht van 15 april 2024 van [eisers] dat zij niet akkoord gaan met uitstel van de mondelinge behandeling,- het bericht van de rechtbank dat de mondelinge behandeling niet wordt uitgesteld, - de akte houdende wijziging/aanvulling van eis en overlegging producties van [eisers] , ingekomen 10 april 2024,
- de akte houdende producties van [gedaagde] , ingekomen 19 april 2024,
- het bericht van 22 april 2024 dat mr. Gijsbers zich heeft onttrokken als advocaat- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 25 april 2024.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De (gewijzigde) eis en het verweer
[eisers] vorderen – samengevat – na wijziging van hun eis, dat de rechtbank, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] veroordeelt om aan [eisers] alle inlichtingen te verschaffen over de nalatenschappen van erflaatster en erflater en inzage in en afschrift van alle bescheiden met betrekking tot de nalatenschappen verstrekken, waaronder in elk geval:
• boedelbeschrijvingen met onderbouwingen en stukken
• aanslagen erfbelasting erflater en erflaatster
• bankafschriften of print internetpagina’s van de bankrekeningen op data overlijden
• rekeningafschriften en jaaropgaven van alle bank-, beleggings- en overige rekeningen voor de jaren van overlijden en voor beide gevallen de vier jaren ervoor
• de aanslagen en aangiften IB voor de jaren van overlijden en voor beide gevallen de vier jaren ervoor
• informatie over giften
• informatie over levensverzekeringen en polissen
• opgave van alle inkomsten en uitgaven van overlijdensdatum tot en met heden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft in de nakoming van een hem bij vonnis opgelegde verplichting,
2. een verklaring voor recht afgeeft over wat de omvang van de nalatenschappen van zowel erflaatster als erflater is,
3. een verklaring voor recht afgeeft over de aanspraken van [eisers] in de nalatenschappen van erflaatster en erflater,
4. een verklaring voor recht afgeeft dat de aangiften erfbelasting betreffende erflaatster en erflater niet juist zijn,
5. [gedaagde] in zijn hoedanigheid van vereffenaar te veroordelen tot betaling van de vastgestelde aanspraken, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zes maanden na het overlijden van erflaatster respectievelijk erflater tot de dag der algehele voldoening,
6. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
[eisers] hebben bij akte van 10 april 2024 hun eis aangevuld en zij vorderen naast het gevorderde onder 2.1 dat de rechtbank – samengevat– bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:Voor recht verklaart datI. erflater in de nalatenschap van erflaatster het afvullegaat heeft verworpen,
II. het erfdeel van [gedaagde] is komen te vervallen door zijn beroep op de legitieme portie en dat aanwas van het vervallen erfdeel van [gedaagde] plaatsvindt bij de overige erfgenamen, conform het testament van erflaatster, III. het erfdeel van [eiser sub 1] in de nalatenschap van erflaatster 98% bedraagt, te berekenen op basis van de waarde in het economische verkeer,
IV. [gedaagde] niet handelt als een goed vereffenaar en dat hij met zijn eigen vermogen aansprakelijk is voor de voldoening van de vorderingen van [eiser sub 1] in de nalatenschap van erflaatster en erflater en [eiser sub 2] en [eiser sub 3] in de nalatenschap van erflaatster,
V. [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser sub 1] heeft gehandeld nu hij essentiële feiten en omstandigheden aangaande de nalatenschap van erflaatster heeft verzwegen voor [eiser sub 1] en de rechtbank,
VI. [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die hij daarmee [eiser sub 1] heeft berokkend, zo nodig nader op te maken bij staat, Alsmede dat de rechtbank na het verkrijgen van alle relevante informatie:VII. De omvang van de nalatenschap van erflaatster en erflater vaststelt zodat de (legitimaire) aanspraken van [eisers] kunnen worden vastgesteld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van de vorderingen tot aan de dag van algehele voldoening, [gedaagde] veroordeelt:VIII. Om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan [eiser sub 1] de volgende bescheiden af te geven:- de bankafschriften van de bankrekeningen bij SNS Bank met de nummer die eindigen .128, .802, .836, .547 en .262 over de periode vanaf 24 december 2017 tot en met 18 oktober 2020 ten name van erflater (en/of erflaatster)- een taxatierapport van een NRVT-registertaxateur waarin de economische waarde van de woning zijn bepaald zoals die golden op 24 december 2017 en op 21 december 2021,
IX. om een dwangsom aan [eiser sub 1] te voldoen van € 250,00 voor iedere dag of dat deel dat [gedaagde] niet (geheel) hieraan voldoet, met een maximum van € 25.000,00
X. in de kosten van rechtsbijstand die [eiser sub 1] aanvullend heeft moeten maken, zo nodig nader op te maken bij staat en vermeerderd met de wettelijke rente,
XI. in de proceskosten, XV. in de nakosten.
De advocaten van [gedaagde] hebben zich aan de zaak onttrokken, zodat [gedaagde] niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd en geen stukken meer kan indienen. Wel heeft de rechtbank hem toegestaan ter zitting het woord te voeren.