Rechtbank Noord-Nederland, 30-05-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2082, 22/834 en 22/835
Rechtbank Noord-Nederland, 30-05-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2082, 22/834 en 22/835
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 30 mei 2024
- Datum publicatie
- 10 juni 2024
- Zaaknummer
- 22/834 en 22/835
- Relevante informatie
- Art. 16 WOZ
Inhoudsindicatie
Eiseres exploiteert een terrein voor verblijfsrecreatie. Aangrenzend aan het terrein bevindt zich een zwembad, waarvan eiseres de eigenaar is en dat zij ook exploiteert. De heffingsambtenaar heeft het zwembad als een afzonderlijk object beschouwd en afzonderlijk gewaardeerd voor de Wet WOZ. De rechtbank is van oordeel dat de objectafbakening onjuist is, omdat het zwembad onderdeel uitmaakt van het recreatiesamenstel. De rechtbank vernietigt daarom de WOZ-beschikkingen. Eiseres heeft recht op ISV, maar omdat eiseres samen met andere eisers procedeert wordt samenhang aangenomen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 22/834 en 22/835
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. drs. M. Klomp RB),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Ameland, de heffingsambtenaar
(S.R. Winia).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Minister voor Rechtsbescherming
(de Minister).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 december 2021.
De heffingsambtenaar heeft de waarden van de onroerende zaak [adres] te [vestigingsplaats] (de onroerende zaak) op 1 januari 2017 en 1 januari 2018 (de waardepeildata) vastgesteld op respectievelijk € 8.329.000 en € 8.397.000 (de beschikkingen). Met deze waardevaststellingen zijn aan eiseres ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen (OZB) van de gemeente Ameland voor de jaren 2018 en 2019 opgelegd (de aanslagen).
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiseres gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarden van de onroerende zaak verlaagd naar € 7.093.000 (waardepeildatum 1 januari 2017) en € 7.010.000 (waardepeildatum 1 januari 2018).
De rechtbank heeft de beroepen geregistreerd onder de volgende zaaknummers:
- -
-
22/834 belastingjaar 2018 (waardepeildatum 1 januari 2017);
- -
-
22/835 belastingjaar 2019 (waardepeildatum 1 januari 2018).
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft bij brief van 5 april 2024 nadere stukken overgelegd.
De rechtbank heeft de beroepen op 18 april 2024 op zitting behandeld, gezamenlijk met de beroepen van [X] B.V. (LEE 22/899 en 22/903), [Y] B.V. (LEE 22/894) en Stichting [Z] (LEE 22/811 en 22/815). Hieraan hebben namens eiseres deelgenomen: [F.] en de gemachtigde van eiseres - eveneens de gemachtigde in de andere beroepen - bijgestaan door zijn kantoorgenoot drs. M.H. Pierik en P.J. van Heerwaarden RM RT GZV REV (taxateur). De heffingsambtenaar is verschenen, bijgestaan door [medewerker] . Verder waren aanwezig: [O.] namens [X] B.V., [B.] namens [Y] B.V. en [S.] namens Stichting [Z] .