Home

Rechtbank Noord-Nederland, 30-05-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2333, LEE 22/899

Rechtbank Noord-Nederland, 30-05-2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:2333, LEE 22/899

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
30 mei 2024
Datum publicatie
15 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:2333
Zaaknummer
LEE 22/899
Relevante informatie
Art. 22 WOZ, Art. 17 WOZ, Art. 16 WOZ

Inhoudsindicatie

Beroep tegen WOZ-beschikking. De rechtbank is van oordeel dat de stacaravans door natrekking eigendom zijn geworden van eiseres. De rechtbank acht het daarom juist dat bij de waardering van de onroerende zaak de stacaravans worden meegenomen, en wel door te doen alsof er jaarplaatsen mét stacaravan worden verhuurd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 22/899

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. drs. [naam gemachtigde van eiseres] RB),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ameland, de heffingsambtenaar

( [naam heffingsambtenaar] ),

als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Minister voor Rechtsbescherming (de Minister).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 december 2021.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres] te [vestigingsplaats] (de onroerende zaak) op 1 januari 2017 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 3.168.000. Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook de aanslag in de onroerendezaakbelasting van de gemeente Ameland voor het jaar 2018 opgelegd (de aanslag).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de onroerende zaak op 1 januari 2017 verlaagd naar € 3.059.000.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

Eiseres heeft bij brief van 5 april 2024 nadere stukken overgelegd.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 18 april 2024 op zitting behandeld, gezamenlijk met de beroepen van [naam 3] (LEE 22/894 en 22/897), [naam 4] (LEE 22/811 en 22/815) en [naam 5] (LEE 22/834 en 22/835). Hieraan hebben namens eiseres deelgenomen: de heer [naam 6] , de gemachtigde van eiseres – eveneens de gemachtigde in de andere beroepen – bijgestaan door zijn kantoorgenoot drs. [naam 7] en [naam 8] RM RT GZV REV (taxateur). De heffingsambtenaar is verschenen, bijgestaan door [naam 9] . Verder waren aanwezig: [naam 10] namens [naam 3] , [naam 11] namens [naam 4] en [naam 12] namens [naam 5] .

Feiten

Geschil en standpunten van partijen

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep