Rechtbank Oost-Brabant, 14-05-2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:2811, C/01/336798 FA RK 18-3724
Rechtbank Oost-Brabant, 14-05-2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:2811, C/01/336798 FA RK 18-3724
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 14 mei 2019
- Datum publicatie
- 15 mei 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2019:2811
- Formele relaties
- Prejudiciële vraag aan: ECLI:NL:HR:2019:1689
- Zaaknummer
- C/01/336798 FA RK 18-3724
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vragen, kinderalimentatie en niet-wijzigingsbeding:
1. Is een niet-wijzigingsbeding met betrekking tot kinderalimentatie gelet op de aard van de onderhoudsverplichting nietig?
2. Indien het antwoord op de vraag onder 1 ontkennend wordt beantwoord: is een niet-wijzigingsbeding met betrekking tot kinderalimentatie wel nietig wanneer ten nadele van de onderhoudsgerechtigde wordt afgeweken van de wettelijke en in de rechtspraktijk ontwikkelde maatstaven van behoefte en draagkracht?
3. Dient in geval het beding geldig is en de toets van artikel 1:159 lid 3 BW moet worden aangelegd deze toets net zo stringent te worden toegepast als bij partneralimentatie dan wel minder stringent?
Uitspraak
beschikking
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/336798 FA RK 18-3724
Uitspraak : 14 mei 2019
Beschikking van de meervoudige kamer betreffende alimentatie in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. J.J.M. van Asten,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. L.G.A.A. de Hondt-Buijs,
partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de vrouw en de man.
1 De procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- -
-
het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, ontvangen ter griffie op 30 juli 2018;
- -
-
het verweerschrift van de man met bijlagen;
- de correspondentie, waaronder met name:
- -
-
een F9-formulier met een brief met bijlagen van mr. Van Asten, gedateerd 30 augustus 2018;
- -
-
een F9-formulier met een brief met bijlagen van mr. Van Asten, gedateerd 17 januari 2019;
- -
-
een F9-formulier met een brief met bijlagen van mr. De Hondt-Buijs, gedateerd 17 januari 2019.
De zaak is behandeld ter zitting van 28 januari 2019. Verschenen zijn: partijen bijgestaan door hun advocaten.
2 De feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van [datum] is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op [datum] is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Uit het inmiddels ontbonden huwelijk van partijen zijn geboren:
- -
-
[minderjarige 1] , te [geboorteplaats] op [datum] 1999 en
- -
-
[minderjarige 2] , te [geboorteplaats] op [datum] 2003,
van wie enkel [minderjarige 2] nog minderjarig is.
[minderjarige 2] heeft het hoofdverblijf bij de vrouw. Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 2] .
Bij voornoemde beschikking van [datum] is, onder meer en voor zover hier relevant, bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal zijn. Tevens is in deze beschikking een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna ook: zorgregeling) tussen de man en de kinderen vastgesteld. Voorts is bepaald dat de man met ingang van 1 januari 2011 een bedrag van € 554,95 per kind per maand aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] (hierna ook: kinderalimentatie).
Bij tussenbeschikking van deze rechtbank van 1 juni 2012 is, onder meer en voor zover hier relevant, de zorgregeling tussen de man en de kinderen gewijzigd. Tevens is de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 17 februari 2012 voorlopig (nader) bepaald op € 240,00 per kind per maand.
Bij beschikking van deze rechtbank van 11 februari 2013 is, onder meer en voor zover hier relevant, het hoofdverblijf van [minderjarige 1] met ingang van 24 februari 2012 bij de man bepaald. Voorts is de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] op nihil gesteld en ten behoeve van [minderjarige 2] nader bepaald op € 277,00 per maand, een en ander met ingang van 24 februari 2012.
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemde tussenbeschikking van 1 juni 2012 en de eindbeschikking van 11 februari 2013. De man heeft incidenteel appel tegen beide beschikkingen ingesteld. Hangende het hoger beroep heeft de vrouw voorts een verzoekschrift tot wijziging van de zorgregeling ingediend bij deze rechtbank.
Partijen hebben vervolgens op [datum] 2013 overeenstemming bereikt over de tussen hen bestaande geschilpunten waarna zij beiden het hoger beroep hebben ingetrokken. De bereikte overeenstemming is neergelegd in een beschikking van deze rechtbank van 27 augustus 2013. Hierin is, onder meer en voor zover hier relevant, een gewijzigde zorgregeling vastgesteld tussen de man en [minderjarige 2] . Tevens is de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 2] met ingang van 1 september 2013 nader bepaald op € 325,00 per maand.
Partijen hebben ter aanvulling op de overeenstemming zoals deze in voornoemde beschikking van 27 augustus 2013 is neergelegd, een overeenkomst gesloten, genaamd “Aanhangels behorende bij de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant. Betreffende de overeenstemming bereikt op [datum] 2013”. Deze overeenkomst is ondertekend door de vrouw op [datum] 2013 en door de man op [datum] 2013 en bevat, onder meer en voor zover hier relevant, de navolgende afspraken:
1. De man zal aan de vrouw bij vooruitbetaling een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voldoen voor [minderjarige 2] van € 325,00 per maand met ingang van [datum] 2013. De bijdrage van de vrouw aan de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] is nihil. (...).
3. Partijen komen uitdrukkelijk overeen dat de hiervoor overeengekomen kinderalimentatie niet bij rechterlijke uitspraak zal worden gewijzigd op grond van een wijziging van omstandigheden. Een (positieve) inkomenswijziging of anderszins verhoging van de draagkracht aan de zijde van de vrouw dan wel de man zal niet tot enige wijziging kunnen leiden. In het geval de man in een werkloosheid- en/of arbeidsongeschiktheidssituatie komt te verkeren en zijn inkomen verlaagd zal een wijziging kunnen worden verzocht. (...).
4. Voor zover de beschikking van de rechtbank mocht afwijken van hetgeen partijen in onderling overleg en in dit aanhangsel zijn overeengekomen, zullen de bepalingen van de overeenstemming gelden boven hetgeen in de beschikking is bepaald, voor zover het niet om dwingend recht gaat.
Ingevolge de wettelijke indexering bedraagt de kinderalimentatie per 1 januari 2018 € 347,01 per maand en per 1 januari 2019 € 353,95 per maand.
3 Het verzoek en het verweer
De vrouw verzoekt wijziging van de beschikking van deze rechtbank van
27 augustus 2013, voor wat betreft de daarbij vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] , aldus dat deze bijdrage met ingang van 1 april 2018, althans met ingang van de datum van het verzoekschrift, althans met ingang van een datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen, nader wordt bepaald op € 650,00 per maand, althans op een bedrag dat door de rechtbank in goede justitie zal zijn bepaald.
Zij stelt dat voormelde beschikking als gevolg van gewijzigde omstandigheden heeft opgehouden te voldoen aan de wettelijke maatstaven.
De man voert hiertegen gemotiveerd verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar verzoek dan wel tot ontzegging van dit verzoek, met veroordeling van de vrouw in de kosten van dit geding.