Home

Rechtbank Oost-Brabant, 22-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2995, 21/1758

Rechtbank Oost-Brabant, 22-07-2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2995, 21/1758

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22 juli 2022
Datum publicatie
1 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:2995
Zaaknummer
21/1758

Inhoudsindicatie

WOZ. Waardering bedrijfswoning bij voormalig pluimveebedrijf. Uitspraak op bezwaar is voldoende gemotiveerd. Taxatiewijzer agrarisch. Onderbouwing met regionale verkoopcijfers. De heffingsambtenaar is in zijn bewijslast geslaagd met de door hem overgelegde taxatie waarbij hij van de juiste woninginhoud is uitgegaan. Eisers taxatie is op onderdelen onvoldoende inzichtelijk en daarin is ook van een onjuiste woninginhoud uitgegaan; daarmee is eiser niet geslaagd voldoende twijfel te zaaien ten aanzien van de onderbouwing van de heffingsambtenaar. Vastgestelde waarde niet te hoog. Beroep ongegrond. (Zaak van het voormalig pluimveebedrijf: ELCI:NL:RBOBR:2022:2994)

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 21/1758

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. M. Peeters),

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, de heffingsambtenaar

(gemachtigde: G.D. Staal).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser over de hoogte van de WOZ1-waarde van een agrarische bedrijfswoning aan [adres] .1.1 De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de bedrijfswoning [adres] met de beschikking van 24 februari 2021 vastgesteld op € 378.000. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2020 en geldt voor het kalenderjaar 2021. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar ook de aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) 2020 eigenarenheffing en de aanslag watersysteemheffing gebouwd opgelegd.

1.2

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 12 juni 2021 de waarde van de bedrijfswoning verlaagd van € 378.000 naar € 311.000, en ook de op die waarde gebaseerde aanslagen OZB en watersysteemheffing gebouwd verminderd. Daarbij heeft een toekenning van de proceskosten aan eiser ter hoogte van € 265 plaatsgevonden.1.3 Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

1.4

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5

Eiser en de heffingsambtenaar hebben nadien nog gereageerd op elkaar stukken.

1.6

De rechtbank heeft het beroep op 12 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. De behandeling van dit beroep heeft gezamenlijk plaatsgevonden met het beroep met het zaaknummer SHE 21/1809. In beide zaken zal afzonderlijk uitspraak worden gedaan.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep