Rechtbank Overijssel, 20-05-2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1800, 08/910047-19 (P)
Rechtbank Overijssel, 20-05-2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:1800, 08/910047-19 (P)
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 20 mei 2020
- Datum publicatie
- 26 mei 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2020:1800
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:9790, Niet ontvankelijk
- Zaaknummer
- 08/910047-19 (P)
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor het medeplegen van plofkraken in Duitsland en Nederland. De verdachten hebben opzettelijk een ontploffing teweeg gebracht, gebouwen vernield, geld gesloten en een poging daartoe. De rechtbank veroordeeld verdachte - een 37 jarige man uit Amsterdam - tot een gevangenisstraf van 48 maanden. De eigenaar van het winkelcentrum waar de Nederlandse plofkraak is gepleegd krijgt een schadevergoeding.
Uitspraak
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer 08/910047-19 (P)
Datum vonnis: 20 mei 2020
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] ,
nu verblijvende in P.I. Almelo te Almelo
1 Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 oktober 2019, 3 december 2019, 20 februari 2020 en 7 mei 2020.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.L.M. Verstegen en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De verdenking komt er, na de nadere omschrijving van de tenlastelegging op 3 december 2019, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 12 juli 2019 te Aken (Duitsland), samen met anderen, of alleen:
feit 1: een ontploffing teweeg heeft gebracht;
feit 2: een pand aan de [adres 2] , heeft vernield;
feit 3: geld heeft gestolen door middel van braak;
en dat verdachte op 9 juli 2019 te Landgraaf samen met anderen, of alleen:
feit 4: een ontploffing teweeg heeft gebracht;
feit 5: een pand aan het [adres 3] , heeft vernield;
feit 6: geprobeerd heeft geld te stelen door middel van braak.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
hij op of omstreeks 12 juli 2019 te Aken (Duitsland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in/op/aan een geldautomaat in een pand (aan de [adres 2] ) een of meerdere explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of dat pand en/of de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en/of de nabij gelegen panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoners van omliggende/bovenliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
2
hij op of omstreeks 12 juli 2019 te Aken (Duitsland), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gebouw of een getimmerte, te weten een pand (aan de [adres 2] ), opzettelijk heeft vernield of beschadigd door in/op/aan een geldautomaat in dat pand een of meerdere explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of dat pand en/of de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en/of de
nabij gelegen panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar voor een of meer bewoners van omliggende/bovenliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;
3
hij op of omstreeks 12 juli 2019 te Aken (Duitsland),tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat in een pand (aan de [adres 2] ) heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer) 114.810 euro, althans een -grote- hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bank 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door een of meer explosieven aan te brengen
in/op/aan die geldautomaat en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten
exploderen, althans door middel van braak en/of verbreking;
4
hij op of omstreeks 09 juli 2019 te Landgraaf, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in/op/aan een geldautomaat in een pand (aan het [adres 3] ) een of meerdere explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of dat pand en/of de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en/of de nabij gelegen
panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar
voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoners van omliggende/bovenliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;
5
hij op of omstreeks 09 juli 2019 te Landgraaf, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gebouw of een getimmerte, te weten een pand (aan het [adres 3] ), opzettelijk heeft vernield of beschadigd door in/op/aan een geldautomaat in dat pand een of meerdere explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of dat pand en/of de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en/of de nabij gelegen panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar voor een of meer bewoners van omliggende/bovenliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval levensgevaar voor een ander of
anderen, te duchten was;
6
hij op of omstreeks 09 juli 2019 te Landgraaf, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat in een pand aan het [adres 3] te Landgraaf weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan de [bank 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld/goed/goederen
onder hun/zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, zich heeft begeven naar (de omgeving van) het pand aan het [adres 3] te Landgraaf, waarna verdachte en/of verdachtes mededaders een of meer explosieven hebben/heeft aangebracht in/op/aan die geldautomaat en/of (vervolgens) die geldautomaat hebben/heeft doen/laten exploderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3 De voorvragen
De bevoegdheid van de rechtbank
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van deze zaak. In artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) wordt de relatieve bevoegdheid van de rechtbanken geregeld. De rechtbank die bevoegd is een zaak te behandelen, kan zijn de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen het feit is begaan, of de rechtbank in het rechtsgebied waarbinnen verdachte zijn woon- of verblijfsplaats heeft. Bij beide mogelijkheden gaat het niet om de rechtbank Overijssel. Dan geeft de wet de mogelijkheid dat de rechtbank binnen wiens rechtsgebied verdachte zich bevindt bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Het Openbaar Ministerie was bezig met een onderzoek naar een andere verdachte binnen het rechtsgebied van rechtbank Overijssel. In het verlengde van dat onderzoek werd medeverdachte [medeverdachte 1] gevolgd en werd [medeverdachte 1] tegelijk met verdachte aangehouden. Verdachte is na zijn aanhouding vanuit Limburg vervoerd naar Overijssel. Hij woont niet in dit rechtsgebied en het delict is niet in dit rechtsgebied gepleegd. De raadsman is tot de conclusie gekomen dat deze rechtbank niet bevoegd is van de zaak kennis te nemen.
Stanpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Overijssel bevoegd is om kennis te nemen van deze zaak. Het onderzoek Profit is gestart op een aantal andere verdachten en kort na de start van dat onderzoek is een aantal aanhoudingen verricht nadat bij een controle van een voertuig een pizzaschuif werd aangetroffen. Deze aanhoudingen en ook de daaruit voortvloeiende voorgeleidingen vonden plaats in het arrondissement Overijssel. Gedurende het verdere verloop van dat onderzoek kwam [medeverdachte 1] naar voren. Hij is als verdachte aangemerkt en kort daarna kwam het tot zijn aanhouding en die van zijn medeverdachten op 12 juli 2019. Op grond van artikel 6, eerste lid, Sv, brengt bij deelneming van meer dan één persoon aan hetzelfde strafbare feit, de bevoegdheid ten aanzien van één van de daders of medeplichtige personen, de bevoegdheid mede ten aanzien van de anderen. De officier van justitie concludeert dat de rechtbank bevoegd is ten aanzien van [medeverdachte 1] , en omdat de rechtbank Overijssel bevoegd is ten aanzien van [medeverdachte 1] , zij dat ook is ten aanzien van zijn medeverdachten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de raadsman het competentieverweer ook heeft gevoerd bij de rechter-commissaris op 15 juli 2019. De rechter-commissaris heeft zich destijds bevoegd verklaard, omdat het onderzoek Profit een aanvang nam door de aanhouding van andere verdachten in het arrondissement Overijssel, waardoor medeverdachte [medeverdachte 1] in beeld kwam en uiteindelijk ook in dit onderzoek is aangehouden. De raadsman heeft daartegen geen hoger beroep ingesteld bij de raadkamer van deze rechtbank. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de bevoegdheid van deze rechtbank tijdens het vooronderzoek en gedurende de inbewaringstelling als vaststaand heeft te gelden.
Uiteraard staat het de raadsman vrij de bevoegdheidsvraag in de hoofdzaak opnieuw te stellen. Voor de beoordeling van de bevoegdheidsvraag is, vanwege het overwogene in de vorige alinea op grond waarvan de bevoegdheid gedurende de inbewaringstelling als vaststaand heeft te gelden, het tijdstip van de gevangenhouding beslissend. De rechtbank stelt vast dat verdachte, zich vanaf het tijdstip van de vordering gevangenhouding, in het arrondissement Overijssel, te weten de penitentiaire inrichting te Almelo, heeft bevonden. Hiermee is op grond van artikel 2, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de bevoegdheid van de rechtbank ten opzichte van de verdachte (andermaal) gevestigd.
De rechtbank acht zich bevoegd en verwerpt het verweer van de raadsman.
De overige voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.