Rechtbank Overijssel, 10-11-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4855, C/08/260235 / HA ZA 21/15
Rechtbank Overijssel, 10-11-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:4855, C/08/260235 / HA ZA 21/15
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 10 november 2021
- Datum publicatie
- 27 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:4855
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2021:4856
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2023:6864, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- Zaaknummer
- C/08/260235 / HA ZA 21/15
Inhoudsindicatie
Gedaagde, een curator, heeft “tegenspraak” gedaan in een renvooiprocedure in een faillissementskwestie. Daar zijn partijen niet tot overeenstemming gekomen, waardoor een civiele procedure gevoerd moest worden. Eisers stellen in deze civiele procedure dat de curator geen “tegenspraak” had kunnen doen en de zaak dus moet worden terugverwezen naar de rechter-commissaris.
De rechtbank oordeelt dat de wet die mogelijkheid wel geeft, en houdt de zaak aan zich.
Aan eisers wordt een bewijsopdracht gegeven ten aanzien van de vraag of er sprake was van een “tegengesteld belang” toen zij leningsovereenkomsten aangingen met de (later gefailleerde) ondernemingen waarvan dezelfde persoon de bestuurder was.
Uitspraak
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer : C/08/260235 / HA ZA 21/15
Vonnis van 10 november 2021
in de zaak van
1 Jobaro Investment B.V.
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
hierna te noemen: Jobaro,
2. Katalysator-Management B.V.
gevestigd te Ugchelen
hierna te noemen: Katalysator,
eiseressen
hierna gezamenlijk te noemen: Jobaro c.s.
advocaat: mr. C.P.B. Kroep en mr. A.W. Tieman te Enschede,
tegen
1 Coöperatieve Rabobank U.A.
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde sub 1,
hierna te noemen: Rabobank,
advocaat mr. W. Mollema te Leeuwarden,
2. de heer mr. H. Aarnink, handelend in de hoedanigheid van curator in het faillissement van Cordonnier B.V.
laatstelijk ingeschreven te Enschede,
gedaagde sub 2,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. R.A. Shenouda te Enschede.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het tussenvonnis van 7 april 2021 en hetgeen daarin is overwogen over het procesverloop;
- -
-
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling d.d. 14 juni 2021 met daaraan gehecht de pleitnotities van de zijde van Jobaro c.s. en de pleitnota van de curator, alsmede het slotwoord van de heer [A] alsook de reactie op het proces-verbaal van de zijde van Jobaro c.s. d.d. 29 juni 2021, en de reactie op het proces-verbaal van de curator d.d. 5 juli 2021.
Ter zitting hebben partijen vonnis gevraagd, welk vonnis (nader) is bepaald op heden.
De rechtbank verwijst de zaak naar de meervoudige kamer. Ter zitting is deze mogelijkheid met partijen besproken en partijen hebben ingestemd met behandeling door een meervoudige kamer zonder een nieuwe mondelinge behandeling ten overstaan van deze meervoudige kamer, op voorwaarde dat de rechter die de mondelinge behandeling heeft gedaan voorzitter van de meervoudige kamer is. Aan deze voorwaarde is voldaan, zodat thans vonnis kan worden gewezen zonder nieuwe mondelinge behandeling.