Home

Rechtbank Overijssel, 09-06-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:5006, C/08/255329 / HA ZA 20-410

Rechtbank Overijssel, 09-06-2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:5006, C/08/255329 / HA ZA 20-410

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
9 juni 2021
Datum publicatie
17 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:5006
Formele relaties
Zaaknummer
C/08/255329 / HA ZA 20-410

Inhoudsindicatie

Geschil inzake huurovereenkomst, geldlening en overeenkomst van opdracht. Vorderingen t.a.v. gedaagde onderneming niet ontvankelijk verklaard: onderneming heeft opgehouden te bestaan. Vorderingen t.a.v. bestuurder van voormalige onderneming afgewezen.

Uitspraak

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : C/08/255329 / HA ZA 20-410

Vonnis van 9 juni 2021

in de zaak van

[X] ,

wonende te [woonplaats] , Portugal,

eisende partij, verwerende partij in het incident,

advocaat: mr. E.T.J.A.M. Nijkamp te Hengelo Ov,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RESTART YOUR ENERGY B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo (Ov.),

gedaagde,

niet verschenen,

2. [Y],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij, eisende partij in het incident,

advocaat: mr. A.J. Morsink te Enschede.

Partijen zullen hierna respectievelijk worden genoemd [X] , RYE en [Y] (RYE en [Y] gezamenlijk ook wel gedaagden genoemd).

1 De procedure in de hoofdzaak en het incident

1.1.

Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en in het incident blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 3 februari 2021,

-

het verzoek vonnis van [Y] in het incident,

-

het B-8 formulier van [X] , houdende een nieuwe versie van productie 13 bij dagvaarding,

-

de akte overlegging producties van [X] ,

-

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 22 april 2021 in de hoofdzaak en in het incident, waarbij de advocaat van [X] een pleitnota heeft overgelegd, die aan het proces-verbaal is gehecht.

1.2.

Vervolgens heeft de rechtbank vonnis bepaald, zowel in de hoofdzaak als in het incident, welk vonnis heden wordt uitgesproken.

2 De feiten in de hoofdzaak en het incident

2.1.

[Y] zocht medio september 2018 een locatie om een resort in het buitenland te beginnen voor life-style retraites.

2.2.

[X] heeft een quinta in Portugal en reageerde op de oproep die [Y] had geplaatst.

2.3.

[Y] is van 6 tot 9 oktober 2018 bij [X] in Portugal geweest en partijen hebben nadien ieder voorbereidingen voor de realisatie van het resort getroffen.

2.4.

[X] is eind oktober 2018 naar Nederland gekomen en partijen hebben toen in aanwezigheid van [B] , de ex-echtgenoot van [Y] , afspraken gemaakt die door [X] zijn vastgelegd in het als productie 6 bij conclusie van antwoord overgelegde document ‘Samenvatting van onze afspraken’. De inhoud hiervan luidt als volgt:‘Samenvatting van onze afspraken

[Y] geeft een "go" voor het maken van de website.

Er worden 3 tenten besteld die na 3 februari kunnen aankomen in Portugal.

[B] zorgt er voor dat [X] de maten krijgt voor de vlinders en info over volume van de tenten.

[X] laat in de slaapkamer beneden een badkamer maken.

Hij bestelt hout voor de vlinders 6.50 x 8.00 m. Bij de tenten laat hij aansluitingen maken voor elektriciteit en water + afvoer voor toilet en badkamer.

Ook voor het appartement zorgt [X] alvast voor een afvoer voor badkamers en toiletten.

Het veld wordt (grotendeels) ontdaan van fruitbomen, uitgevlakt en opnieuw ingezaaid.

[X] zorgt voor verwijdering van de wijnranken rondom het zwembad en bij het achterveld, laat de muur ophogen en plant laurier.

Verder gaat [X] informeren naar prijzen voor een sauna en whirlpool. Het bovengrasveld wordt ook versneld van gras voorzien.

Start van het project 1 maart.

Uitgangspunt is uiteindelijk de koop van het huis voor 495.000€ . Over de inventaris worden nog nadere afspraken gemaakt.

Het eerste jaar betaalt [Y] (naar keuze per maand, driemaandelijks of in twee gedeelten) in totaal

20.000€ .

Worst case scenario:

Verlies [Y] :

Website voor niets gemaakt, w.s. gehele investering kwijt.

Tenten gekocht, w.s. voor dezelfde prijs te verkopen.

Huurprijs van 20.000€ kwijt, wellicht nog gedeeltelijk terug te ploegen door verhuur aan vakantiegangers.

Verlies [X] :

Kosten voor het maken van badkamer beneden, gedeeltelijk terug te verdienen vanwege opwaardering huis.

Water aan- en afvoeren en electrische aansluitingen t.b.v. tenten en appartementen, nauwelijks waardetoevoeging dus afschrijven.

Houten vlonders: afschrijven.

Versneld tuinonderhoud: gedeeltelijk afschrijven.

De afgesproken prijs van 20.000 € dekt voor een marginaal gedeelte het verlies aan huurinkomsten en het feit dat [X] elders moet huren of kopen.

[X] gaat er vanuit dat het wél goed gaat lopen maar mócht het uitdraaien op het worst case scenario, dan verwacht ik dat ik financieel de grootste veer zal laten. Het volgende hebben we niet afgesproken:

Ik wil vanwege mijn grotere risico voorstellen dat [Y] nadenkt over een percentage van de winst als het wél goed gaat als compensatie voor dit risico, in het geval van worst case, kost het haar niets. Loopt het wél goed, dan heeft [X] "het goede lootje" getrokken.

Zodra ik van alles exacte cijfers heb, zal ik die toesturen.

Grtjs.,

[X]

2.5.

[Y] heeft voor het project RYE opgericht, welke vennootschap op 23 november 2018 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, met als enig aandeelhouder Restart Holding BV en als enig bestuurder [Y] .

2.6.

Later zijn partijen overeengekomen dat eerst een halfjaar zou worden gehuurd tegen een huursom van € 10.000,-- en is op 23 april 2019 door [X] als verhuurder en RYE, vertegenwoordigd door [Y] , als huurder getekend een ‘concept overeenkomst huurcontact’, waarin onder meer het volgende is bepaald:‘Contract 1Ingaande 01-05-2019 met een periode van 6 maanden eindigend op 30 november 2019, huurprijs € 10.000,00, te voldoen uiterlijk op einddatum contract.

Op 15-11-2019 vindt er een evaluatie plaats tussen verhuurder en huurder waarin besloten wordt of het contract wordt voortgezet voor een periode van 6 of 12 maanden.

Alle hiervoor genoemde voorwaarden zijn van kracht in verlengende contracten, met een einddatum van 30-04-2022. Op voornoemde datum besluiten verhuurder en huurder respectieveljjk tot verkoop en aankoop van voornoemde onroerend goed.

De prijs is vastgesteld op € 495.000,00 zonder makelaarskosten plus gedane investeringen door verhuurder aan het onroerend goed en buitenterrein, bedrag nader vast te stellen.

Wordt het contract ontbonden dan vervallen alle eigendommen van huurder zowel in het pand evenals op het buitenterrein aan verhuurder zonder verdere verplichtingen. (...)

2.7.

[X] heeft de quinta verlaten op 7 mei 2019 en RYE heeft de eerste gasten op 10 mei 2019 in de quinta ontvangen. Omdat verdere boekingen uitbleven en er wrijvingen tussen partijen ontstonden, hebben RYE en [Y] de quinta op 19 juli 2019 verlaten, waarmee de samenwerking tussen partijen is beëindigd.

2.8.

Op 2 september 2020 is RYE uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarbij is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 28 augustus 2020.

2.9.

[X] heeft conservatoir beslag doen leggen op de onroerende zaak van [Y] , staande en gelegen aan de [adres] te [plaats] , op roerende zaken van [Y] en ten laste van [Y] onder ING Bank NV.

3 3. De vordering in de hoofdzaak

3.1.

[X] vordert -samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad gedaagden te veroordelen, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten, tot betaling aan [X] van het bedrag van € 147.921,13, althans een zodanig bedrag als de rechtbank vermeent te behoren, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, inclusief de beslagkosten.

3.2.

[X] legt samengevat aan zijn vordering ten grondslag dat hij van RYE uit hoofde van huur, geldlening en overeenkomst van opdracht opeisbaar te vorderen heeft een bedrag van € 147.921,13, welk bedrag is opgebouwd als volgt:- € 10.000,-- uit hoofde van huurovereenkomst (productie 6.1 bij dagvaarding) en daarvoor verzonden factuur van november 2019 (productie 6.2 bij dagvaarding);- € 15.467,-- uit hoofde van geldleningen, waarvoor wordt verwezen naar bankafschriften (producties 7.1 tot en met 7.3 bij dagvaarding);- € 122.454,13 uit hoofde van overeenkomst van opdracht, waarbij [X] in opdracht van RYE, bij monde van [Y] , internetabonnementen heeft geregeld, rekeningen heeft betaald en aankopen heeft gedaan en betaald en waarvoor wordt verwezen naar het gecorrigeerde overzicht (productie 8 bij dagvaarding) en de betreffende facturen en betalingsbewijzen (producties 8.1 tot en met 8.74).

Op genoemde bedragen is in mindering gebracht hetgeen [Y] aan [X] heeft betaald, te weten € 4.227,11 ter zake kosten voor tenten (productie 9 bij dagvaarding) en € 521,84 voor kosten (productie 10 bij dagvaarding).

3.3.

Hoewel [X] een vordering heeft op RYE is [Y] aansprakelijk als bestuurder voor het hiervoor genoemde bedrag op grond van onrechtmatige daad, nu zij als bestuurder namens de BV de verplichtingen is aangegaan terwijl zij op dat moment wist, of redelijkerwijs behoorde te begrijpen, dat RYE niet of niet binnen een redelijke termijn aan die verplichtingen zou kunnen voldoen jegens [X] en geen verhaal zou bieden voor de schade ten gevolge van die tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen (Beklamel-norm). Bij brief van 21 april 2020 zijn gedaagden gemaand om tot betaling over te gaan, waarbij ingebrekestelling heeft plaatsgevonden.

3.4.

[Y] concludeert om [X] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, althans deze af te wijzen en hem te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente daarover in geval van niet-tijdige betaling daarvan. Zij stelt daartoe als volgt.

3.5.

Er is geen sprake van een huurovereenkomst, nu er nog slechts sprake was van een concept ten aanzien waarvan nog niet alle details waren afgesproken en die niet voldoet aan de wettelijk daaraan te stellen eisen. De aanwezigheid van en het gebruik door RYE heeft slechts geduurd van 10 mei tot 19 juli 2019 en het betalen van huur zou pas aan de orde zijn indien en voor zover er voldoende inkomsten uit de boekingen gegenereerd zouden worden. Daarbij komt dat [X] in het gehuurde bleef wonen. Van geldleningen was ook geen sprake. De door [X] onder die noemer gevorderde bedragen betroffen transacties van Dome Adventure, een onderneming van de (inmiddels ex-)echtgenoot van [Y] , de heer [B] , hierna te noemen [B] , en [X] . Ook van een overeenkomst van opdracht was geen sprake. De gevorderde bedragen zien op aankopen en investeringen door [X] zelf gedaan ten behoeve van het achterstallig onderhoud aan zijn quinta en het buitenterrein en/of ten behoeve van Dome Adventure. [X] heeft, afgezien van één factuur op 4 juli 2019 -die is betaald-, ook nooit een factuur aan RYE/ [Y] gestuurd. Alle aankopen zijn nog in het bezit van [X] , die de quinta inmiddels zelf verhuurt, inclusief de spullen van RYE. Dit stemt overeen met het ‘worse case scenario’ zoals diverse keren door [X] vastgelegd. is waarschijnlijk door [B] aangezet om deze procedure te voeren, waarvoor wordt verwezen naar whatsapp verkeer tussen [B] en [X] (productie 30 bij conclusie van antwoord).

3.6.

Beide partijen bieden bewijs aan van hun stellingen. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover relevant, nader worden ingegaan.

4 De vordering in het incident4.1. [Y] vordert, op voet van het bepaalde in artikel 223 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om [X] te gebieden binnen twee dagen na het ten deze te wijzen vonnis alle door hem gelegde beslagen op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [X] in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente daarover in geval van niet-tijdige betaling daarvan.

5 De beoordeling in de hoofdzaak5.1. Blijkens het door [Y] overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel is RYE per 2 september 2020 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarbij is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan, omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 28 augustus 2020. Als reden voor ontbinding staat genoteerd ‘Ontbindingsbesluit’. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [Y] toegelicht dat de BV is ontbonden bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders op advies van haar accountant. Op grond van het bepaalde in artikel 19 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) houdt de rechtspersoon daarmee op te bestaan, tenzij er nog baten zijn. In dat geval blijft, ingevolge het bepaalde in artikel 19 lid 5 BW, de rechtspersoon bestaan, doch uitsluitend voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen nodig is.Nu gesteld, noch gebleken is dat RYE nog over baten beschikt, dient ervan te worden uitgegaan dat RYE is opgehouden te bestaan, zoals ook geregistreerd door de Kamer van Koophandel. [X] moet om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering jegens RYE. Weliswaar biedt artikel 2:23c BW voor een belanghebbende de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken de vereffening te heropenen indien na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, maar gesteld, noch gebleken is dat [X] voornemens is een dergelijk verzoek te doen.

6 De beoordeling in het incident6.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 223 Rv. kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De rechtbank overweegt dat aan het vereiste dat de vordering moet samenhangen met de hoofdvordering, zoals ingesteld bij dagvaarding, is voldaan. Een voorlopige voorziening, gegeven op de voet van dit artikel, verliest evenwel haar werking zodra in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan in de instantie die de voorziening heeft verleend, ongeacht of tegen die einduitspraak een rechtsmiddel wordt aangewend en ongeacht of die einduitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.

7 De beslissing