Home

Rechtbank Overijssel, 08-04-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2152, C/08/327436 / KG ZA 25-6

Rechtbank Overijssel, 08-04-2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:2152, C/08/327436 / KG ZA 25-6

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
8 april 2025
Datum publicatie
16 april 2025
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:2152
Zaaknummer
C/08/327436 / KG ZA 25-6

Inhoudsindicatie

Landstede heeft een aanbesteding gepubliceerd ten behoeve van het verzorgen van busvervoer van leerlingen/studenten van Landstede. DVG is op de tweede plek geëindigd. Gebo heeft de winnende inschrijving gedaan en Landstede is voornemens de opdracht aan haar te gunnen. DVG is dit kort geding gestart omdat volgens haar Gebo moet worden uitgesloten van deze aanbesteding vanwege het verzwijgen van een eerdere ‘valse verklaring’. Zij vordert – kort gezegd – intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en gunning aan haar danwel heraanbesteding. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zowel Gebo als Landstede zich niet heeft gehouden aan de aanbestedingsrechtelijke spelregels. Gebo heeft in de onderhavige aanbestedingsprocedure opnieuw een valse verklaring afgelegd en Landstede had Gebo om die reden moeten uitsluiten van de onderhavige aanbesteding. De voorzieningenrechter zal een deel van de vorderingen van DVG toewijzen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/327436 / KG ZA 25-6

Vonnis in kort geding van 8 april 2025

in de zaak van

DE VIER GEWESTEN B.V.,

te Rijen,

eisende partij in het kort geding,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: DVG,

advocaten: mr. M.C. Briaire en mr. E.H.L. Snijders-van Erp,

tegen

STICHTING LANDSTEDE,

te Zwolle,

gedaagde partij in het kort geding,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: Landstede,

advocaat: mr. L.M. Goeree,

en waarin heeft gevorderd als partij zich te mogen voegen aan de zijde van Landstede:

de besloten vennootschap

GEBO TOURS B.V.,

statutair gevestigd te Nieuwleusen,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. D. van Hijkoop.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de incidentele conclusie tot voeging

- de aanvullende productie van DVG- de akte overlegging producties van Landstede

- de producties van Gebo- de mondelinge behandeling van 26 maart 2025, ter gelegenheid waarvan de drie raadslieden spreekaantekeningen hebben overgelegd en de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

2 Waar gaat het over?

Landstede heeft een aanbesteding gepubliceerd ten behoeve van het verzorgen van busvervoer van leerlingen/studenten van Landstede. DVG is op de tweede plek geëindigd. Gebo heeft de winnende inschrijving gedaan en Landstede is voornemens de opdracht aan haar te gunnen. DVG is dit kort geding gestart omdat volgens haar Gebo moet worden uitgesloten van deze aanbesteding vanwege het verzwijgen van een eerdere ‘valse verklaring’. Zij vordert – kort gezegd – intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing en gunning aan haar danwel heraanbesteding. De voorzieningenrechter is van oordeel dat zowel Gebo als Landstede zich niet heeft gehouden aan de aanbestedingsrechtelijke spelregels. Gebo heeft in de onderhavige aanbestedingsprocedure opnieuw een valse verklaring afgelegd en Landstede had Gebo om die reden moeten uitsluiten van de onderhavige aanbesteding. De voorzieningenrechter zal een deel van de vorderingen van DVG toewijzen. Hij zal die beslissing hieronder verder toelichten.

3 De feiten

3.1.

Op 23 september 2024 heeft Landstede een Europese openbare aanbesteding Busvervoer gepubliceerd. De opdracht ziet op het verzorgen van busvervoer voor leerlingen en studenten van Landstede.

3.2.

Gunning vindt plaats op grond van het criterium economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

3.3.

In het Beschrijvend Document staat:

“Met deze aanbesteding nodigen wij u uit om een inschrijving te doen voor het verzorgen van het busvervoer voor onze leerlingen en studenten. Wij hechten grote waarde aan veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het vervoer. Het doel van deze aanbesteding is om dienstverleners te selecteren die hoogwaardige vervoersdiensten leveren, waarbij de tevredenheid en het welzijn van de leerlingen en studenten centraal staan.”

en:

“Uitsluitingsgronden

In Deel III van het UEA leest u welke uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Uw inschrijving is ongeldig als één van de uitsluitingsgronden van toepassing is.

Het UEA kent drie verschillende soorten uitsluitingsgronden:

• Deel III.A: Gronden die verband houden met strafrechtelijke veroordelingen.

• Deel III.B: Gronden die verband houden met de betaling van belastingen of sociale premies.

• Deel III.C: Gronden met betrekking tot insolventie, belangenconflict of beroepsfouten.”

In bijlage A Aanbestedingsvoorwaarden bij het Beschrijvend Document staat:

“Verificatie gegevens Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA)

Bij de bekendmaking van de gunningsbeslissing vragen we de bewijsstukken op ter controle van de gegevens in het UEA van de inschrijver aan wie wij de opdracht hebben gegund. Hieronder leest u hoe dat in zijn werk gaat. Indien hier aanleiding voor is controleren we soms de gegevens al voordat we de gunningsbeslissing bekend maken.”

In Bijlage C1 bij het Beschrijvend Document staat:

“Deel III C: Gronden met betrekking tot insolventie, belangenconflicten of beroepsfouten

Bij deze aanbestedingsprocedure zijn de volgende uitsluitingsgronden van toepassing:

Aan te kruisen door □ Geen

aanbestedende dienst,  1. Schending verplichtingen o.b.v. milieu-, sociaal- of arbeidsrecht

aanbestedende entiteit. Deze  2. Faillissement, insolventie of gelijksoortig

gronden zijn facultatief zowel  3. Ernstige beroepsfout

boven als onder de Europese  4. Vervalsing van de mededinging

aanbestedingsdrempel.  5. Belangenconflict

 6. Betrokken bij de voorbereiding

 7. Prestaties uit het verleden

 8. Valse verklaring

 9. Onrechtmatige beïnvloeding

en:

“ Valse verklaring

Wetsverwijzing(en): Artikel 2.87, lid 1h Aanbestedingswet 2012

Juridische beschrijving: Kan de ondernemer bevestigen dat: hij zich niet in ernstige mate

schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken

van de informatie die nodig is om te controleren of er geen gronden

voor uitsluiting zijn dan wel of aan de selectiecriteria wordt

voldaan, hij dergelijke informatie niet heeft achtergehouden, hij de

door de aanbestedende dienst of aanbestedende entiteit gevraagde

ondersteunende documenten onverwijld heeft kunnen overleggen.

Door te antwoorden met 'Ja' geeft u aan dat u voldoet aan deze eis.

Voldoet u aan deze eis? O Ja

O Nee”.

3.4.

Er hebben zich drie partijen ingeschreven, waaronder DVG en Gebo. DVG heeft samen met haar franchisenemers Touringcarbedrijf IJsseltours B.V. en TCR Tours B.V. als onderaannemers ingeschreven.

3.5.

Op 14 november 2024 heeft Landstede aan de inschrijvers bericht dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan de voorlopige winnaar van de aanbesteding: Gebo.

DVG is op de tweede plaats geëindigd.

3.6.

Op verzoek van DVG heeft op 27 november 2024 een evaluatiegesprek plaatsgevonden waarin Landstede het gunningsbesluit nader heeft toegelicht.

3.7.

Bij brief van 29 november 2024 heeft DVG nogmaals haar bezwaren schriftelijk uiteengezet. In de brief staat onder meer:

“ De winnende partij, Gebo Tours B.V., is in het verleden is uitgesloten van een aanbesteding vanwege het verstrekken van onjuiste informatie. Concreet gaat het om een aanbesteding van het busvervoer CSG [bedrijf] in 2023, waarbij Gebo Tours werd uitgesloten vanwege het indienen van een valse verklaring als bedoeld in artikel 2.87 lid 1 sub h Aanbestedingswet 2012. Deze uitsluiting resulteerde in het intrekken van de voorlopige gunning. Gebo Tours B.V. heeft dus deel IIIC van de UEA, Gronden met betrekking tot insolventie, belangenconflicten of beroepsfouten in het UEA met Nee’ behoren te beantwoorden. Wanneer Gebo Tours B.V. dat ook gedaan heeft, wat is dan de reden dat u Gebo Tours B.V. toch niet heeft uitgesloten?

Wanneer zij hier ‘Ja’ hebben aangegeven dan verzoek ik u dit te beschouwen als een

uitsluitingsgrond en alsnog over te gaan tot uitsluiting van Gebo Tours B.V.”

3.8.

Bij brief van 3 december 2024 heeft Landstede gereageerd op de brief van

29 november 2024 van DVG. In de brief staat onder meer:

“ U geeft aan dat de winnende partij, Gebo Tours B.V., in het verleden is uitgesloten voor

deelname aan een aanbesteding op basis van het indienen van een valse verklaring als

bedoeld in artikel 2.87 lid 1 sub h Aanbestedingswet 2012. U verwijst hierbij naar een

specifieke aanbesteding die uitgevoerd is door de aanbestedende dienst CSG [bedrijf] in

2023.

(...)

Het uitgangspunt is, dat een aanbestedende dienst in beginsel moet uitgaan van de juistheid

van (verklaringen in) de inschrijvingen. Slechts in geval van gerede twijfel of de inschrijver

voldoet aan een gestelde eis, is de aanbestedende dienst gehouden daar nader onderzoek

naar te verrichten. U heeft onvoldoende aangevoerd om gerede twijfel over de inschrijving van

Gebo Tours B.V. te doen ontstaan.

Ten overvloede merken wij op dat er meerdere redenen denkbaar kunnen zijn dat een

ingediend UEA niet leidt tot uitsluiting van een inschrijving. Landstede Groep is van mening

dat de genomen gunningsbeslissing juist is en blijft derhalve bij haar beslissing de opdracht

aan Gebo Tours B.V. te gunnen.

Wij hopen hiermee u vragen beantwoord te hebben.”

3.9.

Bij e-mailbericht van 3 december 2024 heeft DVG op voornoemde brief van Landstede gereageerd. In het e-mailbericht staat onder meer:

“ Vandaag (3 december 2024) omstreeks 13:30 uur heeft DVG reactie van u ontvangen op de door haar geformuleerde bezwaren. In uw reactie geeft u – kort gezegd – aan dat de bezwaren van DVG ten aanzien van Gebo onvoldoende zijn onderbouwd. Bijgaand treft u de brief van Inkada B.V. van 23 februari waaruit volgt dat Gebo is uitgesloten van de aanbesteding busvervoer van CSG [bedrijf] vanwege het afleggen van een valse verklaring.”

In die brief van Inkada B.V. staat onder meer:

“ De op 20 januari 2023 verstuurde voorlopige gunning voor de aanbesteding busvervoer van CSG [bedrijf] wordt ingetrokken. Na verificatie is gebleken dat Gebo Tours BV. onjuiste informatie heeft verstrekt die door Aanbestedende dienst is aangemerkt als het afleggen van een valse verklaring als bedoeld in artikel 2.87 lid 1 sub h Aanbestedingswet 2012. Dit leidt tot uitsluiting van Gebo Tours BV. van de verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure.”

3.10.

Landstede heeft vervolgens twee keer de Alcateltermijn verlengd.

3.11.

Bij brief van 30 december 2024 heeft Landstede onder meer het volgende bericht aan DVG:

Bezwaar

Uw cliënte, De Vier Gewesten B.V. (DVG), is tweede geworden bij de voornoemde aanbesteding. Zij heeft

zich tot cliënte gewend waarbij zij heeft aangegeven zich niet te kunnen vinden in de (voorlopige)

gunningsbeslissing aangezien naar haar mening de nummer 1, Gebo Tours B.V., uitgesloten dient te

worden van deelname aan de aanbesteding.

Daartoe heeft uw cliënte aangevoerd dat Gebo bij een andere, eerdere, aanbesteding is uitgesloten op

grond van een valse verklaring en vraagt uw cliënte zich af de UEA wel juist ingevuld zou zijn. Cliënte

heeft aangegeven dat zij uit mag gaan van de juistheid van hetgeen de inschrijver op papier zet tenzij er

sprake is van gerede twijfel. De standpunten van uw cliënte waren daartoe onvoldoende onderbouwd.

Bij mail van 3 december jl. stuurt u namens uw cliënte als bijlage de brief van Inkada B.V. van 23 februari

2023 ter zake de aanbesteding van CSG [bedrijf] en verzoekt u om alsnog inhoudelijk te reageren

alsmede opschorting van de Alcatel termijn.

Bij mailbericht van 4 december jl. geeft u aan dat de reactie van Landstede Groep “een heldere motivering

moet bevatten van de redenen waarom Landstede-ondanks dat de facultatieve uitsluitingsgrond inzake

‘valse verklaring’ van toepassing lijkt- heeft besloten niet over te gaan tot uitsluiting. ”

Nadere informatie

Alhoewel Landstede Groep van mening is dat er enkel sprake is van summiere twijfels, nu uw cliënte niet

meer heeft gesteld dan een enkele uitsluiting van een aanbesteding waarvan de inschrijvingstermijn al

bijna twee jaar geleden is gesloten, heeft Landstede Groep volledigheidshalve nader onderzoek gedaan.

Landstede Groep heeft om nadere informatie en stukken gevraagd bij Gebo Tours B.V. Dit nader

onderzoek ziet op het vragen van een toelichting op de uitsluiting ter zake de aanbesteding van CSG

[bedrijf] en het al dan niet verstrekken van onjuist informatie dan wel het afleggen van een valse

verklaring.

Gebo Tours B.V. heeft deze nadere toelichting verschaft en onderbouwd met een viertal bijlages.

Vervolgens heeft Landstede Groep aanvullend nadere specifieke vragen gesteld alsmede verzocht om

aan te geven waarom Gebo Tours B.V. geen melding heeft gedaan van de uitsluiting van de aanbesteding

van CSG [bedrijf] bij het invullen van de UEA in onderhavige aanbesteding.

Conclusies nadere toelichting

Op basis van de hiervoor gestelde vragen en ontvangen informatie van Gebo Tours B.V. kan ik u berichten

dat in de aanbesteding ter zake CSG [bedrijf] Gebo Tours in haar inschrijving had aangegeven dat zij

in Q1 2024 kon beschikken over een tweetal elektrische bussen. Gebo Tours is vervolgens bij verificatie

verzocht om bewijsstukken. Gebo Tours kon op basis van een samenwerking beschikken over één bus

en de andere bus had zij besteld bij VDL en zou in Q1 geleverd worden. Door [bedrijf] is verzocht om

een verklaring van de leverancier VDL die de informatie van Gebo Tours ondersteunde ter zake de

aankoop van de elektrische bus. Vervolgens bleek dat VDL vanwege financiële problemen de bus niet

meer zou kunnen leveren. Nu Gebo Tours niet over de tweede elektrische bus kon beschikken in Q1 is

zij door CSG [bedrijf] uitgesloten.

Gebo Tours heeft bovenstaande toelichting met bewijsstukken aan Landstede Groep verstrekt. Landstede

Groep heeft onder andere de aankoopovereenkomst (met leveringsdatum) ontvangen, de brief van VDL

met de mededeling dat levering niet meer mogelijk is in Q1 en het mailverkeer met Inkada B.V. (het

bureau dat de aanbesteding voor CSG [bedrijf] begeleidde).

Ter zake de vraag waarom in onderhavige aanbesteding van Landstede Groep geen mededeling is gedaan

van de uitsluiting op grond van een valse verklaring heeft Gebo Tours laten weten dat zij van mening is

dat zij in de aanbesteding van CSG [bedrijf] zich niet in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan

het verstrekken van valse verklaringen bij het verstrekken van informatie die nodig is om te controleren

of er geen gronden voor uitsluiting zijn dan wel of aan de selectiecriteria wordt voldaan noch heeft zij

dergelijke informatie achtergehouden.

Oordeel Landstede Groep

Landstede Groep heeft met bovenstaand nader onderzoek voldaan aan haar controleplicht en daarbij

aangehaakt op de summiere twijfels bij de klagende inschrijver.

Uw cliënte stelt bij bezwarenbrief van 29 november jl. dat Gebo Tours bij deel IIIC van de UEA ‘Nee’ had

behoren in te vullen nu zij bij de aanbesteding van [bedrijf] in februari 2023 is uitgesloten op grond

van valse verklaringen. Daarmee stelt uw cliënte dat Gebo Tours zich in het verleden heeft schuldige

gemaakt aan een ernstige beroepsfout.

Landstede Groep deelt die mening niet. Gebo Tours heeft onderdeel IIIC van de UEA met ‘Ja’ ingevuld en

Landstede Groep meent dat dit juist is.

Gelet op de hierboven weergegeven conclusie ter zake de nadere toelichting is Landstede Groep van

mening dat er geen sprake is geweest van een ernstige beroepsfout. Gekeken dient te worden naar de

achterliggende ‘beroepsfout’ als gevolg waarvan er volgens CSG [bedrijf] destijds sprake was van het

afgeven van een valse verklaring. Landstede Groep is van mening dat er ter zake de achterliggende casus

geen sprake is van een ernstige beroepsfout. Er is niet gebleken van een bewuste onjuistheid bij de

inschrijving dan wel misleiding. Noch van een ernstige nalatigheid. Naar het oordeel van Landstede Groep

is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden als gevolg waarvan Gebo Tours niet aan

hetgeen zij in het kader van de kwalitatieve gunningscriteria in haar inschrijving op de aanbesteding van

CSG [bedrijf] had gesteld, kon voldoen. De vraag kan zelfs gesteld worden of de toepassing van de

uitsluitingsgrond van de valse verklaring door [bedrijf] wel terecht is geweest, nu het gaat om

informatie in het kader van de gunningscriteria die niet waargemaakt kon worden en niet om informatie

met betrekking tot de uitsluitingsgronden of geschiktheidseisen waarop artikel 2.87 lid 1 sub h ziet (zie

ook de noot van Bax bij Vzr. Rb. Den Haag 13-05-2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7349, JAAN 2024/105).

(...)

Voorts wijs ik erop dat een uitsluiting op grond van artikel 2.87 lid 1 sub h in onderhavige aanbesteding

niet aan de orde is. Voor uitsluiting op die grond dient het te gaan om een valse verklaring in het kader

van de onderhavige aanbestedingsprocedure en niet in het kader van eerdere aanbestedingen. Dit blijkt

in het bijzonder uit het feit dat de wetgever geen terugkijktermijn voor de uitsluitingsgrond heeft

vastgesteld (artikel 2.87 lid 2)2. Bovendien moet, wil deze uitsluitingsgrond van toepassing zijn, sprake

zijn van het zich “in ernstige mate schuldig maken” aan een valse verklaring, zo volgt uit het Esaprojekt-

arrest (HvJEU 04-05-2017, zaak C-387/14)3. Daarvan is hier al helemaal geen sprake.

Nu er naar het oordeel van Landstede Groep geen sprake is van een ernstige beroepsfout (in het verleden)

is er door Gebo Tours in de onderhavige aanbesteding geen valse verklaring afgelegd.

(...)

Beslissing

Gelet op het bovenstaande zal Landstede Groep de voorlopige gunning aan Gebo Tours in stand houden.

Tevens laat ik u weten dat de stand still termijn 20 kalenderdagen zal bedragen, zodat deze afloopt op

19 januari 2025. Voor de volledigheid merk ik op dat dit de laatste verlenging van de stand still termijn

bedraagt.

Indien uw cliënte bezwaar heeft tegen de genomen beslissing, dient zij uiterlijk op 19 januari 2025 bij

de rechtbank Overijssel te Zwolle een kortgeding aanhangig te maken. Zoals bekend betreft dit een fatale

termijn.”

3.12.

DVG kan zich niet verenigen met de voorlopige gunningsbeslissing van Landstede en is daarom dit kort geding gestart.

4 De vorderingen

5 De overwegingen van de voorzieningenrechter

6 De beslissing