Rechtbank Rotterdam, 20-10-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8025, C/10/506265 / KG ZA 16-831
Rechtbank Rotterdam, 20-10-2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8025, C/10/506265 / KG ZA 16-831
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 20 oktober 2016
- Datum publicatie
- 21 oktober 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2016:8025
- Zaaknummer
- C/10/506265 / KG ZA 16-831
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Heraanbesteding niet geoorloofd. Geen wezenlijke wijziging opdracht. Intrekking vorige aanbesteding evenmin geoorloofd. Meer dan marginale toetsing door voorzieningenrechter.
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/506265 / KG ZA 16-831
Vonnis in kort geding van 20 oktober 2016
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser] ,
gevestigd te Breskens,
eiser,
advocaat mr. G.J. van de Wetering,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
SAMENWERKINGSVERBAND COLLECTIEF VERVOER
ZEEUWSCH-VLAANDEREN,
zetelend te Terneuzen,
gedaagde,
advocaat mr. U.T. Hoekstra.
Partijen zullen hierna [eiser] en het Samenwerkingsverband genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding
- -
-
de “conclusie van antwoord” (brief van het Samenwerkingsverband van 24 augustus 2016)
- -
-
de overgelegde producties
- -
-
de mondelinge behandeling de dato 29 september 2016
- -
-
de pleitnota van [eiser]
- -
-
de pleitnota van het Samenwerkingsverband.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 30 december 2015 heeft het Samenwerkingsverband op TenderNed een Europese aanbesteding aangekondigd van de opdracht WMO- en ander doelgroepenvervoer Zeeuws Vlaanderen. [eiser] heeft ingeschreven op deze aanbesteding. Bij brief van 3 maart 2016 heeft het Samenwerkingsverband aan [eiser] medegedeeld
mee dat hij voornemens is de opdracht niet te gunnen aan [eiser] , maar aan [bedrijf1] (hierna: [bedrijf1] ).
[eiser] heeft een kort gedingprocedure aanhangig gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam tegen het voornemen van het Samenwerkingsverband om de opdracht aan [bedrijf1] te gunnen.
De voorzieningenrechter heeft bij kort gedingvonnis van 26 mei 2016ECLI:NL:RBROT:2016:3975, samengevat, het Samenwerkingsverband geboden om, voor zover het Samenwerkingsverband de opdracht nog wenste te gunnen, de inschrijvingen eerst deels opnieuw te laten beoordelen. In dit vonnis staat onder meer:
“4.2. Met inachtneming van voormeld toetsingskader komt de voorzieningenrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van de door [eiser] opgeworpen onvolledigheden en onjuistheden ten aanzien van de gunningscriteria CV Sleutelfunctionaris en het Kansendossier. Uit de aanbestedingsstukken blijkt dat het hierbij gaat om een relatieve beoordelingssystematiek, in die zin de Kansendossiers, CV’s Sleutelfunctionaris (en de plannen van aanpak) in relatie tot de andere inschrijvers worden beoordeeld. Bij toekenning van de scores door de beoordelingscommissie is het uitgangspunt een 6. Slechts indien de beoordeling dominant beter is, in vergelijking tot de andere, zal er - blijkens de aanbestedingsstukken - een hogere score dan een 6 worden toegekend.
Gunningscriterium CV Sleutelfunctionaris
Het Samenwerkingsverband heeft het CV van de Sleutelfunctionaris van [eiser] beoordeeld met een 6 en van [bedrijf1] beoordeeld met een 8. In de voorlopige gunningsbeslissing heeft het Samenwerkingsverband ter zake het volgende overwogen:
“Het CV van de sleutelfunctionaris van [bedrijf1] scoorde hoger omdat deze meer recente ervaring (voeten in de praktijk) liet zien. Daarnaast heeft deze sleutel-functionaris ervaring met het werken met een ‘regie centrale’. Het CV van uw sleutel-functionaris sprong er niet bovenuit. Overigens kunnen we uit dit CV niet opmaken in hoeverre hij verbonden is aan uw bedrijf.” Ter zitting heeft het Samenwerkingsverband verklaard dat de Sleutelfunctionaris van De Vlieger beter is, omdat deze kandidaat met de voeten in de modder van de dagelijkse praktijk heeft gestaan. De Sleutelfunctionaris van [eiser] , die functioneerde op directiekamerniveau, was - in de visie van het Samenwerkingsverband - overgekwalificeerd. Ter zitting is voorts gebleken dat de “ervaring met het werken met een regiecentrale” van de Sleutelfunctionaris van De Vlieger slechts betrekking heeft op enkele maanden. Volgens [eiser] is er voor wat betreft het gunningscriterium CV Sleutelfunctionaris sprake van een motiveringsgebrek en/of een niet toelaatbare beoordeling door het Samenwerkingsverband op vooraf voor de inschrijvers niet bekende beoordelingsaspecten. De voorzieningenrechter volgt [eiser] in dit standpunt. Uit de in het Bestek geformuleerde ervaringsvereisten voor de Sleutelfunctionaris volgt dat hij/zij over ruime ervaring dient te beschikken en ervaring heeft met het realiseren van de dagelijkse aansturing/uitvoering van doelgroepenvervoer. Vereisten als recente ervaring en ervaring met het werken onder een externe regiecentrale worden niet als vereisten voor de Sleutelfunctionaris in het Bestek vermeld. In zoverre is op dit punt in ieder geval sprake van een onvolledige motivering alsmede wellicht tevens van een onvolledige beoordeling. Bovendien heeft het Samenwerkingsverband in het Bestek aangekondigd de CV’s Sleutelfunctionaris in relatie tot die van de andere inschrijvers te zullen beoordelen en is middels de hiervoor gegeven motivering in onvoldoende mate komen vast te staan dat het Samenwerkingsverband een dergelijke relatieve beoordeling heeft uitgevoerd, zodat ook op dit punt sprake is van een onvolledige motivering alsmede wellicht tevens van een onvolledige beoordeling.
Gunningscriterium Kansendossier
Het Samenwerkingsverband heeft het Kansendossier van [eiser] beoordeeld met een 6 en van [bedrijf1] beoordeeld met een 8. In de voorlopige gunningsbeslissing heeft het Samenwerkingsverband ter zake het volgende overwogen:
“De inschrijving van [bedrijf1] liet bij het kansen dossier meerwaarde zien door een op de doelgroep toegesneden kans die zowel voor de reiziger als voor de regiecentrale een duidelijke meerwaarde heeft. Het kansendossier dat wij van u ontvingen hebben wij net als de overige inschrijvers een 6 gegeven.” De voorzieningenrechter deelt de mening van [eiser] dat zij uit de motivering van de voorlopige gunningsbeslissing niet kan opmaken waarom het Kansendossier van [bedrijf1] dominant beter is dan het Kansendossier van [eiser] . Ook uit de nadere motivering in de brief van 19 april 2016 van mr. Hoekstra blijkt dit onvoldoende. De betreffende kans heeft betrekking op het aanbieden van betaling via pinapparaten. Onvoldoende duidelijk is waarom deze kans “met kop en schouders boven de rest uitsteekt”, gelet op de onweersproken stelling van [eiser] dat de mogelijkheid van pinbetaling één van de standaardopties bij de wettelijk verplichte BCT (Boordcomputer Taxi) is. Daarnaast heeft het Samenwerkingsverband nagelaten om inzichtelijk te maken hoe het Kansendossier van [bedrijf1] in relatie tot die van de andere inschrijvers is beoordeeld. Dit brengt met zich mee dat ook op het gunningscriterium Kansendossier sprake is van een onvolledige motivering alsmede wellicht tevens van een onvolledige beoordeling.
Conclusie
Nu blijkens het voorgaande de voorlopige gunningsbeslissing op een aantal punten ondeugdelijk is gemotiveerd en/of hieraan (mogelijk) een onvolledige beoordeling ten grondslag ligt, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een herbeoordeling van de inschrijving van [eiser] , met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, aangewezen. Het gelijkheidsbeginsel brengt met zich dat alle inschrijvingen aan die herbeoordeling dienen te worden onderworpen en dat ook het gunningscriterium plan van aanpak in de nieuwe beoordeling zal worden betrokken. Uit het oogpunt van onpartijdigheid en onafhankelijkheid zal die herbeoordeling niet mogen plaatsvinden door dezelfde commissie. Daartoe zal door het Samenwerkingsverband een nieuwe commissie moeten worden geformeerd. De vordering van [eiser] zal derhalve worden toegewezen op de hierna te vermelden wijze, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden afgewezen nu ervan uit mag worden gegaan dat het Samenwerkingsverband overeenkomstig deze beslissing zal handelen.”
[eiser] en het Samenwerkingsverband hebben geen hoger beroep ingesteld van het vonnis van de voorzieningenrechter.
Het Samenwerkingsverband heeft [eiser] bij brief van 30 juni 2016 het volgende medegedeeld:
“Op 3 maart jl. hebben wij u een bericht met betrekking tot de voorlopige gunning van de
opdracht WMO en ander doelgroepenvervoer Zeeuws Vlaanderen toegezonden. Tegen dit
voornemen heeft u bezwaar aangetekend.
Naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank, heeft het Samenwerkingsverband besloten
de aanbesteding vroegtijdig stop te zetten en de opdracht dus niet te gunnen. Wij verwijzen
hierbij ook naar de volgende tekst (punt 5.2) uit het vonnis: “gebiedt het
Samenwerkingsverband voor zover zij de opdracht wenst te gunnen .... een en ander
conform de aanbestedingsteksten en dit vonnis”.
Hieronder vindt u een nadere opsomming van onze redenen voor het stopzetten van de
opdracht.
1. Het bestek blijkt, zowel door de rechter, als door sommige inschrijvers, anders
geïnterpreteerd te worden dan dat het Samenwerkingsverband het heeft bedoeld. Het
Samenwerkingsverband heeft haar wensen kennelijk niet goed omschreven in het
bestek. In een nieuw bestek zal bijvoorbeeld recente relevante ervaring van de
sleutelfiguur als vereiste worden vermeld.
2. De voorzieningenrechter heeft, door aan te geven dat de mogelijkheid van
pinbetalingen niet hoog had mogen worden gewaardeerd, bepaald wat het
Samenwerkingsverband in het kader van deze aanbesteding belangrijk had moeten
vinden en wat niet. Dit is echter afwijkend van het hetgeen het
Samenwerkingsverband daadwerkelijk belangrijk vindt. In de nieuwe aanbesteding
zal de mogelijkheid tot het betalen met pin dan ook als eis worden meegenomen.
3. Voor een tweede beoordelingscommissie, die de uitkomst van de openbare uitspraak
moet hanteren, is het niet meer mogelijk om tot een objectieve afweging te komen. Zij
zijn tenslotte op de hoogte van de inhoud van het vonnis. Anoniem en objectief
beoordelen wordt daardoor onmogelijk.
4. Het Samenwerkingsverband wenst aan te besteden op basis van een aangepaste
gunningsmethodiek in combinatie met een deugdelijke, niet voor tweeërlei uitleg
vatbare omschrijving van de verlangde kwaliteit.
Het Samenwerkingsverband kan derhalve, om tot een aanbesteding te komen die enerzijds
voldoet aan de eisen die het algemeen belang stelt en anderzijds correct, transparant en
objectief plaats vindt, niet anders dan tot intrekking van de thans lopende aanbesteding
overgaan en opnieuw aanbesteden.
In verband met de aanbestedingsregels nemen wij een termijn van 20 dagen na verzending
van deze brief in acht. Deze termijn is bedoeld voor het geval gegadigden het met ons
voornemen niet eens zijn en zij hiertegen bezwaar willen aantekenen.”
3 Het geschil
[eiser] vordert bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
1. het Samenwerkingsverband te gebieden het vonnis van 26 mei 2016 (zaaknummer C/10/497953 / KG ZA 16-323) na te komen en het Samenwerkingsverband te verbieden de opdracht te gunnen anders dan op basis van een herbeoordeling conform het genoemde vonnis van 26 mei 2016; en
2. het Samenwerkingsverband te verbieden de aanbestedingsprocedure in te trekken en het Samenwerkingsverband te gebieden om de lopende aanbestedingsprocedure te hervatten in de stand waarin de aanbestedingsprocedure zich bevond voorafgaand aan verzending van de brief van 30juni 2016; en
3. het Samenwerkingsverband te verbieden de opdracht opnieuw aan te besteden al dan niet op de wijze zoals omschreven in de brief van 30 juni 2016; en
4. het Samenwerkingsverband te gebieden om de herbeoordeling uit te voeren conform het vonnis van 26 mei 2016 zaaknummer C/10/497953 / KG ZA 16-323) en de uitslag daarvan binnen een maand na het in deze zaak te wijzen vonnis met de inschrijvers schriftelijk te communiceren;
subsidiair
1. zodanig uitspraak te doen als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren,
primair en subsidiair:
1. alles op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000.000,- ineens aan [eiser] , mocht het Samenwerkingsverband niet aan het vonnis voldoen, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;
2. alles met veroordeling van het Samenwerkingsverband in de kosten van deze procedure, een vergoeding van kosten voor rechtsbijstand aan de zijde van [eiser] daarin begrepen, en een vergoeding van nakosten ad € 133,- zonder betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis en ad € 199,- in geval van betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, met bepaling dat alle
genoemde kosten binnen twee weken na dagtekening van het vonnis aan [eiser] dienen te zijn voldaan, bij gebreke waarvan het Samenwerkingsverband zonder nadere aankondiging over die kosten de wettelijke rente verschuldigd is.
[eiser] stelt daartoe het volgende.
Het Samenwerkingsverband handelt in strijd met het aanbestedingsrecht en in strijd met het vonnis van 26 mei 2016 door een nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren. Het Samenwerkingsverband kan de opdracht enkel gunnen op basis van herbeoordeling van de reeds ingediende inschrijvingen. Het Samenwerkingsverband heeft geen steekhoudende redenen voor intrekking en heraanbesteding van de aanbestedingsprocedure. [eiser] zal met 75% moeten inkrimpen als de opdracht niet aan haar wordt verstrekt.
Het Samenwerkingsverband voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.