Home

Rechtbank Rotterdam, 25-01-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:953, C/10/434781 / HA ZA 13-1039

Rechtbank Rotterdam, 25-01-2017, ECLI:NL:RBROT:2017:953, C/10/434781 / HA ZA 13-1039

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25 januari 2017
Datum publicatie
7 februari 2017
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2017:953
Formele relaties
Zaaknummer
C/10/434781 / HA ZA 13-1039

Inhoudsindicatie

Summary in English

Carriage of isotainers (insulated tank containers) with cryogenic ethylene shipped under a bill of lading from the USA to Angola. During discharging operations an explosion and fire occur on board, resulting in damage to the vessel and its cargo. Time charterers/carriers hold the shipper liable, invoking the dangerous goods clause in the bill of lading and alleging that the initial explosion was the result of a release of highly flammable ethylene gas from one of more isotainers.

Hague-Visby Rules not mandatorily applicable. Dangerous goods clause not in violation of chosen law (US Cogsa and Dutch law). After examination of written statements of witnesses and experts’ reports, the Court concludes that the explosion indeed resulted from a release of ethylene gas in combination with a spark from an unknown source. The circumstance that the spark most likely originated in reefer containers that were stowed by the carrier in violation of the IMDG Code does not release the shipper from his liability pursuant to the dangerous goods clause, as the ethylene gas release was so substantial that the explosive gas-air mixture would in all likelihood have met with a spark - from those reefers or a different source - and would have exploded if the violation of the IMDG Code would not have taken place. Concerns same incident as ECLI:NL:RBROT:2016:4731.

Nederlandse samenvatting

Cognossementsvervoer van isotainers (geïsoleerde tankcontainers) met cryogene ethyleen van de VS naar Angola. Tijdens losoperaties vindt aan boord van het schip een explosie en brand plaats waardoor schade optreedt aan schip en haar lading. De tijdbevrachter/vervoerder spreken de afzender aan met een beroep op de gevaarlijke stoffen clausule in het cognossement, stellend dat de initiële explosie het gevolg was van een afblazen van licht ontvlambaar ethyleengas door een of meer isotainers.

Hague-Visby Rules niet dwingendrechtelijk van toepassing. Gevaarlijke stoffen clausule niet in strijd met het gekozen recht (US Cogsa en Nederlands recht). Na beoordeling van schriftelijke getuigenverklaringen en expertiserapporten concludeert de rechtbank dat de explosie inderdaad het gevolg was van een afblazen van ethyleengas in combinatie met een vonk uit onbekende bron. De omstandigheid dat de vonk meest waarschijnlijk zijn oorsprong had in koelcontainers die door de vervoerder in strijd met de IMDG code waren gestuwd, ontslaat de afzender niet van zijn aansprakelijkheid onder de gevaarlijke stoffen clausule, aangezien zoveel ethyleengas is afgeblazen dat het explosieve gas-luchtmengsel naar alle waarschijnlijkheid ook met een vonk in aanraking zou zijn gekomen - uit die koelcontainers of een andere bron - en zou zijn ontploft indien geen schending van de IMDG Code had plaatsgevonden. Betreft zelfde voorval als ECLI:NL:RBROT:2016:4731.

Uitspraak

vonnis

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/434781 / HA ZA 13-1039

Vonnis van 25 januari 2017

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van Cyprus

UNIVERSAL AFRICA LINES LTD,

gevestigd te Limassol, Cyprus,

eiseres,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika,

AIRGAS SPECIALTY GASES INC,

gevestigd te Radnor, Pennsylvania, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde,

advocaat mr. M. Verhagen.

Partijen zullen hierna UAL en Airgas genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het vonnis in incident en hoofdzaak van 6 augustus 2014 waarin een comparitie is gelast, en de daaraan ten grondslag liggende stukken,

-

de ten behoeve van de comparitie toegezonden akte ter comparitie van UAL, met producties,

-

de ten behoeve van de comparitie toegezonden spreekaantekeningen mr. A. Jumelet, met producties,

-

de ten behoeve van de comparitie toegezonden nadere akte ter comparitie van UAL, met productie,

-

het proces-verbaal van comparitie van 28 november 2014, met daaraan gehecht de brief van mr. Van Leeuwen van 17 december 2014 met opmerkingen over dit proces-verbaal,

-

de conclusie van repliek, met producties,

-

de conclusie van dupliek, met producties,

-

de nadere producties 24 tot en met 26 van Airgas,

-

de brief van 14 juni 2016 van mr. Van Leeuwen en de daarbij toegezonden akte bij pleidooi, met producties 26 tot en met 31 van UAL,

-

de (tweede) akte bij pleidooi van UAL met productie 32,

-

de fax van mr. Jumelet van 22 juni 2016 met productie 27 van Airgas,

-

de ter gelegenheid van de pleidooien op 27 juni 2016 overgelegde spreekaantekeningen van de raadslieden van beide partijen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

UAL was de bevrachter van het m.s. ‘UAL Antwerp’ (hierna: het schip) toen aan boord van dit schip negen ‘shipper owned’ geïsoleerde tankcontainers met volgens opgave gekoelde vloeibare ethyleen als deklading werden vervoerd vanuit port of loading Houston (Texas, Verenigde Staten) naar port of discharge Soyo (Angola) onder een op het formulier van UAL gesteld cognossement met nummer [nummer] dat is gedateerd 28 mei 2011 en afgegeven namens UAL als vervoerder.

2.2.

Op de ommezijde zijn cognossementscondities voorgedrukt. Artikel 1 daarvan (‘Definitions’) bevat onder (B) een Merchant Clause:

‘Merchant shall include the shipper, the receiver, the consignee, the holder of this bill of lading and the owner of the cargo.’

2.3.

Artikel 2 van de cognossementscondities behelst een rechtskeuzebeding met Clause Paramount dat luidt:

“The law of The Netherlands, in which the Hague-Visby Rules are incorporated, shall apply. Nevertheless if the law of any other country would be compulsorily applicable, the Hague-Visby Rules as laid down in the Treaty of Brussels of 25th August 1924 and amended in the Protocol of Brussels of 23rd February 1968 shall apply, save where the Hamburg Rules of the UN Convention of the Carriage of Goods by Sea of 1978 would apply compulsorily, in which case the Hamburg Rules shall apply. If any stipulation, exception and condition of these conditions would be found inconsistent with The Hague-Visby Rules or Hamburg Rules, or any compulsory law, only such stipulation, exception and condition or part thereof, as the case may be, shall be invalid. In case of carriage by sea from or to a port of the USA, this Bill of Lading shall have effect subject to the provisions of the Carriage of Goods by Sea Act of the United States, approved 16th April 1936, which shall be deemed to be incorporated herein, and nothing herein contained shall be deemed a surrender by the carrier of any of its rights or immunities or an increase of any of its responsibilities or liabilities under said Act. The provisions stated in said Act shall, except as may be otherwise specifically provided herein, govern before the goods are loaded on and after they are discharged from the ship and throughout the entire time the goods are in custody of the carrier. The carrier shall not be liable in any capacity whatsoever for any delay, non-delivery or mis-delivery, or loss of or damage to the goods occurring while the goods are not in the actual custody of the carrier.”

2.4.

Artikel 20 van de cognossementscondities luidt:

“Dangerous goods

(...)

c. (...) The merchant agrees to indemnify the carrier against all consequences and liabilities arising out of the shipment or acceptance of hazardous or dangerous goods (...) whether or not the nature thereof is known to the carrier unless the merchant proves that such consequences or liabilities are or were caused directly by negligence of the carrier, his servants or agents.”

2.5.

De gekoelde vloeibare ethyleen in de tankcontainers is een gevaarlijke stof, IMO klasse 2.1, UN 1038. De tankcontainers hadden afblaasventielen waarmee ingeval van teveel drukopbouw, door onvoorziene omstandigheden dan wel door geleidelijke opwarming en gasvorming, ethyleengas zou worden afgeblazen. Beoogd werd dat de ethyleen gedurende het vervoer voldoende koud en dus vloeibaar zou blijven zodat afblazen niet zou plaatsvinden.

2.6.

In strijd met het bepaalde in de International Maritime Dangerous Goods Code van de IMO (hierna: IMDG Code) waren nagenoeg alle isotainers met vloeibare ethyleen van Airgas te dicht bij reefercontainers van een andere afzender gestuwd.

2.7.

Tijdens losoperaties in Luanda (Angola) heeft op 25 juni 2011 een explosie en brand aan boord van het schip plaatsgevonden, met schade aan het schip en de lading tot gevolg.

2.8.

UAL is door de vervrachter van het schip en anderen aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van dit incident.

3 Het geschil

3.1.

Bij vonnis in incident en in de hoofdzaak van 6 augustus 2014 is geoordeeld dat Airgas als afzender aan de vervoerovereenkomst en daarmee aan de in het cognossement neergelegde forumkeuze is gebonden, terwijl de rechtbank zich naar aanleiding van het door Bechtel, de (oorspronkelijk) medegedaagde van Airgas, aanhangig gemaakte bevoegdheidsincident onbevoegd heeft verklaard om van de vordering van UAL tegen Bechtel kennis te nemen.

De rechtbank zal onder 3.2 de vorderingen van UAL weergeven zoals deze na voornoemde oordelen nog voorliggen.

3.2.

UAL vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

-

i) voor recht zal verklaren dat Airgas aansprakelijk is jegens UAL voor alle gevolgen van het incident en gehouden is UAL in alle opzichten te vrijwaren en schadeloos te stellen,

-

ii) Airgas zal veroordelen aan UAL te betalen hetgeen UAL zal moeten betalen, al dan niet op grond van een redelijke schikking, aan derden die vorderingen hebben ingesteld of nog kunnen instellen jegens UAL (waaronder de reder of exploitant van het schip en belanghebbenden bij de lading aan boord van het schip ten tijde van het incident, en eventueel gesubrogeerde verzekeraars),

-

iii) Airgas zal veroordelen aan UAL te betalen de eigen verliezen die UAL als gevolg van het incident heeft geleden, waaronder de kosten van het voeren van verweer of het afwenden van vorderingen die tegen haar zijn of zullen worden ingesteld in verband met het incident,

alles op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en/of zulke andere beslissing zal nemen als de rechtbank juist zal achten nadat de partijen hun standpunten hebben onderbouwd, en met veroordeling van Airgas in de proceskosten.

3.3.

UAL voert daartoe het volgende aan. Diverse experts hebben de oorzaak van de explosie en de brand bij de lossing van het schip in Luanda onderzocht. De overheersende mening van deze experts is dat het incident is veroorzaakt door ethyleen dat is gelekt of afgeblazen uit één of meer van de in 2.1 bedoelde containers in combinatie met een onbekend gebleven ontstekingsbron.

Gelet op artikel 20 van de cognossementscondities, dat een vrijwaringsverplichting van de ‘Merchant’ inhoudt voor alle schade en aansprakelijkheid die voortvloeit uit het verschepen van gevaarlijke stoffen, zoals de onderhavige ethyleen, en de informatieverplichting en daaraan gekoppelde vrijwaringsverplichting van de afzender neergelegd in de artikelen 8:394, 395 en 411 BW is Airgas aansprakelijk jegens UAL. Airgas had ervoor moeten zorgen dat de containers de voorgenomen reis(duur) konden doorstaan zonder dat de containers ethyleen zouden afblazen, en UAL mocht dan ook aannemen dat bij een normale gang van zaken geen ethyleen zou worden afgeblazen.

Airgas is gebonden aan de vervoerovereenkomst nu zij valt onder de definitie van ‘Merchant’ neergelegd in artikel 1(B) van de cognossementscondities.

3.4.

Airgas heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van UAL in de proceskosten.

3.5.

Airgas voert - samengevat - de volgende verweren:

Airgas is niet aansprakelijk jegens UAL en niet gehouden tot vrijwaring van UAL in verband met de brand en explosie aan boord van het schip,

De vorderingen van UAL berusten slechts op vermoedens en aannames maar er is geen bewijs voor de juistheid daarvan.

De door UAL ingeroepen bepalingen uit Boek 8 BW zijn niet op dit geval van toepassing, althans hoogstens aanvullend op de cognossementsbepalingen en zij voeren in dit geval niet tot enig rechtsgevolg. Artikel 20 van de cognossementsvoorwaarden kan geen verandering brengen in het dwingendrechtelijk aansprakelijkheidsregime. Een afzender is onder Rule IV (3) Hague-Visby Rules slechts aansprakelijk ingeval hem een eigen ‘act, fault or neglect’ of een ‘act, fault or neglect’ van zijn hulppersonen valt te verwijten.

Airgas betwist dat de oorzaak van de brand is gelegen in of terug te voeren op de van haar afkomstige geïsoleerde tankcontainers met vloeibare ethyleen, en meer in het bijzonder:

-

i) dat de ‘one way transit time’ voor één of meer van deze containers onvoldoende was om de voorgenomen reis onder normale omstandigheden te doorstaan,

-

ii) dat een of meer van deze containers ethyleengas heeft afgeblazen voor of ten tijde van het incident,

-

iii) dat de initiële brand is ontstaan doordat ethyleengas met een ontstekingsbron in aanraking is gekomen, mede gelet op de vele andere nabij de brand aanwezige containers met brandgevaarlijke stoffen.

Als Airgas al iets kan worden verweten, geldt dat aan UAL kan worden tegengeworpen dat zij onvoldoende zorg voor de lading heeft betracht nu zij de containers met ethyleen nabij koelcontainers heeft geplaatst in strijd met de IMDG regelgeving.

3.6.

De overige stellingen van partijen komen, voor zover relevant, hierna bij de beoordeling aan de orde.

4 De beoordeling

5 De beslissing