Rechtbank Rotterdam, 27-07-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6275, C/10/551684 / KG ZA 18-590
Rechtbank Rotterdam, 27-07-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6275, C/10/551684 / KG ZA 18-590
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 juli 2018
- Datum publicatie
- 31 juli 2018
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2018:6275
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2019:3135, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- C/10/551684 / KG ZA 18-590
Inhoudsindicatie
KG. Aansprakelijkheid van Eurogrit wegens overtreding van het Productbesluit asbest door met asbest vervuild straalgrit in het verkeer te brengen. Een voorschot is toewijsbaar op redelijke bereddingskosten die afnemers van dit straalgrit hebben gemaakt in het tijdvak vanaf de bekendmaking door Eurogrit (5 oktober 2017) van de vervuiling tot en met de bekendmaking van de uitslag van het TNO-onderzoek (op 31 oktober 2017) dat het vervuilde straalgrit kon worden opgeruimd volgens risicoklasse 1. Voor deze bereddingskosten kan Eurogrit geen beroep op de beperking van aansprakelijkheid in haar algemene voorwaarden doen, waarbij in aanmerking wordt genomen dat Eurogrit het met asbest vervuilde straalgrit in het verkeer heeft gebracht en uit dien hoofde zelf een bereddingsplicht heeft.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/551684 / KG ZA 18-590
Vonnis in kort geding van 27 juli 2018
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam eiseres] ,
gevestigd te Ochten,
eiseres,
advocaten mr. H.R. Verschuur en mr. J.H.S. Kloots te Nijmegen,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam gedaagde 1] ,
gevestigd te Vreeswijk,
2. de naamloze vennootschap
[naam gedaagde 2] ,
gevestigd te Papendrecht,
3. de naamloze vennootschap
[naam gedaagde 3] ,
gevestigd te Antwerpen (België),
gedaagden,
advocaten mr. T.R.B. de Greve en mr. B.M. Katan te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [naam eiseres] , [naam gedaagde 1] , [naam gedaagde 2] en [naam gedaagde 3] genoemd worden. [naam gedaagde 1] , [naam gedaagde 2] en [naam gedaagde 3] tezamen zullen [naam gedaagde 1] c.s. genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 25 juni 2018;
- -
-
de producties 1 t/m 25 en 66 t/m 71 van [naam eiseres] ;
- -
-
de partiële conclusie van antwoord;
- -
-
de producties 1 t/m 67 van [naam gedaagde 1] c.s.;
- -
-
de mondelinge behandeling op 16 juli 2018;
- -
-
de pleitaantekeningen van [naam eiseres] ;
- -
-
de spreekaantekeningen en aanvullende schriftelijke opmerkingen van [naam gedaagde 1] c.s.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[naam eiseres] is een gritstraalbedrijf en heeft voor de uitvoering van gritstraal-werkzaamheden in opdracht van [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 2] omstreeks september 2017 straalgrit afgenomen van [naam gedaagde 1] . [naam eiseres] voert haar werkzaamheden uit op de locaties van haar opdrachtgevers.
[naam gedaagde 1] houdt zich bezig met de productie en handel in o.a. schuur-, slijp- en polijstmiddelen. Eén van de producten van [naam gedaagde 1] is aluminium silicaat straalgrit (verder: het straalgrit). [naam gedaagde 1] vervaardigt het straalgrit uit door haar geïmporteerde smeltslakken (een afvalproduct van kolencentrales). [naam gedaagde 1] importeert althans importeerde deze smeltslakken o.a. uit Oekraïne.
[naam gedaagde 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van [naam gedaagde 1] en heeft een verklaring afgegeven waarbij zij zich vanaf 1 januari 2012 hoofdelijk aansprakelijk stelt overeenkomstig artikel 2:403 lid 1, aanhef en sub f BW voor de uit rechtshandelingen van [naam gedaagde 1] voortvloeiende schulden. [naam gedaagde 3] is enig aandeelhouder van [naam gedaagde 2] en heeft op
16 november 2015 een verklaring afgegeven waarbij zij zich hoofdelijk aansprakelijk stelt overeenkomstig artikel 2:403 lid 1, aanhef en sub f BW voor de uit rechtshandelingen van [naam gedaagde 2] voortvloeiende schulden.
[naam gedaagde 1] heeft op 28 september 2017 in haar productieketen voor straalgrit asbesthoudend materiaal aangetroffen. [naam gedaagde 1] heeft in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: de ILT) op 5 oktober 2017 haar afnemers, waaronder [naam eiseres] , geïnformeerd over de mogelijke besmetting van door haar geproduceerd en verhandeld straalgrit met asbest. In het bericht is, voor zover van belang, vermeld:
"(...)
We hebben aanwijzingen dat er in ons product [naam gedaagde 1] , een aluminium silicaat (smeltslak) straalmiddel, asbestvezels terecht gekomen zijn. Het gaat hierbij om asbest van het type chrysotiel ook wel "witte asbest" genoemd. Wij hebben dit gemeld bij overheidsinstanties en een onafhankelijk en gecertificeerd bedrijf opdracht gegeven om nader onderzoek te doen.
Dat betekent dat het product [naam gedaagde 1] , een aluminium silicaat (smeltslak) straalmiddel, uit voorzorg met onmiddellijke ingang op geen enkele manier door u mag worden gebruikt, verwerkt of doorgeleverd.
Verder moet dit product dusdanig worden opgeslagen dat het niet verder kan worden verspreid.
(...)"
Naar aanleiding van voormeld bericht heeft [naam eiseres] , althans haar opdrachtgevers [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 1] , onmiddellijk maatregelen getroffen tot stillegging van het werk en afscherming van de terreinen bij de projecten waar met van [naam gedaagde 1] afkomstig straalgrit werd gewerkt.
Bij brief van 7 oktober 2017 heeft [naam gedaagde 1] haar afnemers, waaronder [naam eiseres] , nader geïnformeerd. In dit bericht is, voor zover van belang, vermeld:
"(...)
De aanwezigheid van asbest (chrysotiel, ook wel "witte asbest" genoemd) is in analyses bevestigd. Gezien de specifieke toepassing van het straalgrit blijven wij u - uit voorzorg - het gebruik of doorleveren van het straalgrit afraden.
De tot nu toe gevonden concentratie van dit asbest is onder de 100 mg/kg droge stof zoals bedoeld in onder meer het <lx:regeling xmlns:lx="http://linkeddata.overheid.nl/lx/" name="BWBR0017778">Productenbesluit asbest</lx:regeling> en het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Ten aanzien van het gebruikte product merken we het volgende op. Op enkele plaatsen waar het straalgrit is toegepast, hebben ook analyses door deskundigen plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat in het stof en in gebruikte grit op de meeste van die plekken geen asbestvezels (meer) te vinden zijn. Dit betekent dat er op die locaties al normale opruimacties plaats hebben gevonden, met inachtneming van de reguliere arbeidshygiëne.
Het zo spoedig mogelijk uitvoeren van een asbestanalyse door een deskundige op het stof en/of op het gebruikte straalgrit kan ook bijdragen om uw bedrijfsvoering optimaal te kunnen continueren.
Als u een asbestdeskundige hiertoe opdracht geeft of u dit reeds heeft laten doen, zijn wij bereid deze kosten te vergoeden. (...)"
Bij brieven van 16 oktober 2017 heeft [naam eiseres] [naam gedaagde 1] , [naam gedaagde 2] en [naam gedaagde 3] aansprakelijk gesteld voor alle schade en vervolgschade die zij als gevolg van de vervuiling met asbest lijdt en nog zal lijden.
[naam gedaagde 1] heeft op 19 oktober 2017 aan haar afnemers, waaronder [naam eiseres] , bericht dat zij met de ILT en met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Inspectie SZW) in gesprek was over de beste manier om gebruikt en ongebruikt straalgrit te verwijderen.
TNO heeft op 31 oktober 2017 een rapport uitgebracht over de risico’s van blootstelling aan asbest tijdens de opruimwerkzaamheden. Mits onder strikte voorwaarden wordt gewerkt, vallen de opruimwerkzaamheden volgens TNO in de laagste risicoklasse (1).
Eveneens op 31 oktober 2017 heeft de Inspectie SZW een nieuwsbericht geplaatst op haar website. In dat bericht is, voor zover relevant, vermeld:
“ Het asbesthoudend straalgrit dat op de markt is gebracht, is in opdracht van de Inspectie SZW door onderzoeksbureau TNO onderzocht. Uit metingen blijkt dat het verontreinigd straalgrit verantwoord opgeruimd kan worden door het onder meer doornat te maken en daarna op te zuigen. De Inspectie SZW heeft het opruimen van alle straalgrit met grondstoffen afkomstig uit Oekraïne ingedeeld in de laagste risicoklasse, de zogenaamde risicoklasse 1.
Het gaat hier om alle [naam gedaagde 1] of hetzelfde product dat onder een andere handelsnaam (bijvoorbeeld [handelsnaam] ) op de markt is gebracht sinds mei 2015. Dit omdat het product vanaf mei 2015 mogelijk een verontreiniging met asbest kan bevatten.
Als er nog ongebruikt straalgrit aanwezig is bij bedrijven zal dit straalgrit door [naam gedaagde 1] worden afgevoerd. Bedrijven worden hierover door [naam gedaagde 1] geïnformeerd. Het gebruikte asbesthoudende straalgrit dient het bedrijf zelf als asbesthoudende afvalstof te (laten) verwijderen. Dit kan onder strikte voorwaarden.
(...)”
[naam eiseres] en/of haar opdrachtgevers hebben vanaf 7 oktober 2017 asbestanalyses laten verrichten en vanaf 1 november 2017 saneringswerkzaamheden laten uitvoeren.
De ILT heeft op 22 maart 2018 een rapport van bevindingen uitgebracht waarin (op pag. 11) wordt geconstateerd dat [naam gedaagde 1] het <lx:regeling xmlns:lx="http://linkeddata.overheid.nl/lx/" name="BWBR0017778">Productenbesluit asbest</lx:regeling> heeft overtreden door asbesthoudende producten in te voeren, te bewerken, te vervaardigen, voorhanden te hebben, ter beschikking te stellen aan derden en toe te passen.
3 Het geschil
[naam eiseres] vordert een voorschot op schadevergoeding van € 1.096.857,86 voor het werk bij [naam bedrijf 2] en van € 425.000,47 voor het werk bij [naam bedrijf 1] , alsmede incassokosten, kosten rechtens.
[naam eiseres] voert daartoe aan - kort gezegd - dat [naam gedaagde 1] c.s. (toerekenbaar) is tekortgeschoten en tevens onrechtmatig heeft gehandeld door de levering van asbesthoudend straalgrit en dat [naam gedaagde 1] c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de daardoor veroorzaakte schade.
[naam gedaagde 1] c.s. voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.