Home

Rechtbank Rotterdam, 12-12-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9757, C/10/583910 / KG ZA 19-1062

Rechtbank Rotterdam, 12-12-2019, ECLI:NL:RBROT:2019:9757, C/10/583910 / KG ZA 19-1062

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12 december 2019
Datum publicatie
13 december 2019
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2019:9757
Zaaknummer
C/10/583910 / KG ZA 19-1062

Inhoudsindicatie

Eiseres stelt dat DNA-onderzoek op lichaamsmateriaal thans nog de enige (reële) mogelijkheid is om vast te stellen of degene van wie dit lichaamsmateriaal afkomstig is haar biologische vader is. Hij heeft haar nooit erkend. Deze man is in 2018 overleden. Hij leed aan epilepsie en heeft tijdens zijn leven meegedaan aan een medisch-wetenschappelijk onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum, gedaagde. Bij dit onderzoek heeft hij op verzoek van het ziekenhuis lichaamsmateriaal afgestaan. Voorafgaande aan dit onderzoek heeft de man een formulier, een ‘toestemmingsformulier patiënt’, ingevuld, waarin hem onder meer is toegezegd dat met zijn lichaamsmateriaal vertrouwelijk zal worden omgegaan. Het ziekenhuis beroept zich op haar geheimhoudingsplicht, onder verwijzing naar onder meer de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Bij de beoordeling dient het volgende tot uitgangspunt. Aan grondrechten als het recht op respect voor het privéleven, het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en het recht op vrijheid van meningsuiting ten grondslag liggende algemene persoonlijkheidsrecht omvat mede het recht om te weten van welke ouders men afstamt. Dit recht is internationaal vastgelegd in artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van het kind, waarbij Nederland partij is. Dit recht is niet absoluut en moet wijken voor de rechten en vrijheden van anderen wanneer deze in het gegeven geval zwaarder wegen (HR, 15 april 1994, NJ 1994, 608, LJN ZC1337). Met inachtneming van het voorgaande zal een afweging van belangen moeten plaatsvinden om vast te stellen of eiseres ter effectuering van het hem toekomende recht om te weten van wie zij afstamt met doorbreking van de geheimhoudingsplicht medewerking van het ziekenhuis kan verlangen. Bij deze belangenafweging speelt ook mee het recht van de man en de overige betrokken familieleden tot bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/583910 / KG ZA 19-1062

Vonnis in kort geding van 12 december 2019

in de zaak van

[naam eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiser,

advocaat mr. P.M. de Vries te Amsterdam,

tegen

de stichting

ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. A.M. den Hartog-de Visser te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [naam eiseres] en EUMCR genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 24 oktober 2019, met producties;

-

de producties van EUMCR;

-

de mondelinge behandeling van 28 november 2019;

-

de pleitnota van EUMCR.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam eiseres] is geboren op [geboortedatum eiseres] in [geboorteplaats eiseres] . Haar moeder is [naam moeder eiseres] (hierna: de moeder van [naam eiseres] ).

2.2.

Op [geboortedatum] is geboren de heer [naam man] (hierna: de heer [naam man] ). De heer [naam man] is overleden op [overlijdensdatum] .

2.3.

[naam eiseres] is nooit door een man erkend, ook niet door de heer [naam man] . Zij heeft (derhalve) geen juridische vader.

3 Het geschil

3.1.

[naam eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. EUMCR veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis het afgenomen lichaamsmateriaal van [naam man] , geboren op [geboortedatum] en overleden op 9 oktober 2018, primair per koerier naar Verilabs (Gouda) te sturen en subsidiair naar een door EUMCR te kiezen instelling gespecialiseerd in verwantschapsonderzoeken, teneinde een onderzoek naar de aanwezigheid van DNA-materiaal en aansluitend een vaderschapsonderzoek te verrichten, op straffe van een dwangsom van € 15.000,-- voor iedere dag of ieder daggedeelte dat EUMCR niet aan het in dezen te wijzen vonnis voldoet;

  2. EMC veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

Hieraan legt [naam eiseres] – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag:

-

Ten tijde van de geboorte van [naam eiseres] had de moeder van [naam eiseres] een relatie met de heer [naam man] ;

-

Ondanks dat [naam eiseres] nooit door de heer [naam man] is erkend, heeft zij door de jaren heen vaak met hem en zijn familieleden contact gehad;

-

Volgens de moeder van [naam eiseres] wilde de heer [naam man] [naam eiseres] eigenlijk wel erkennen maar was hij altijd bang dat de moeder van [naam eiseres] dan alimentatie van hem zou eisen; vanwege dat laatste is erkenning van [naam eiseres] door de heer [naam man] tijdens zijn leven uitgebleven;

-

De heer [naam man] heeft na de geboorte van [naam eiseres] nog vijf kinderen gekregen bij twee andere vrouwen dan de moeder van [naam eiseres] , namelijk een op [geboortedatum tweeling 1] geboren tweeling en een op [geboortedatum tweeling 2] geboren tweeling, van wie de moeder [naam vrouw 1] is, en een op [geboortedatum zoon] 2010 geboren zoon (hierna: [naam zoon] ), van wie de moeder de achternaam [naam vrouw 2] heeft (hierna: mevrouw [naam vrouw 2] ); van deze vijf kinderen is alleen [naam zoon] door de heer [naam man] erkend;

-

Omdat er geen beletselen zijn voor de vaststelling van het ouderschap van [naam eiseres] als bedoeld in artikel 1:207 lid 2 BW, heeft zij op 5 (of 6) augustus 2019 bij de rechtbank Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de heer [naam man] ;

-

In de medische gegevens van de heer [naam man] heeft [naam eiseres] bescheiden aangetroffen betreffende ‘De ACES-studie: epilepsie veroorzaakt door lichaamseigen antistoffen’; van deze stukken maakt deel uit een door de heer [naam man] en door de onderzoeker ondertekend toestemmingsformulier dat dateert van 22 juli 2016; uit de overige stukken blijkt dat dit onderzoek wordt aangestuurd vanuit EUMCR; uit informatie over dit onderzoek blijkt dat er in het kader van de standaardbehandeling bloed is afgenomen bij de heer [naam man] en zo mogelijk tevens hersenvocht; verder is aangegeven dat het bloed en het (eventuele) hersenvocht vijftien jaar bewaard wordt;

-

Voor zover bekend bij [naam eiseres] is er geen ander DNA-materiaal van de heer [naam man] bewaard gebleven;

-

De door [naam eiseres] gestarte vaderschapsprocedure kan alleen maar slagen, indien zij de uitkomst van een DNA-onderzoek in het geding brengt; andere manieren om meer dan summier bewijs in handen te krijgen dat de heer [naam man] de vader is van [naam eiseres] zijn er niet; zo zijn er geen foto’s waar [naam eiseres] op staat samen met de heer [naam man] of kaarten of brieven die hij aan [naam eiseres] heeft gestuurd; weliswaar zijn er verklaringen van zusters van de heer [naam man] dat zij nooit enige twijfel hebben gehad dat de heer [naam man] de vader is van [naam eiseres] , maar het is maar de vraag of dat gegeven voldoende althans relevant bewijs is voor het slagen van de vaderschapsprocedure; [naam zoon] , het enige kind dat door de heer [naam man] is erkend, wil zelf wel meewerken aan een DNA-onderzoek, maar zijn moeder, mevrouw [naam vrouw 2] , wil dat niet;

-

Zoals onder andere blijkt uit HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1337, NJ 1994/608 (Valkenhorst) ligt aan het algemene persoonlijkheidsrecht onder meer het recht ten grondslag om te weten van welke ouders men afstamt; dit recht heeft ook internationaal erkenning gevonden, namelijk in artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van het kind en in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele rechten, bij welke verdragen Nederland partij is;

-

[naam eiseres] heeft dan ook een zeer groot belang bij een onderzoek naar de aanwezigheid van DNA-materiaal van de heer [naam man] in het tijdens bovengenoemd epilepsie-onderzoek afgenomen bij de heer [naam man] afgenomen bloed en (eventuele) hersenvocht en bij, voor zover dit DNA-materiaal aanwezig is, bij DNA-verwantschapsonderzoek na afname van haar eigen DNA-materiaal;

-

Bij de belangenafweging waartoe de voorzieningenrechter is gehouden moet het belang van EUMCR het afleggen tegen dit belang van [naam eiseres] ;

-

[naam eiseres] heeft spoedeisend belang bij het uitvoeren van het DNA-onderzoek op het hiervoor genoemde afgenomen lichaamsmateriaal van de heer [naam man] , nu de heer [naam man] is overleden op 9 oktober 2018 en [naam eiseres] tot op heden niet wordt ‘erkend’ als zijn erfgenaam; wanneer de uitkomst van een bodemprocedure moet worden afgewacht en vervolgens de uitkomst van het DNA-onderzoek en de gerechtelijke vaststelling vaderschap, is er een gerede kans dat het deel van de nalatenschap van de heer [naam man] waar [naam eiseres] recht op heeft door de andere erfgena(a)m(en) verloren is gegaan.

3.3.

EUMCR voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [naam eiseres] in de proceskosten.

3.4.

Hiertoe voert EUMCR – samengevat – de volgende stellingen aan:

-

Er bestaat geen rechtsgrond op basis waarvan EUMCR gehouden is het verzochte lichaamsmateriaal te verstrekken;

-

Van enige vorm van (veronderstelde) toestemming van de heer [naam man] met deze verstrekking is geen sprake;

-

Bovendien zou verstrekking door EUMCR van dit lichaamsmateriaal in strijd komen met het bepaalde in de thans geldende Algemene Verordening Gegevensbescherming;

-

Verder staat ook het voor EUMCR geldende beroepsgeheim in de weg aan de verstrekking van het verzochte lichaamsmateriaal van de heer [naam man] ; dit beroepsgeheim geldt ook nog na het overlijden van de persoon van wie de gegevens afkomstig zijn;

-

Een belangenafweging mag niet tot een ander resultaat leiden; de vertrouwelijkheid die EUMCR in acht dient te nemen is ook ingegeven door een groot maatschappelijk belang dat gemoeid is bij het uitvoeren van medisch wetenschappelijk onderzoek; tegenover dat grote maatschappelijke belang van EUMCR speelt voor [naam eiseres] alleen het belang van kennis over haar afkomst; dat [naam eiseres] bij haar vordering ook enig gezondheidsbelang zou hebben is gesteld noch gebleken.

4 De beoordeling

1 Wat is het doel van het onderzoek?

8 Wat gebeurt er met u gegevens en lichaamsmateriaal?

5 De beslissing