Home

Rechtbank Rotterdam, 04-10-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10759, C/10/646858 / HA ZA 22-870

Rechtbank Rotterdam, 04-10-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10759, C/10/646858 / HA ZA 22-870

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
4 oktober 2023
Datum publicatie
21 november 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:10759
Zaaknummer
C/10/646858 / HA ZA 22-870

Inhoudsindicatie

Pandrecht op alle vorderingen. Uitleg partij-afspraken in pandakte. Haviltex. Bedoeling van partijen. Ruime uitleg. Ook de door de pandgever doorverkochte vorderingen vallen onder het pandrecht.

Uitspraak

vonnis

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/646858 / HA ZA 22-870

Vonnis van 4 oktober 2023

in de zaak van

de coöperatie

[eiseres] ,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. R.M. Vermaire te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CE CREDIT MANAGAMENT INVEST FUND 1 B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CE CREDIT MANAGEMENT III B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

gedaagde,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CE CREDIT MANAGEMENT IV B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

gedaagde,

advocaat gedaagden 1 tot en met 3 mr. J.P.M. Borsboom te Rotterdam,

4. [gedaagde] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van:

1. DIRECT PAY SERVICES B.V.,

2. DIRECT PAY BEHEER B.V.,

3. DEBTSCAN B.V.,

4. ROYALSOFT B.V.,

5. WEBCASSO B.V.,

6. DIRECT PAY CREDIT MANAGEMENT SERVICES B.V.,

kantoorhoudende te Rotterdam,

gedaagde,advocaat mr. J.P.D. van der Klift te Rotterdam,5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MCFACTOR B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. S.W. van den Berg te Amsterdam.

Partijen worden hierna [eiseres] , de Fondsen (gedaagden 1 tot en met 3), de curator en McFactor genoemd. Als de Fondsen afzonderlijk bedoeld zijn worden zij aangeduid als Fonds 1, Fonds 3 en Fonds 4. De failliete vennootschappen worden als zodanig aangeduid. Als zij afzonderlijk bedoeld zijn, worden zij aangeduid als DP Services, DP Beheer, Debtscan, Royalsoft, Webcasso en DP Credit Management Services.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding van 14 oktober 2022, met producties 0 tot en met 21;

-

de conclusie van antwoord van de Fondsen, met producties 1 tot en met 19;

-

de conclusie van antwoord van de (toen nog niet) failliete vennootschappen en McFactor, met producties 1 en 2;

-

de brief van de rechtbank van 13 februari 2023 waarbij partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling;- het bericht van [eiseres] van 17 mei 2023 waarin zij verzoekt de procedure te schorsen en een termijn te bepalen voor het oproepen van de curator vanwege de faillissementen van de failliete vennootschappen;

-

het bericht van de rechtbank van 19 mei 2023 dat de procedure ten aanzien van de failliete vennootschappen wordt geschorst en [eiseres] binnen veertien dagen de curator in het geding kan oproepen;

-

de zittingsagenda van de rechtbank van 24 mei 2023;

-

het bericht van de curator van 5 juni 2023 waarin de curator aangeeft de procedure namens de failliete vennootschappen over te nemen;

-

de akte overlegging nadere producties tevens inhoudende wijziging van eis van [eiseres] , met producties 22 tot en met 27;

-

de akte houdende overlegging producties van de Fondsen met productie 20;

-

de e-mail van McFactor van 19 juni 2023 waarbij zij de rechtbank informeert niet te zullen verschijnen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling en dat zij zich aansluit bij hetgeen mr. Borsboom namens de Fondsen naar voren zal brengen;

-

de spreekaantekeningen van mr. Vermaire en mr. Borsboom ten behoeve van de mondelinge behandeling van 22 juni 2023;

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 22 juni 2023.

2 De feiten

2.1.

De failliete vennootschappen en McFactor vormden samen een groep van ondernemingen (hierna: de DP-groep) die zich sinds 2006 bezighield met het aankopen en vervolgens uitwinnen van debiteurenportefeuilles met vorderingen op consumenten.

2.2.

Tussen [eiseres] en de DP-groep bestaat vanaf circa september 2009 een financieringsrelatie. De laatste (her)financieringsovereenkomst dateert van 14 oktober 2020 (hierna: de Financieringsovereenkomst). Op basis van de Financieringsovereenkomst heeft [eiseres] een krediet van 20 miljoen euro verstrekt aan DP-groep. De financiering had een looptijd tot 31 december 2021.

2.3.

Artikel 3, 4 en 5 van de Financieringsovereenkomst luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“3. De zekerheden

Welke zekerheden vragen wij?

U of een ander geeft ons één of meer zekerheden. Geeft een ander zekerheid? Dan zorgt u ervoor dat dit ook gebeurt. Hieronder staat welke zekerheden worden gegeven.

Pandrechten

Een pandrecht op:

(...)

alle huidige en toekomstige rechten/vorderingen van u met alle rechten en zekerheden die samenhangen met deze rechten/vorderingen, waaronder ook alle rechten uit verzekeringsovereenkomsten.

Het pandrecht is een eerste pandrecht. Dat is anders als hiervoor is vermeld dat op het onderpand al een ouder pandrecht voor een ander rust. Ook eventuele bestaande pandrechten van ons blijven in stand. U verklaart dat op dit onderpand geen andere beperkte rechten, geen gebruiksrechten en geen beslagen rusten dan hiervoor vermeld. U kunt daarbij bijvoorbeeld ook denken aan een vruchtgebruik voor een ander.

De Algemene voorwaarden voor verpanding van de [eiseres] voor zakelijke financieringen 2020 zijn van toepassing op het pandrecht.

Wat geldt verder nog?

Vestigen van zekerheden bij deze overeenkomst

U vestigt hierbij de zekerheden die in de algemene voorwaarden en in de Algemene Bankvoorwaarden staan beschreven. Bijvoorbeeld een pandrecht op een vordering, zoals een vergoedingsrecht dat u op elkaar heeft. (...)

Waarvoor gelden de zekerheden?

Alle zekerheden die u of een ander vestigt, gelden voor alle schulden van ieder van u aan ons. Dit kunnen schulden zijn die u nu al heeft of later kunt hebben. Zowel in verband met deze overeenkomst als uit een andere rechtsverhouding tussen u en ons. Dat is anders als dat hiervoor bij een zekerheid concreet is vermeld.(...)

4. Wat spreken wij verder met u af?

(...)

Informatie die u aan ons moet geven

(...)

U geeft ons elk kalenderkwartaal de volgende informatie:

- (...)

- een lijst op hoofdlijnen met vorderingen c.q. specificatie van klantportefeuilles die vallen onder het pandrecht, zowel belast als onbelast.(...)

5. Afspraken over convenanten

(...)

De Dekkingsgraad test berekenen wij op de volgende manier:

Kredietlimiet gedeeld door de som van het onbelaste deel van de portefeuilles vorderingen, waarbij de portefeuilles vorderingen gewaardeerd worden tegen de nominale waarde plus kosten min ontvangen betalingen.”

2.4.

Op 14 oktober 2020 heeft de DP-groep aan [eiseres] een pandrecht verstrekt.

De betreffende pandakte is op 20 oktober 2020 geregistreerd en vermeldt het volgende:

“Onderpand

U vestigt het pandrecht op:

- al uw huidige en toekomstige bedrijfsmiddelen

- uw huidige en toekomstige rechten/vorderingen van u met alle rechten en zekerheden die samenhangen met deze rechten/vorderingen, waaronder ook alle rechten uit verzekeringsovereenkomsten.

(...)

Volmacht

U geeft ons hierbij volmacht om alle rechten en bevoegdheden uit te oefenen die wij op basis van deze pandakte en de geldende algemene voorwaarden krijgen. Met deze volmacht mogen wij bijvoorbeeld het pandrecht namens u vestigen door uw toekomstige goederen aan onszelf te verpanden. In de algemene voorwaarden voor verpanding van de [eiseres] voor zakelijke financieringen die gelden leest u meer over deze volmacht.”

2.5.

Op de onder 2.4 bedoelde verpanding zijn de Algemene voorwaarden voor verpanding van de [eiseres] voor zakelijke financieringen 2020 (hierna: de AV Verpanding 2020) van toepassing. De AV Verpanding 2020 luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“Hoofdstuk 1Wat bedoelen wij met bepaalde woorden

(...)

Goed/Goederen: alle zaken en alle vermogensrechten. Bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen en voorraden. Maar bijvoorbeeld ook vorderingen en immateriële activa zoals merken.

Voorraden: alle voorraden van uw bedrijf. Bijvoorbeeld grondstoffen, halffabrikaten, land- en tuinbouwproducten, geld, geldwaarden en crypto valuta.

Hoofdstuk 3

Wat geldt voor een pandrecht op bepaalde onderpanden

(...)

18 Wat geldt voor een pandrecht op roerende zaken (bijvoorbeeld transportmiddelen, voorraden, dieren, land- en tuinbouwproducten, glasopstanden en installaties

(...)

4 Heeft u voorraden verpand? Dan mag u deze verkopen. Maar dan alleen als dit voor normale bedrijfsuitoefening nodig is en tegen marktconforme voorwaarden. Verder moet u daarbij het volgende doen:

-

het eigendom van het onderpand voorbehouden tot het moment dat de koper aan al zijn verplichtingen tegenover u heeft voldaan

-

al uw vorderingen op de koper aan ons verpanden. Dit pandrecht wordt aan ons gegeven in de pandakte, en

-

de koper vragen betalingen te doen op een rekening van u bij ons. Wij mogen bepalen welke rekening. Betaalt de koper toch op een andere manier? Zet het bedrag dan op een rekening van u bij ons. Of op de rekening bij ons die wij aanwijzen.

19 Wat geldt voor een pandrecht op vorderingen

(..)

Heeft u al uw huidige en toekomstige vorderingen verpand? Dan mag u de verpande vorderingen innen en verrekenen in het kader van de normale bedrijfsuitoefening.”

2.6.

Bij eerdere pandaktes met registratiedata 30 november 2010, 29 oktober 2012 en 25 maart 2014 hebben met de verpanding van 14 oktober 2020 (zie hiervoor sub 2.4) vergelijkbare verpandingen plaatsgevonden. Ook in die aktes was een volmacht opgenomen vergelijkbaar met de volmacht in de pandakte van 14 oktober 2020.

2.7.

[eiseres] heeft op basis van de aan haar in de pandaktes verleende volmacht dagelijks alle vorderingen van de DP-groep op derden aan zichzelf verpand met een verzamelpandakte.

2.8.

Vanwege haar behoefte aan aanvullende financiering en de door [eiseres] aan haar financieringsbereidheid gestelde grenzen, heeft de DP-groep de Fondsen opgericht. Fonds 1 is opgericht in 2019, Fonds 3 in 2014 en Fonds 4 in 2017. De Fondsen hebben via de uitgifte van obligatieleningen externe financiering aangetrokken om de verdere aankoop van debiteurenportefeuilles mogelijk te maken. Daarbij werden tussen de Fondsen en DP Services “Service Level Agreements” (hierna: de SLA’s) gesloten waarbij DP Services werd belast met het aankopen, het uitwinnen en het beheren van debiteurenportefeuilles van de Fondsen. De SLA’s bevatten in dit kader ook volmachten voor DP Services. In de praktijk kwam het erop neer dat DP Services debiteurenportefeuilles kocht waarvan, na een selectie door DP Services, een deel werd doorverkocht (en via stille cessie geleverd) aan de Fondsen.

2.9.

Op 9 november 2015 heeft [eiseres] het volgende gemaild aan de DP-groep:

“Verzoek weer attentie voor het kwartaaldossier:

Per kwartaal, uiterlijk de 14e van de eerste maand van het kwartaal:

• Beoordelingsverklaring van de pandlijsten, getekend door Van Arkel RA. Met [naam] enige weken geleden telefonisch afgesproken daar in oktober mee te wachten tot de lijsten van november in verband met het overdragen van vorderingen vanuit Direct Pay aan SPV's. Na de overdracht is de vorderingenbase weer inzichtelijk. Graag ontvangen we de beoordelingsverklaring dan ook met de pandlijsten per 9-11-2015;”

2.10.

In de informatiememoranda van de onder 2.8 bedoelde obligatie-uitgiftes is opgenomen dat ten gunste van de obligatiehouders een pandrecht eerste in rang wordt gevestigd op de door de Fondsen verkregen debiteurenportefeuilles. Het informatiememorandum van 23 juni 2017 vermeldt het volgende:

“De Servicer (DP Services; toevoeging rechtbank) kan ook namens de Uitgevende Instelling (de Fondsen; toevoeging rechtbank), op basis van een volmacht, bepaalde Debiteurenportefeuilles die aan de hiervoor bedoelde investeringscriteria voldoen aankopen.”

2.11.

In reactie op een vraag van [eiseres] hoe de interactie tussen de Fondsen en de door [eiseres] verstrekte financiering is, is namens de DP-groep bij mail van 17 oktober 2017 als volgt gereageerd:

“De financieringen van de fondsen zijn ringe-fenced hetgeen betekent dat de port [rechtbank begrijpt, ‘portefeuilles’] ook daadwerkelijk via een stille cessie worden overgedragen. De Servicer doet via een SLA de vorderingen uitwinnen. Dit kun je zien als een service overeenkomst. Er is geen interactie tussen het [eiseres] krediet en de fondsen anders dan dat de servicer activiteiten via de sla uitvoert voor de fondsen. In financiele termen heeft het [eiseres] krediet niets te maken met het krediet van de fondsen omdat dit andere port zijn die separaat inzichtelijk zijn in onze back office administratie.”

2.12.

In december 2021 hebben [eiseres] en de DP-groep overleg gevoerd over verlenging van de financiering. In dat kader heeft [eiseres] op 3 december 2021 een voorstel gedaan. Zij stelt daarin onder meer het volgende voor:

“U geeft [eiseres] een pandrecht tweede in rang (na de obligatiehouders) op de vorderingen van CE Credit Management IV B.V.”

2.13.

De DP-groep heeft het door [eiseres] verstrekte krediet niet op de einddatum (31 december 2021) afgelost.

2.14.

In april 2022 heeft een kortgedingprocedure bij deze rechtbank tussen [eiseres] en de DP-groep plaatsgevonden. Een van de geschilpunten waarover de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding van 22 april 2022 heeft beslist is de omvang van het pandrecht van [eiseres] .

2.15.

In het kader van een WHOA-procedure heeft onderzoeksbureau Nuijten & Nederpel onderzoek gedaan naar de debiteurenportefeuilles van de DP-groep. Op 16 augustus 2022 heeft Nuijten & Nederpel een tussentijdse rapportage uitgebracht (hierna: het N&N-rapport). Uit dit rapport volgt dat vorderingen die de Fondsen verkregen, daaraan voorafgaand eerst door de DP-groep werden verkregen.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert, na wijziging van eis, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat op de (in paragraaf 1.2.1 van de dagvaarding omschreven) Debiteurenvorderingen die door één van de vennootschappen binnen DP-groep aan de Fondsen zijn overgedragen een eerste pandrecht rust ten gunste van [eiseres] ;

2. de Fondsen hoofdelijk te veroordelen binnen twee weken na datum vonnis tot het verstrekken van een overzicht van de Debiteurenvorderingen die zich in de vermogens van de Fondsen bevinden, die de Fondsen krachtens stille cessie van één van de vennootschappen binnen DP-groep hebben verkregen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 50.000,- voor elke dag of deel daarvan dat de Fondsen hiermee in gebreke zijn, althans op straffe van een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

3. de Fondsen hoofdelijk te veroordelen om binnen twee weken na datum vonnis en vervolgens op het eerste verzoek van [eiseres] na het verstrijken van telkens minimaal vier weken nadat aan een eerder verzoek is voldaan, tot het moment dat de vordering van [eiseres] op DP-groep uit hoofde van de financieringsovereenkomst in het geheel is voldaan, aan [eiseres] schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd een opgave te verstrekken van de huidige debiteuren van de Fondsen, waarin ten minste de naam, het adres, de grondslag (zoals bijvoorbeeld een overeenkomst en/of een factuur) van de vordering van Fonds I, III of IV op de debiteur en de betaalrekening waarop is of moet worden betaald aan dit Fonds door de debiteur zijn opgenomen, alsmede de mutaties in deze gegevens ten opzichte van de voorgaande periode van vier weken zijn opgenomen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 50.000,- voor elke dag of deel daarvan dat de Fondsen hiermee in gebreke zijn, althans op straffe van een door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom;

4. de Fondsen en DP-groep hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] tegen een behoorlijk bewijs van kwijting van de kosten van dit geding ex artikel 237 Rv, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening; en

5. de Fondsen en DP-groep hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiseres] tegen een behoorlijk bewijs van kwijting van de nakosten die voor wat betreft het salaris voor de advocaat (het nasalaris) forfaitair worden berekend op € 163,- zonder betekening en verhoogd met € 85,- in geval van betekening.

3.2.

Het verweer van de Fondsen en McFactor strekt ertoe [eiseres] in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten.

3.3.

De failliete vennootschappen hebben aanvankelijk, vóór hun faillissement, verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eiseres] . Nadat de curator de procedure heeft overgenomen, is dat verweer niet langer gehandhaafd.

4 De beoordeling

5 De beslissing