Home

Rechtbank Rotterdam, 13-03-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3091, C/10/652582 HO RK 23/76, 652855 HO RK 23/92, 652872 HO RK 23/99, 652873 HO RK 23/100, 653147 HO RK 23/113 en 654031 HO RK 23/153 ea

Rechtbank Rotterdam, 13-03-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3091, C/10/652582 HO RK 23/76, 652855 HO RK 23/92, 652872 HO RK 23/99, 652873 HO RK 23/100, 653147 HO RK 23/113 en 654031 HO RK 23/153 ea

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 maart 2023
Datum publicatie
17 april 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:3091
Formele relaties
Zaaknummer
C/10/652582 HO RK 23/76, 652855 HO RK 23/92, 652872 HO RK 23/99, 652873 HO RK 23/100, 653147 HO RK 23/113 en 654031 HO RK 23/153 ea
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 371, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 383

Inhoudsindicatie

WHOA. Afwijzing homologatieverzoek.

Uitspraak

vonnis

Team Insolventies – meervoudige kamer

Verzoek tot homologatie van zeven onderhandse akkoorden en verzoeken tot afwijzing van de homologatie, alsmede verzoek tot verhoging van het budget

rekestnummers: C/10/652582 HO RK 23/76, 652855 HO RK 23/92, 652872 HO RK 23/99, 652873 HO RK 23/100, 653147 HO RK 23/113 en 654031 HO RK 23/153 ea

uitspraakdatum: 13 maart 2023

Vonnis op ingekomen verzoekschriften ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw), ex artikel 371 lid 10 Fw en ex artikel 383 lid 8 Fw in de (besloten) akkoordprocedures buiten faillissement, betreffende:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 1] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 2] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 3] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 4] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 5] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 6] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenaar 7] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna gezamenlijk te noemen: [de schuldenarengroep] ,

advocaat: mrs. S.W. van den Berg en J.F. Fliek, kantoorhoudende te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als [schuldenaar 1] , [schuldenaar 2] , [schuldenaar 3] , [schuldenaar 4] , [schuldenaar 5] , [schuldenaar 6] en [schuldenaar 7] en gezamenlijk als [de schuldenarengroep] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

-

de startverklaringen ex artikel 370 lid 3 Fw, gedeponeerd op 29 april 2022;

-

de beschikking van 25 mei 2022, afwijzen verzoek afkondigen afkoelingsperiode;

-

de beschikking van 6 juli 2022, aanwijzen herstructureringsdeskundige;

-

de beschikking van 15 juli 2022, vaststelling budget herstructureringsdeskundige;

-

het proces-verbaal van de (online) raadkamerzitting van 27 juli 2022;

-

de beschikking van 27 juli 2022, opheffing van beslagen en uitbreiding van de reikwijdte van de afkoelingsperiode;

-

de beschikking van 14 september 2022, afkondigen verlenging afkoelingsperiode en ambtshalve voorziening ex art. 379 Fw;

-

de beschikking van 14 september 2022, vaststelling aanvullend budget herstructureringsdeskundige;

-

de beschikking van 5 december 2022, afkondigen verlenging afkoelingsperiode;

-

de beschikking van 5 december 2022, vaststelling aanvullend budget herstructureringsdeskundige;

-

de beschikking van 27 januari 2023, afkondigen verlenging afkoelingsperiode;

-

de beschikking van 27 januari 2023, vaststelling aanvullend budget herstructureringsdeskundige;

-

het verzoekschrift van 8 februari 2023 van de herstructureringsdeskundige ex artikel 383 lid 1 Fw en ex artikel 371 lid 10 Fw;

-

de beschikking van 10 februari 2023, dagbepaling behandeling homologatie;

-

het verzoekschrift van 14 februari 2023 van T-Mobile Netherlands B.V. (hierna: T-Mobile) ex artikel 383 lid 8 Fw;

-

het verzoekschrift van 15 februari 2023 van Rabobank ex artikel 383 lid 8 Fw, tevens zienswijze ex artikel 384 lid 7 Fw;

-

het verzoekschrift van 15 februari 2023 van [naam 3] (hierna: [naam 3] ) ex artikel 383 lid 8 Fw;

-

de zienswijze van 15 februari 2023 van [de schuldenarengroep] ;

-

de akte overlegging producties en errata van 15 februari 2023 van de herstructureringsdeskundige;

-

de spreekaantekeningen zijdens Rabobank van 16 februari 2023;

-

de spreekaantekeningen zijdens [naam 3] van 16 februari 2023;

-

de spreekaantekeningen zijdens de Fondsen van 16 februari 2023;

-

het verzoekschrift van 8 maart 2023 van de herstructureringsdeskundige ex artikel 371 lid 10 Fw.

1.2.

De belanghebbenden zijn opgeroepen voor de zitting. De belastingdienst heeft de herstructureringsdeskundige bericht dat hij niet zou verschijnen.

1.3.

De verzoeken (behalve het verzoek van 8 maart 2023) zijn op 16 februari 2023 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Daarbij zijn verschenen:

- mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige;

- mr. M. Mouthaan, advocaat van de herstructureringsdeskundige;

- dhr. [naam] , deskundige;

- dhr. [naam] , deskundige;

- dhr. [naam] , middellijk bestuurder van [de schuldenarengroep] ;

- dhr. [naam] , interim manager van [de schuldenarengroep] ;

- dhr. [naam] , controller van [de schuldenarengroep] ;

- mr. S.W. van den Berg, advocaat van [de schuldenarengroep] ;

- mr. J.F. Fliek, advocaat van [de schuldenarengroep] ;

- mr. I. Spinath, advocaat van [de schuldenarengroep] ;

- dhr. [naam] , deskundige namens [de schuldenarengroep] ;

- dhr. [naam] , accountmanager van Rabobank;

- dhr. [naam] , accountmanager van Rabobank;

- dhr. [naam] , accountmanager van Rabobank;

- mr. A.M. Mennens, advocaat van Rabobank;

- mr. R.M. Vermaire, advocaat van Rabobank;

- mr. S.V. Vullings, advocaat van Rabobank;

- mr. J.P.M. Borsboom, advocaat van de Fondsen;

- mr. M. Hoogendoorn, advocaat van [naam 2] (hierna: [naam 2] );

- dhr. [naam] , bestuurder van [naam 3] ;

- mr. P.C.M. Ouwens, advocaat van [naam 3] ;

- mw. [naam] , senior legal counsel van T-Mobile;

- mr. R. Bask, advocaat van T-Mobile;

en door middel van een videoverbinding:

- mw. [naam] van het UWV;

- dhr. [naam] van het UWV;

- dhr. [naam] , bestuurder van [naam 2] .

1.4.

De rechtbank heeft ter zitting de uitspraak bepaald op 13 maart 2023.

2 Kern van de zaak

2.1.

[de schuldenarengroep] is in financiële problemen gekomen. Deze problemen hadden diverse oorzaken, en een direct gevolg van deze problemen was dat [de schuldenarengroep] niet in staat was te voldoen aan haar contractuele verplichtingen jegens haar financier, Rabobank. In de kredietovereenkomst tussen Rabobank en [de schuldenarengroep] was afgesproken dat een lening van ruim € 20 miljoen uiterlijk op 31 december 2021 moest worden terugbetaald. [de schuldenarengroep] kon niet aan deze verplichting voldoen.

2.2.

[de schuldenarengroep] heeft – na een kort geding tussen [de schuldenarengroep] en Rabobank – om een afkoelingsperiode in het kader van de WHOA gevraagd. Rabobank heeft zich daartegen verzet. Zeer kort samengevat had Rabobank door gebeurtenissen in het verleden geen vertrouwen in (het bestuur van) de onderneming en in een succesvolle akkoordprocedure. De rechtbank weigerde de gevraagde afkoelingsperiode. Belangrijke overweging daarbij was dat niet summierlijk was gebleken dat de belangen van Rabobank door het afkondigen van een afkoelingsperiode niet worden geschaad. Vervolgens – daags voor de zitting waarop door Rabobank ingediende faillissementsrekesten zouden worden behandeld – heeft [de schuldenarengroep] gevraagd om benoeming van een herstructureringsdeskundige. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen, waarbij (op de voet van artikel 3d Fw) alsnog de gewenste afkoelingsperiode werd verleend.

2.3.

In het moeizame, kostbare en tijdrovende traject dat hierop is gevolgd hebben de herstructureringsdeskundige en de door hem ingeschakelde derden, alsmede [de schuldenarengroep] , veel werk verricht om – samengevat en onder meer – de administratie te onderzoeken, de jaarrekening samen te stellen en vele vragen van Rabobank te beantwoorden. De herstructureringsdeskundige heeft uitdrukkelijk geprobeerd tot een consensueel akkoord te komen. Parallel daaraan heeft [de schuldenarengroep] een akkoord voorbereid. Lopende dit traject werd aldus belangrijke vooruitgang geboekt en is een aantal keren de afkoelingsperiode verlengd. Het consensuele traject is uiteindelijk niet gelukt. Ondanks de inspanningen van de herstructureringsdeskundige en ook van [de schuldenarengroep] is het niet gelukt Rabobank mee te krijgen. Het parallelle traject is vervolgens doorgezet: de door [de schuldenarengroep] voorbereide zeven (één voor elke betrokken vennootschap) akkoorden zijn door de herstructureringsdeskundige aan de schuldeisers aangeboden. De stemuitslag was dusdanig dat deze akkoorden ter homologatie aan de rechtbank konden worden voorgelegd; in alle akkoorden was er (minimaal) één “in the money” schuldeiser, namelijk de belastingdienst.

2.4.

Samengevat komen de akkoorden erop neer dat één van de schuldeisers een uitkering in contanten krijgt. Het betreft de belastingdienst die een bedrag van bijna € 500.000 krijgt uitgekeerd. Weliswaar krijgt ook Rabobank een bedrag van ruim € 1,17 miljoen in contanten, maar dit is een vergoeding voor het nadeel van Rabobank in verband met de zogenoemde Ennio-transactie die heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de akkoordprocedure, waarbij aan Rabobank verpande debiteurenportefeuilles zijn verkocht en de verkoopopbrengst – naar het oordeel van de herstructureringsdeskundige ten onrechte – niet onder haar pandrecht aan Rabobank is afgedragen. Alle andere schuldeisers, waaronder Rabobank (met een vordering van € 20 miljoen), [naam] (met een vordering van ongeveer € 10 miljoen), UWV en T-Mobile krijgen (deels voorwaardelijke) schuldinstrumenten aangeboden met een looptijd tot en met 31 december 2026. [de schuldenarengroep] zal volgens het overgelegde Business Plan na homologatie van het akkoord in afgeslankte vorm en volgens een nieuw business model verder gaan. Alle bestaande aandelen in [schuldenaar 1] (gehouden door vennootschappen van [naam] (67,5%), [naam] (25%) en [naam] (7,5%)) worden ingetrokken en er zullen nieuwe aandelen worden uitgegeven aan een vennootschap van [naam] , [naam 4] Er wordt van een derde voor de nakoming van het akkoord een bedrag van € 2,5 miljoen aangetrokken (afgezien van akkoordfinanciering). Daarvan zal ruim € 1,17 miljoen aan Rabobank worden uitbetaald in verband met voornoemde Ennio-transactie, een bedrag van bijna € 5 ton is bestemd voor de betaling van de belastingdienst en het restant wordt toegevoegd aan het eigen vermogen en het werkkapitaal.

2.5.

De rechtbank komt tot het oordeel dat het homologatieverzoek moet worden afgewezen. Daarbij speelt voor de rechtbank een belangrijke rol dat de akkoorden weinig draagvlak hebben onder de schuldeisers en aandeelhouders. Het beperkte draagvlak is voor de rechtbank aanleiding kritisch te toetsen aan de homologatiecriteria (zie onder 6.4. e.v.). In dat kader weegt voor de rechtbank zwaar dat het akkoord maar een relatief beperkte “plus” heeft (in de zin van de reorganisatiewaarde afgezet tegen de liquidatiewaarde) en de overgrote meerderheid van de schuldeisers dus fors moet afschrijven op hun vordering, terwijl zij voor het resterende deel van hun vordering enkel schuldinstrumenten krijgt toegekend. Om die reden heeft de rechtbank vooral het toekomstperspectief van de onderneming (belangrijk voor de vraag of de nakoming van het akkoord voldoende is gewaarborgd) streng getoetst.

3 De feiten

3.1.

De rechtbank verwijst voor de relevante feiten naar de door haar gewezen beschikkingen, zoals vermeld onder 1.1. en noemt verder de volgende feiten.

3.2.

[de schuldenarengroep] heeft op 30 januari 2023 zeven, in één document geïntegreerde akkoorden overhandigd aan de herstructureringsdeskundige. De herstructureringsdeskundige heeft de akkoorden dezelfde dag op verzoek van [de schuldenarengroep] aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders voorgelegd. Zij konden vervolgens tot en met 7 februari 2023 stemmen.

3.3.

Voordien, op 29 december 2022, zond de herstructureringsdeskundige de door [de schuldenarengroep] opgestelde conceptakkoorden naar de stemgerechtigden, die toen reeds toegang hadden tot de door de herstructureringsdeskundige ingerichte online dataroom.

3.4.

De uitkeringen onder de akkoorden zijn gebaseerd op de reorganisatiewaarde van de zeven [naam] vennootschappen. Hermes Advisory B.V. (hierna: Hermes) heeft in opdracht van [de schuldenarengroep] de reorganisatiewaarde en de liquidatiewaarde van de vennootschappen als volgt bepaald:

Vennootschap Reorganisatiewaarde Liquidatiewaarde Verschil

1. [schuldenaar 1] € 5.656.889 € 5.456.889 € 200.000

2. [schuldenaar 2] € 7.833.544 € 3.284.919 € 4.548.625

3. [schuldenaar 3] € 1.538 - € 1.538

4. [schuldenaar 4] € 424 - € 424

5. [schuldenaar 5] - - -

6. [schuldenaar 6] - - -

7. [schuldenaar 7] - - -

3.5.

De voornaamste activiteit van de door [de schuldenarengroep] gedreven onderneming was voorheen het kopen, beheren tot uitwinning en verkopen van debiteurenportefeuilles. De focus van de na homologatie voort te zetten afgeslankte onderneming ligt op het op naam en voor rekening van derden aankopen en verkopen van debiteurenportefeuilles en het ten behoeve van derden selecteren en managen van debiteurenportefeuilles. [de schuldenarengroep] zal geen werkzaamheden meer verrichten die te maken hebben met het operationele beheer van de portefeuilles. Zulke werkzaamheden zal zij uitbesteden. Naarmate het vermogen [de schuldenarengroep] groeit, kan zij besluiten een relatief groter deel van de financiering van portefeuilles voor haar rekening te nemen, zo is de bedoeling.

4 De akkoorden, stemuitslag

5 De verzoeken

6 De beoordeling

7 De beslissing