Rechtbank Rotterdam, 19-01-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:415, ROT 21/5279
Rechtbank Rotterdam, 19-01-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:415, ROT 21/5279
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 19 januari 2023
- Datum publicatie
- 26 januari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:415
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:CBB:2025:26, Overig
- Zaaknummer
- ROT 21/5279
Inhoudsindicatie
Eiseres biedt vanuit een Europees land flitskredieten aan in Nederland. De AFM wil een openbare waarschuwing (art. 1:94 lid 2 Wft en Regeling aanpak flitskrediet) geven omdat zij vindt dat eiseres een hogere vergoeding voor het verlenen van krediet in rekening brengt dan toegestaan op grond van artikel 115a van het BGfo.
Het meer subsidiaire betoog van eiseres, dat de vergoeding die zij in rekening brengt wegens wanprestatie buiten de reikwijdte valt van het begrip kredietvergoeding, slaagt. Voor zover artikel 115a van het BGfo al mag worden toegepast op het in Nederland aanbieden van krediet door eiseres, is naar het oordeel van de rechtbank niet aangetoond dat sprake is van een overtreding van dit artikel. Aan eiseres kan niet zonder nader onderzoek, dat niet is verricht, worden tegengeworpen dat zij de maximum toegestane kredietvergoeding overschrijdt . De AFM mocht dan ook niet besluiten om deze vermeende overtreding door een waarschuwing openbaar te maken.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 21/5279
[Eiseres], gevestigd te [plaatsnaam]([land]), eiseres ([eiseres])
(gemachtigden: mr. C.A. Doets, mr. R. Niewijk, mr. M.C. van Heezik en mr. A.M. de Best),
en
Stichting Autoriteit Financiële Markten, verweerster (AFM)
(gemachtigden: mr. C. de Rond en mr. M.R. Botman).
Inleiding
Deze zaak gaat over een openbare waarschuwing (als bedoeld in artikel 1:94, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft)), die de AFM wil geven omdat zij vindt dat [eiseres] een hogere vergoeding voor het verlenen van krediet in rekening brengt dan toegestaan op grond van artikel 115a van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo).
[Eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit van de AFM van 4 december 2020 en heeft tevens verzocht om een voorlopige voorziening, strekkende tot schorsing van dit besluit.
De AFM heeft bij het bestreden besluit van 6 september 2021 het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard en daartegen heeft [eiseres] beroep ingesteld.
De openbare waarschuwing is nog niet gegeven, omdat de voorzieningenrechter van deze rechtbank dat heeft verboden.
De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2022 ter zitting met gesloten deuren behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van [eiseres], vergezeld door [naam 1] (werkzaam bij [moedermaatschappij II], de moedermaatschappij van [eiseres] in [plaatsnaam 2]), K. van den Berg en C. Pennings (fluistertolken) en de gemachtigden van de AFM, vergezeld door [naam 2] en [naam 3], beiden werkzaam bij de AFM.