Home

Rechtbank Rotterdam, 17-07-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7183, ROT 20/6274

Rechtbank Rotterdam, 17-07-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7183, ROT 20/6274

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17 juli 2023
Datum publicatie
14 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:7183
Zaaknummer
ROT 20/6274

Inhoudsindicatie

AVG, tussenuitspraak. Bestuurlijke lus.

Verweerder moet, gelet op de omstandigheden in deze zaak, worden aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor zakelijke berichten die door de bestuursleden met privé telefoons zijn verstuurd. Verweerder had deze berichten dan ook in zijn zoekslag moeten meenemen. ZIE OOK ECLI:NL:RBROT:2023:7182

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/6274

[naam eiser] , uit [plaats] , eiser

en

[naam verweerder] , verweerder

(gemachtigden: mr. A. Holtland en mr. E. Bavinck).

Inleiding

1.1.

Met het primaire besluit van 12 november 2019 heeft verweerder aan eiser een overzicht verstrekt met daarin opgenomen eiser betreffende persoonsgegevens die door verweerder tot en met 25 juli 2019 (de datum van eisers aanvraag) zijn verwerkt.

1.2.

Met het besluit van 26 november 2019 (het aanvullende primaire besluit) heeft verweerder aan eiser afschriften verstrekt van de hem betreffende documenten uit zijn persoonsdossier en van andere personeelszaken gerelateerde documenten voor zover deze niet al naar eiser zijn verstuurd. Verder heeft verweerder eisers persoonsgegevens uit een alsnog boven tafel gekomen document (‘document 96’) in een (tweede) overzicht aan eiser verstrekt. Verweerder heeft verder vastgesteld dat eiser geen recht heeft op een dwangsom wegens het niet-tijdig nemen van het primaire besluit.

1.3.

Eiser heeft tegen beide primaire besluiten bezwaar gemaakt.

1.4.

Met het besluit van 21 oktober 2020 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder:

-

het bezwaar van eiser tegen de primaire besluiten (deels) gegrond verklaard, omdat eisers persoonsgegevens uit een aantal documenten (‘documenten 97 tot en met 107’) per abuis niet zijn opgenomen in de bij de primaire besluiten verstrekte overzichten;

-

de primaire besluiten in zoverre herroepen en deze persoonsgegevens alsnog in een (derde) overzicht aan eiser verstrekt;

-

het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard;

-

vastgesteld dat eiser recht heeft op de maximale dwangsom van € 1.442,- vanwege het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar.

1.5.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld.

1.6.

Bij besluit van 23 december 2020 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bestreden besluit aangevuld. Meer concreet heeft verweerder hierbij:

-

het bestreden besluit 1 deels herzien en de primaire besluiten verder herroepen, omdat eisers persoonsgegevens uit nog een aantal documenten niet zijn opgenomen in de bij de primaire besluiten verstrekte overzichten, en deze persoonsgegevens alsnog in een (vierde) overzicht aan eiser verstrekt,

-

het bestreden besluit 1 van een nadere motivering voorzien,

-

voor het overige het bestreden besluit 2 gehandhaafd.

1.7.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit 2 beroep ingesteld.

1.8.

Verweerder heeft op 25 april 2023 een verweerschrift ingediend.

1.9.

Eiser heeft op 5 en 14 mei 2023 nadere reacties ingediend.

1.10.

Op 9 mei 2023 heeft verweerder op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nadere stukken ingediend.

1.11.

Eiser heeft de rechtbank op 13 mei 2023 toestemming gegeven de zogenaamde ‘8:29-stukken’ in haar beoordeling te betrekken.

1.12.

De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder. Namens verweerder zijn ook verschenen [persoon A] en [persoon B] .

Totstandkoming en inhoud van de besluiten

Beoordeling door de rechtbank

Beslissing

Informatie over hoger beroep

Bijlage: Wettelijk kader