Home

Rechtbank Rotterdam, 13-02-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:914, ROT 22/883 en ROT 22/884

Rechtbank Rotterdam, 13-02-2023, ECLI:NL:RBROT:2023:914, ROT 22/883 en ROT 22/884

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 februari 2023
Datum publicatie
13 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:914
Zaaknummer
ROT 22/883 en ROT 22/884

Inhoudsindicatie

Beroep van polishouders tegen instemming van DNB met de portefeuilleovergang van Optas naar Aegon.

Op grond van artikel 3:119, eerste lid, van de Wft geeft DNB opdracht aan de levensverzekeraar om van de voorgenomen portefeuilleovergang mededeling te doen in de Staatscourant en op andere door DNB te bepalen wijze. Daarbij doet DNB mededeling van de termijn waarbinnen de betrokken polishouders zich bij DNB schriftelijk tegen de overgang kunnen verzetten. Op grond van het tweede lid van dit artikel verleent DNB geen instemming indien een vierde of meer van de polishouders zich binnen deze termijn tegen de voorgenomen portefeuilleovergang heeft verzet.

Op grond van de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 3:119, eerste lid, van de Wft is de rechtbank van oordeel dat ‘op andere door DNB te bepalen wijze’ moet worden gelezen als ‘op andere door DNB in het belang van de polishouders te bepalen wijze’. Hieruit volgt dat DNB niet geheel naar eigen inzicht kan bepalen op welke (andere) wijze de levensverzekeraar van de voorgenomen portefeuilleovergang mededeling moet doen, maar daarbij te allen tijde het belang van de polishouders voor ogen moet houden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft DNB met haar opdracht aan Optas/Aegon om van de voorgenomen portefeuilleovergang mededeling te doen in de Staatscourant en in drie landelijke dagbladen onvoldoende oog gehad voor het belang van de polishouders en dus een onjuiste toepassing gegeven aan artikel 3:119, eerste lid, van de Wft. DNB had in het belang van de polishouders aan Optas/Aegon de opdracht moeten geven om alle polishouders persoonlijk aan te schrijven over de voorgenomen portefeuilleovergang, de mogelijkheid van verzet daartegen en de verzettermijn.

Wat betreft de inhoud van de mededeling van Optas/Aegon is de rechtbank van oordeel dat de polishouders, voor zover deze mededeling hen al heeft bereikt, hiermee niet deugdelijk zijn geïnformeerd over de voorgenomen portefeuilleovergang. Weliswaar volgt uit artikel 3:119, eerste lid, van de Wft niet dat bij de mededeling over de voorgenomen portefeuilleovergang een gedetailleerd inzicht moet worden gegeven in de (eventuele) gevolgen daarvan, maar dit neemt niet weg dat, als de door de verzekeraar overgelegde ontwerpteksten van de mededeling informatie over die gevolgen bevatten, DNB bij de beoordeling daarvan in het belang van de polishouders erop moet toezien dat deze informatie objectief en evenwichtig is, alvorens aan de levensverzekeraar de opdracht te geven als bedoeld in artikel 3:119, eerste lid, van de Wft. Daarin is DNB in dit geval tekortgeschoten.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het instemmingsbesluit.

Uitspraak

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 22/883 en ROT 22/884

1 [naam 1] en 27 andere natuurlijke personen, eisers in zaak ROT 22/883,

gemachtigde: mr. B.M. Voogt,

2) [naam 2] en vier andere natuurlijke personen, eisers in zaak ROT 22/884, gemachtigde: [naam 2],

gezamenlijk: eisers,

en

De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB),

gemachtigden: mr. A.J. Boorsma, mr. S.O. Visch en mr. A. Muhammad.

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Aegon Levensverzekering N.V. (Aegon), gemachtigde: mr. L.A.J. Spaans.

Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2019 (het instemmingsbesluit) heeft DNB ingestemd met de overgang van de rechten en verplichtingen uit alle levensverzekeringen bij een juridische fusie van Optas Pensioenen N.V. (Optas), als verdwijnende rechtspersoon, met Aegon, als verkrijgende rechtspersoon.

Bij besluiten van 17 januari 2020 heeft DNB de daartegen door eisers gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraken van 26 februari 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:1488 en ECLI:NL:RBROT:2021:1489) heeft deze rechtbank de beroepen van eisers tegen de besluiten van 17 januari 202 gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en DNB opgedragen opnieuw op de bezwaren te beslissen met inachtneming van de uitspraken.

Tegen deze uitspraken heeft DNB hoger beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Bij besluit van 8 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft DNB ter uitvoering van de uitspraken van de rechtbank de bezwaren van eisers ongegrond verklaard en het instemmingsbesluit gehandhaafd.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroepsgronden ingediend bij het CBb.

Bij uitspraak van 14 december 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:1063) heeft het CBb de uitspraken van de rechtbank bevestigd en de van rechtswege ontstane beroepen tegen het bestreden besluit ter behandeling naar de rechtbank verwezen.

DNB heeft een verweerschrift ingediend bij de rechtbank.

Eisers hebben nadere beroepsgronden ingediend bij de rechtbank.

Aegon heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaken bij de rechtbank ingediend. Eisers hebben hierop gereageerd.

Op 1 november 2022 en 16 november 2022 heeft de rechter-commissaris een beslissing genomen op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechter-commissaris heeft beslist dat beperking van de kennisneming van de door DNB als vertrouwelijk aangemerkte (gedeelten van) stukken deels wel en deels niet gerechtvaardigd is.

Eisers en Aegon hebben de rechtbank de toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.

Op 17 november 2022 heeft DNB de (gedeelten van) stukken ten aanzien waarvan de rechter-commissaris beperking van de kennisneming niet gerechtvaardigd heeft geoordeeld alsnog overgelegd.

De zaken zijn op 29 november 2022 ter zitting van de meervoudige kamer gevoegd behandeld, gelijktijdig met de zaken met zaaknummers ROT 22/885 en ROT 22/886.

Van eisers in de zaak ROT 22/884 zijn verschenen [naam 3], [naam 4], [naam 5] en [naam 2], tevens in haar hoedanigheid van gemachtigde van eisers in deze zaak. Eisers in de zaak ROT 22/883 zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigde. DNB heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden, vergezeld door [naam 6], [naam 7] en [naam 8], medewerkers van DNB. Aegon heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door [naam 9], [naam 10] en [naam 11].

Overwegingen

Beslissing

Rechtsmiddel