Rechtbank Rotterdam, 17-07-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6963, C/10/679398 / KG ZA 24-463
Rechtbank Rotterdam, 17-07-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6963, C/10/679398 / KG ZA 24-463
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 juli 2024
- Datum publicatie
- 26 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:6963
- Zaaknummer
- C/10/679398 / KG ZA 24-463
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vereniging. Impasse binnen bestuur. Voorziening die ertoe strekt dat de voorzitter niet langer de bevoegdheid heeft om alleen besluiten te nemen en de Vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Onduidelijkheid over de vraag wie de leden van de vereniging zijn, zodat een functionerende ALV ontbreekt. Ter beschikking stellen van stukken door de voorzitter aan het andere bestuurslid.
Uitspraak
vonnis
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/679398 / KG ZA 24-463
Vonnis in kort geding van 17 juli 2024
in de zaak van
[persoon A] ,
wonende te Spijkenisse,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. O.J. Praamstra te Zoetermeer,
tegen
1. de vereniging
[naam vereniging] ,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde (in conventie),
vertegenwoordigd door haar (vermeende) voorzitter [persoon B] ,
2. [persoon B],
wonende te Otterlo,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. H.J. Ruysendaal te Rotterdam.
Partijen worden hierna [persoon A] , de Vereniging en [persoon B] genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding van 10 juni 2024;
- -
-
producties 1 tot en met 22 van [persoon A] ;
- -
-
de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties 1 tot en met 3 van [persoon B] ;
- -
-
de per e-mails van 27 juni 2024 door [persoon B] overgelegde stukken;
- -
-
de mondelinge behandeling gehouden op 1 juli 2024;
- -
-
de pleitnota van mr. Praamstra;
- -
-
de pleitnota van mr. Ruysendaal.
Aan het slot van de zitting is de zaak enige tijd aangehouden om partijen gelegenheid te geven door middel van mediation tot een oplossing te komen. Bij brief van 9 juli 2024 heeft mr. Praamstra laten weten dat mediation niet van start zal gaan. Vervolgens is de zaak verwezen voor vonnis.
2 De feiten
De Vereniging is opgericht in 1986. Zij heeft volgens de statuten als doel
“het uitbrengen en voortzetten van de Esseense traditie en volledige esotherische leer daarvan, alsmede het bevorderen van de ontwikkeling der mensheid op het terrein van het ziele- en geestelijke leven, meer in het bijzonder op het gebied van verruiming van het universeel bewustzijn en de daaruit voortvloeiende verbeterde ethische verantwoorde gedragsregels en wetenschappen, en de bevordering en samenwerking met de gestabiliseerde wetenschappen onder volledige respektering wederzijds, van alle ter zake bestaande stromingen, zowel die van religieus als niet-religieus karakter.”
De statuten bepalen dat voor toelating van nieuwe leden, waarover in beginsel het bestuur beslist, altijd de instemming van de “Sat-Guru” vereist is. Hiermee wordt de oprichter van de Vereniging bedoeld, tevens de moeder van [persoon A] en [persoon B] .
Met betrekking tot het bestuur van de Vereniging bepalen de statuten onder andere het volgende:
- -
-
het bestuur bestaat uit minimaal één persoon en maximaal vijf personen;
- -
-
een bestuurslid kan als zodanig worden ontslagen door de ALV;
- -
-
het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een penningmeester;
- -
-
bij stemmingen hebben de voorzitter en de penningmeester twee stemmen, andere leden van het bestuur hebben ieder één stem;
- -
-
binnen het bestuur heeft de voorzitter een vetorecht;
- -
-
het bestuur is bevoegd tot het kopen en verkopen van registergoederen;
- -
-
de Vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door hetzij het bestuur, hetzij de voorzitter, hetzij de voorzitter en penningmeester gezamenlijk.
Aan de Vereniging is een stichting gelieerd: de Stichting [naam stichting] . [persoon B] is secretaris van het bestuur van de stichting.
De moeder van [persoon A] en [persoon B] is op 13 juni 2012 overleden. [persoon A] is executeur van de nalatenschap van moeder.
De Vereniging is eigenaar van onroerend goed. Tot recent bezat zij een pand in Oud-Beijerland ( [adres 1] , [postcode 1] ). Dat pand is recent voor 1,8 miljoen euro verkocht en geleverd aan een derde. Vervolgens heeft de Vereniging met de verkoopopbrengst een ander pand gekocht voor € 713.000,00. Dit pand is gelegen in Otterlo ( [adres 2] , [postcode 2] ). De Vereniging werd bij deze transactie vertegenwoordigd door [persoon B] . [persoon B] woont in het pand in Otterlo. Hij betaalt geen huur aan de Vereniging.
De Vereniging heeft in mei 2023 bij deze rechtbank een bodemprocedure tegen [persoon A] aanhangig gemaakt. Die procedure heeft geleid tot het vonnis van 18 oktober 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:9851). Uit dat vonnis volgt onder andere het volgende:
- op enig moment zijn zowel [persoon A] als [persoon B] lid geworden van het bestuur van de
Vereniging en van een rechtsgeldig ontslagbesluit nadien is niet gebleken;
- er is geen ledenregister en ook overigens kan niet worden vastgesteld wie de leden van de Vereniging zijn.
Verder heeft de rechtbank (op de reconventionele vordering van [persoon A] ) de Vereniging veroordeeld de door [persoon A] opgevraagde stukken af te geven op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00. Het vonnis is bij exploot van 2 november 2023 aan de Vereniging betekend. Tegen het vonnis van 18 oktober 2023 heeft geen van partijen hoger beroep ingesteld.
De Vereniging heeft aan de veroordeling in het vonnis van 18 oktober 2023 tot afgifte van stukken niet (volledig) voldaan. Daarmee heeft zij in de visie van [persoon A] tot aan het maximumbedrag dwangsommen verbeurd. [persoon A] heeft de dwangsommen bij exploten van 29 januari en 7 maart 2024 aangezegd. De Vereniging heeft aan de aanzeggingen niet voldaan. In opdracht van [persoon A] is executoriaal beslag onder enkele banken en op het pand in Otterlo.
Bij brief van 16 april 2024 van [persoon B] is [persoon A] opgeroepen voor een ALV van de Vereniging op 1 mei 2024. Als agendapunt vermeldt de brief het voorgenomen ontslag van [persoon A] als bestuurslid. De notulen van deze vergadering vermelden dat unaniem vóór het ontslag van [persoon A] is gestemd.
Bij brief van 25 januari 2024 heeft (de advocaat van) [persoon A] de Kamer van koophandel verzocht in het handelsregister de daarin opgenomen functie van [persoon B] (“voorzitter”) te schrappen. Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de Kamer van koophandel de aanduiding van [persoon B] als voorzitter uit het handelsregister verwijderd.
3 Het geschil
in conventie
[persoon A] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. de Vereniging te veroordelen tot afgifte van:
a. een volledige lijst van leden van de Vereniging (inclusief de namen, adressen en woonplaatsen van de leden);
b. kopieën van notulen van bestuursvergaderingen waarin omtrent toelating van de betreffende leden is beslist;
c. een kopie van de volledige financiële administratie vanaf 1 januari 2012, waar-onder ook de bankafschriften vanaf die datum;
d. kopieën van alle stukken met betrekking tot de vaststelling van de beloning van [persoon B] als bestuurslid van de Vereniging, alsmede een overzicht van de feitelijk aan [persoon B] uitgekeerde beloning;
e. kopieën van alle stukken met betrekking tot de door [persoon B] bij de Vereniging in rekening gebrachte kosten, alsmede een overzicht van de feitelij-ke aan hem betaalde vergoedingen;
f. kopieën van stukken waaruit blijkt dat [persoon B] in de functie van voorzitter van de Vereniging is benoemd,
aan [persoon A] binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat de Vereniging nalaat om volledig aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,00, waarbij bepaald wordt dat hetgeen reeds verbeurd is (en evt. nog betaald gaat worden) op grond van het vonnis van 18 oktober 2023 niet in mindering wordt gebracht op de krachtens het in dit geding te wijzen vonnis te verbeu-ren dwangsommen;
2. de Vereniging te veroordelen tot afgifte van alle stukken en bescheiden, ongeacht of deze op schrift of op enige andere gegevensdrager zijn vastgelegd, met betrekking tot de verkoop van de onroerende zaken/zaak van de Vereniging te Oud-Beijerland, en met betrekking tot de aankoop van de onroerende zaak te Otterloo door de Vereniging (welke verkoop en aankoop blijken uit de kadastrale stukken die ook als producties 10 en 11 zijn overgelegd), zoals de koopovereenkomsten, de leveringsaktes, de stukken aangaande de financiering en alle correspondentie met betrekking tot deze transacties, aan [persoon A] binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat de Vereniging nalaat om volledig aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,00;
3. [persoon B] te veroordelen tot afgifte van:
a. een volledige lijst van leden van de Vereniging (inclusief de namen, adressen en woonplaatsen van de leden);
b. kopieën van notulen van bestuursvergaderingen waarin omtrent toelating van de betreffende leden is beslist;
c. een kopie van de volledige financiële administratie vanaf 1 januari 2012, waar-onder ook de bankafschriften vanaf die datum;
d. kopieën van alle stukken met betrekking tot de vaststelling van de beloning van [persoon B] als bestuurslid van de Vereniging, alsmede een overzicht van de feitelijk aan [persoon B] uitgekeerde beloning;
e. kopieën van alle stukken met betrekking tot de door [persoon B] bij de Vereniging in rekening gebrachte kosten, alsmede een overzicht van de feitelijke aan hem betaalde vergoedingen;
f. kopieën van stukken waaruit blijkt dat [persoon B] in de functie van voorzitter van de Vereniging is aangewezen;
g. alle stukken en bescheiden, ongeacht of deze op schrift of op enige andere gegevensdrager zijn vastgelegd, met betrekking tot de verkoop van de onroerende zaken/zaak van de Vereniging te Oud-Beijerland, en met betrekking tot de aankoop van de onroerende zaak te Otterloo door de Vereniging (welke verkoop en aankoop blijken uit de kadastrale stukken die ook als producties 10 en 11 zijn overgelegd), zoals de koopovereenkomsten, de leveringsaktes, de stukken aangaande de financiering en alle correspondentie met betrekking tot deze transacties,
aan [persoon A] binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat [persoon B] nalaat om volledig aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,00;
4. [persoon B] voor onbepaalde tijd (althans voor de duur van twaalf maanden, althans voor een in goede justitie te bepalen periode) te schorsen als bestuurslid van de Vereniging;
5. een onafhankelijk bestuurder te benoemen of aan te wijzen voor een termijn van twaalf maanden, of zoveel langer of korter als in goede justitie zal worden bepaald, die voor zover nodig in afwijking van de statuten een beslissende stem zal hebben in het bestuur van de Vereniging, en die zelfstandig bevoegd zal zijn de Vereniging te vertegenwoordigen;
6. te bepalen dat de onafhankelijk bestuurder, genoemd onder 5, het tot zijn of haar taak zal kunnen rekenen om inzicht te krijgen in de financiële gang van zaken in de Vereniging sinds 1 januari 2012, in het bijzonder in de betalingen die aan en door de Vereniging zijn gedaan, en te bezien of een oplossing bereikt kan worden, waarmee verdere procedures voorkomen kunnen worden;
7. te bepalen dat de onafhankelijk bestuurder, genoemd onder 5, voor zover nodig in afwijking van de statuten een beloning zal toekomen van € 253,00 per uur, te vermeerderen met BTW, of zoveel meer of minder als in goede justitie zal worden bepaald, welke beloning ten laste zal komen van de Vereniging;
8. te bepalen dat de onafhankelijke bestuurder, genoemd onder 5, krachtens het in dit geding te wijzen vonnis en voor zover nodig in afwijking van de statuten van de Vereniging, namens de Vereniging aan de Kamer van Koophandel opgave zal doen van de schorsing van [persoon B] , alsmede van zijn/haar benoeming/aanwijzing als bestuurder, onder overlegging van een kopie van het in dit geding te wijzen vonnis;
9. voor het geval de schorsing van [persoon B] als bestuurder van de Vereniging wel wordt uitgesproken, maar de benoeming of aanwijzing van een onafhankelijke bestuurder niet zal plaatsvinden: te bepalen dat [persoon A] krachtens het in dit geding te wijzen vonnis en voor zover nodig in afwijking van de statuten van de Vereniging, namens de Vereniging aan de Kamer van Koophandel opgave zal doen van de schorsing van [persoon B] ;
10. de Vereniging en [persoon B] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder ook te rekenen de nakosten.
De Vereniging voert verweer.
[persoon B] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen van [persoon A] , met diens veroordeling in de kosten van deze procedure.
in reconventie
[persoon B] vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het ontslag van [persoon A] rechtsgeldig te verklaren dan wel een beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te kunnen bepalen, alles met veroordeling van [persoon A] in de kosten van deze procedure.
[persoon A] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vordering van [persoon B] , met diens veroordeling in de kosten van deze procedure.