Home

Rechtbank Rotterdam, 30-08-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8126, ROT 24/3864 V

Rechtbank Rotterdam, 30-08-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8126, ROT 24/3864 V

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30 augustus 2024
Datum publicatie
1 september 2024
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:8126
Zaaknummer
ROT 24/3864 V

Inhoudsindicatie

Met vereenvoudigde afdoening heeft de rechtbank het beroep van de stichting niet-ontvankelijk verklaard. Verzet is ingesteld. Nu de stichting in haar beroepschrift wegens niet tijdig beslissen zelf melding heeft gemaakt van het mailbericht van DNB van 12 april 2024, was de stichting op het tijdstip dat zij dit beroep instelde ervan op de hoogte dat DNB reeds had besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Anders dan is bepaald in artikel 6:19 lid 2 Awb, voorziet artikel 6:20 Awb er niet in dat het beroep van rechtswege mede is gericht tegen het reeds daarvoor genomen (nieuwe) besluit. Ook de rechtspraak biedt geen aanknopingspunten voor een overeenkomstige toepassing van artikel 6:20 Awb in de voorliggende situatie (ECLI:NL:CRVB:2022:877 en ECLI:NL:RBROT:2023:11902). Het verzet is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/3864 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 augustus 2024 als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzet van

Stichting Human Rights in Finance.EU (de stichting), uit Amsterdam

(gemachtigde: [Naam]),

tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 mei 2024 in het geding tussen

de stichting

en

De Nederlandsche Bank N.V. (DNB)

(gemachtigde: mr. C. de Rond).

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van de stichting gaat over de uitspraak van de rechtbank van 17 mei 2024 waarin de rechtbank het beroep van de stichting niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. De stichting heeft niet verzocht om een zitting, terwijl de verzetrechter gelet op de aard van de zaak geen aanleiding ziet om de stichting niettemin in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.