Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-05-2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3060, 02/811856-10
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-05-2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3060, 02/811856-10
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 23 mei 2016
- Datum publicatie
- 24 mei 2016
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2016:3060
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:421, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 02/811856-10
Inhoudsindicatie
Onderzoek EEM. Verdachte veroordeeld voor moord op vriendin tot 18 jaar gevangenisstraf. Uiteenzetting van de ingezette opsporingsbevoegdheid stelselmatige inwinning van informatie (SI) van artikel 126j Sv. Er heeft een Werken onder Dekmantel-traject gelopen voor de duur van ruim een jaar, waarin verdachte de moord tegenover undercover-agenten heeft bekend. Ter zitting heeft hij deze bekentenis ingetrokken. Uitgebreide bewijsmotivering omtrent de afgelegde bekentenissen, waarbij de rechtbank de bekennende verklaringen bruikbaar heeft geacht voor het bewijs.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/811856-10
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 mei 2016
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
wonende te [woonplaats] , [adres]
raadsman mr. Van der Biezen, advocaat te ’s-Hertogenbosch.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 31 maart, 1, 4 en 5 april 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Koolen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 9 mei 2016.
2 De tenlastelegging
Verdachte staat, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting van 7 januari 2016, terecht, terzake dat:
hij op of omstreeks 19 december 2010 te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand,
opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven
heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig
overleg
- die [slachtoffer] (met kracht) met een (bak-)steen op haar hoofd geslagen, en/of
- ( vervolgens) die [slachtoffer] haar keel en/of hals dichtgeknepen en/of dichtgedrukt
en/of (gedurende enige tijd) dichtgeknepen/dichtgedrukt gehouden, en/of
- door middel van omsnoering of omsnoerend geweld de keel en/of hals van die
[slachtoffer] samengedrukt en/of dichtgedrukt en/of (gedurende enige tijd) samengedrukt/dichtgedrukt gehouden, en/of
- de mond van die [slachtoffer] (gedurende enige tijd) dichtgedrukt, en/of aldus althans
op enige manier die [slachtoffer] (gedurende enige tijd) de ademhaling belemmerd en/of onmogelijk gemaakt, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.
3 Verzoek tot heropening van het onderzoek
Door de Criminele Inlichtingen Eenheid (hierna: CIE) van de regio Midden en West-Brabant werd op 17 januari 2011 de volgende (als betrouwbaar aangemerkte) informatie verstrekt:
“een aantal mannen waaronder [verdachte woninginbraak 1] en iemand van het woonwagenkamp [naam kamp] , met de bijnaam ‘ [bijnaam] ’, hebben in december 2010 een woninginbraak gepleegd in Kaatsheuvel. Bij deze woninginbraak zijn deze inbrekers door de vrouw des huizes overlopen. Na deze confrontatie is de vrouw later dood aangetroffen”.
De verdediging heeft primair het verzoek gedaan om bij tussenvonnis het onderzoek ter terechtzitting te heropenen teneinde de CIE-informant als getuige te horen. Door de informant worden namen van andere verdachten genoemd. Weliswaar zijn beide genoemde personen door de politie gehoord, maar nu [verdachte woninginbraak 2] (in de CIE-info aangeduid als ‘ [bijnaam] ’) geen alibi heeft voor de avond van 19 december 2010, is er belang om de informant te horen. De door hem verschafte informatie is ontlastend voor verdachte en wordt als betrouwbaar bestempeld. De verdediging wenst de betreffende getuige te horen omtrent de aard, de inhoud en herkomst van zijn directe danwel indirecte waarneming als getuige.
Herhaalde afwijzing van dit verzoek leidt tot de conclusie dat verdachte geen ‘fair trial’ krijgt in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en daarmee inbreuk wordt gemaakt op dat artikel.
De officier van justitie meent dat het verzoek tot heropening dient te worden afgewezen. Het horen van de CIE-informant is al eerder verzocht en door de rechtbank gemotiveerd afgewezen. De stand van zaken is thans ongewijzigd. Verder geldt dat uit de CIE-informatie geenszins volgt dat de informant wetenschap heeft van het feit dat de aldaar genoemde personen de dader(s) is of zijn. Daarnaast is de CIE-informatie niet ontlastend voor verdachte. Het CIE-proces-verbaal verschaft informatie die slechts raakt aan het vreselijke incident van 19 december 2010, maar sluit de betrokkenheid van verdachte volstrekt niet uit. Bovendien is er, na onderzoek, geen begin van bevestiging dat de in de CIE-informatie genoemde personen enige betrokkenheid hebben dan wel kunnen hebben.
Het beginsel van fair trial komt door het niet horen van de getuige niet in het gedrang.
De rechtbank overweegt als volgt. Naar aanleiding van de op 17 januari 2011 verstrekte informatie door de CIE heeft de politie een onderzoek ingesteld. Uit het dossier blijkt dat de politie uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar deze personen en hun mogelijke betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Dit onderzoek is neergelegd in een bijna 200 pagina’s tellend dossier en heeft geen belastend materiaal opgeleverd voor [verdachte woninginbraak 1] en/of [verdachte woninginbraak 2] . Sterker nog, gebleken is dat [verdachte woninginbraak 1] een alibi heeft voor de avond van 18 december 2010 tot 19 december 2010 om 01.15 uur. [slachtoffer] is door de politie op 19 december 2010 omstreeks 01.04 uur gevonden. De rechtbank heeft reeds op 7 april 2015 op hetzelfde gedane verzoek van de verdediging gemotiveerd beslist dat dit verzoek werd afgewezen.
Aldus betreft het verzoek tot het horen van de CIE-informant aangaande de door hem verstrekte informatie een herhaald verzoek. Ook thans is de rechtbank van oordeel, in aanmerking nemend dat geen nieuwe feiten en/of omstandigheden ter onderbouwing van dit verzoek naar voren zijn gebracht, dat het verzoek dient te worden afgewezen. Immers op grond van de resultaten van bovengenoemd onderzoek is de rechtbank - nog steeds - van oordeel dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat verdachte door de afwijzing van dit verzoek niet in zijn verdediging wordt geschaad. Anders dan door de verdediging betoogd, wordt door deze beslissing - gelet op het ontbreken van een redelijk belang - geen inbreuk gemaakt op het recht van verdachte op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM.