Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-10-2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5117, C/02/375923 / HA ZA 20-487

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-10-2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5117, C/02/375923 / HA ZA 20-487

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13 oktober 2021
Datum publicatie
13 december 2021
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2021:5117
Zaaknummer
C/02/375923 / HA ZA 20-487

Inhoudsindicatie

Vraag of de vennootschap-bestuurder tevens 50%-aandeelhouder van een joint venture vennootschap en de vereffenaar van de ontbonden vennootschap die de andere 50% aandelen in de joint venture-vennootschap houdt, onrechtmatig hebben gehandeld jegens de ontbonden vennootschap door toepassing te geven aan de aanbiedingsregeling in de statuten van de joint venture-vennootschap en de aandelen van de ontbonden vennootschap in de joint venture-vennootschap voor € 1,- te verkopen aan de andere aandeelhouder. Vraag of die aanbieding en overdracht in strijd zijn met de aandeelhoudersovereenkomst en artikel 2:8 of 2:9 BW. Vennootschapsrechtelijke werking. HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797. Nietigheid overdracht?

Uitspraak

vonnis

Handelsrecht

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/375923 / HA ZA 20-487

Vonnis van 13 oktober 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOUDSTERMAATSCHAPPIJ NAVITA B.V. IN LIQUIDATIE,

gevestigd te Reimerswaal,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.M.A. Lensen te Terneuzen,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonend te Terneuzen,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. D.F. Spoormans te Den Haag,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VLIEGER B.V.,

gevestigd te Reimerswaal,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R. Berger te Rotterdam,

3. [gedaagde 3],

wonend te Hansweert,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. R. Berger te Rotterdam.

Eiseres zal hierna Houmij worden genoemd. Gedaagden in conventie worden aangeduid als [gedaagde 1], Vlieger en [gedaagde 3].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 2 december 2020;

-

de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte wijziging van eis in conventie en aanvulling van grondslagen van eis, met producties;

-

het proces-verbaal van de op 23 april 2021 gehouden mondelinge behandeling en de ter gelegenheid van die behandeling door partijen overgelegde spreekaantekeningen/pleitnotities.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Houmij en Vlieger hielden ieder vijftig procent van de aandelen in Mari-Vis Verkoopcentrum B.V. (hierna: Mari-Vis). Mari-Vis houdt de aandelen in verschillende werkmaatschappijen. Vlieger is tevens bestuurder van Mari-Vis, terwijl Houmij als zodanig tot 24 april 2008 stond ingeschreven in het handelsregister.

2.2.

Bestuurder en enig aandeelhouder van Vlieger is [gedaagde 3]. Enig aandeelhouder en bestuurder van Houmij was Navita Holding N.V., een op Curaçao gevestigde vennootschap naar Antilliaans recht (hierna: Navita Holding). Aandeelhouder van Navita Holding is [A] (hierna: [A]). [A] is de broer van [gedaagde 3]. In het handelsregister van Curaçao is [A] als procuratiehouder van Navita Holding vermeld. Schematisch was de situatie als volgt:

[gedaagde 3] [A]

| 100% aandelen | 100% aandelen

Vlieger Navita Holding NV

| | 100% aandelen

| Houmij

| 50% aandelen | 50% aandelen

........................................................................

|

Mari-Vis

| 100% aandelen

.............................................................................................................

| | |

Mosselbedrijf C.P. van Oester- en Mosselbedrijf K.J. Slaak B.V.

[X] B.V. [X] B.V.

Daarnaast hield Mari-Vis 51% van de aandelen in het in Ierland gevestigde Aqua Shellfish Ltd.

2.3.

Mari-Vis en haar dochtermaatschappijen houden zich bezig met het kweken en verhandelen van mosselen en oesters. De onderneming van Mari-Vis is opgericht door de opa van [A] en [gedaagde 3] en uitgebouwd door hun vader. In 1994 heeft de vader zijn aandelen in Mari-Vis overgedragen aan zijn beide zoons.

2.4.

De bij akte van 30 december 1994 gewijzigde statuten van Mari-Vis bepalen in artikel 8 en artikel 9 onder meer het volgende:Artikel 8

1. Iedere overdracht van aandelen kan slechts plaats hebben, nadat de aandelen aan de overige aandeelhouders te koop zijn aangeboden op de wijze als hierna is bepaald.

(...) De prijs zal – tenzij de aandeelhouders eenparig anders overeenkomen – worden vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen, die door de aandeelhouders in gemeenschappelijk overleg zullen worden benoemd. (...) Artikel 9 1. Ingeval van overlijden, verlening van surséance van betaling, faillissement, onder curatelestelling en ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap van een aandeelhouder anders dan door overlijden, alsmede bij ontbinding van een aandeelhouder-rechtspersoon en bij fusie als bedoeld in artikel 309 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien een aandeelhouder-rechtspersoon door het van kracht worden van de fusie ophoudt te bestaan, moeten zijn aandelen worden aangeboden met inachtneming van het in de navolgende leden van dit artikel bepaalde. 2. Ingeval een verplichting tot tekoopaanbieding bestaat, is het bepaalde in artikel 8 van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de aanbieder: a. (...)

b. zijn aandelen kan behouden, indien van het aanbod geen of volledig gebruik wordt gemaakt. (...) 7. De bepalingen van lid 1 zijn bovendien niet van toepassing op de overdracht of overgang ten aanzien waarvan alle aandeelhouders hebben medegedeeld af te zien van de naleving van die bepalingen. (...)”

2.5.

De bij akte van 30 december 1994 gewijzigde statuten van Houmij bepalen in artikel 24 het volgende:“Artikel 241. Bij de ontbinding der vennootschap geschiedt de vereffening door de directie, tenzij de algemene vergadering van aandeelhouders anders bepaalt.

2. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. Het daarin bepaalde omtrent directeuren is dan van toepassing op de vereffenaars.

3. Een eventueel batig saldo van de liquidatierekening wordt aan de houders van de aandelen uitgekeerd in verhouding tot ieders aandelenbezit.

4. De vennootschap houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. Door de vereffenaars wordt daarvan opgaaf gedaan aan de registers waar de vennootschap is ingeschreven.”

2.6.

Op 30 december 1994 hebben [A] in zijn hoedanigheid van procuratiehouder met volledige volmacht van Houmij en [gedaagde 3] in hoedanigheid van bestuurder van Vlieger een aandeelhoudersovereenkomst gesloten die door [A] en [gedaagde 3] is ondertekend. In de considerans is vermeld dat [A] en [gedaagde 3] respectievelijk direct en indirect meerderheidsaandeelhouder zijn in de vennootschappen die zij vertegenwoordigen en dat zij onder meer een regeling wensen te treffen voor het geval één van hen geen houder meer is van de meerderheid van de aandelen in de vennootschappen die zij vertegenwoordigen of de zeggenschap over de meerderheid van de aandelen op andere wijze verliezen of de directie dan wel het procureurhouderschap met algehele zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid over de door hen vertegenwoordigende vennootschapen niet meer voeren of niet meer alleen voeren. In de aandeelhoudersovereenkomst is in dit verband het volgende opgenomen:

AANBIEDINGSVERPLICHTING

  1. Wanneer één der ondergetekenden voor zich geen houder meer is van de meerderheid der aandelen in de door hem ten deze direkt danwel voor Houdstermaatschappij Navita B.V. indirekt vertegenwoordigende vennootschap of de zeggenschap over de meerderheid dezer aandelen op andere wijze verliest of indien hij de direktie over de door hem vertegenwoordigende vennootschap niet meer voert of niet meer alleen voert, verplicht de door hem ten deze vertegenwoordigende vennootschap zich nu voor alsdan de door haar gehouden aandelen in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. terstond te koop aan te bieden aan de medeaandeelhouder in laatstgenoemde vennootschap op de wijze zoals in artikel 9 van de statuten van laatstgenoemde vennootschap is bepaald. (...)

  2. Voor het geval de hiervoor bedoelde aanbieding niet binnen een maand na het ontstaan van de verplichting daartoe wordt gedaan, verbeurt de nalatige ten behoeve van de mede aandeelhouder in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V., een onmiddellijk opeisbare boete van één miljoen gulden (...)

  3. De hiervoor omschreven aanbiedingsverplichting vervalt, wanneer de medeaandeelhouder in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. schriftelijk te kennen heeft gegeven met een voorgenomen overdracht van de meerderheid der aandelen in één der door de ondergetekende sub 1 en 2 vertegenwoordigde vennootschap of verlies van zeggenschapsrechten daarover of een wijziging in de direktie dier vennootschap, akkoord te gaan.”

In de slotalinea van de aandeelhoudersovereenkomst is opgenomen dat de ondergetekenden verklaren dat, in aanmerking nemende dat hetgeen in de akte tussen partijen als aandeelhouders van de vennootschap is overeengekomen in het belang is van een goede gang van zaken bij Mari-Vis, laatstgenoemde zich tegenover partijen en haar rechtverkrijgenden verplicht tot medewerking aan de praktische uitvoering van de overeenkomst.

2.7.

[A] heeft van 1999 tot 2010 in Noord-Ierland gewoond. Hij heeft daar met een eigen onderneming gewerkt in de mosselsector. In verband daarmee werd het bedrijf van Mari-Vis feitelijk door Vlieger gevoerd en heeft [A] zo nodig volmachten aan [gedaagde 3] verstrekt voor te nemen besluiten.

2.8.

In het handelsregister van Curaçao is omtrent Navita Holding vermeld dat de onderneming per 8 januari 2008 is opgeheven (“The business is discontinued as of January 8, 2008”). De Kamer van Koophandel Zuidwest-Nederland (hierna: de KvK) heeft Navita Holding in het Nederlandse handelsregister in verband daarmee ambtshalve per genoemde datum als bestuurder van Houmij uitgeschreven.

2.9.

Bij aangetekende brief van 27 februari 2008, gericht aan het bestuur van Houmij aan het adres Havendijk 1A te Yerseke, heeft de KvK haar voornemen kenbaar gemaakt om Houmij te ontbinden. De brief vermeldt onder meer het volgende:“De wet verplicht de kamer van koophandel inactieve rechtspersonen te ontbinden. Naar onze mening is bovengenoemde in het handelsregister ingeschreven rechtspersoon niet meer actief.

De wet (artikel 19a Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek) zegt dat een rechtspersoon voor ontbinding in aanmerking komt als:

- De rechtspersoon tenminste één jaar in gebreke is met de nakoming van de verplichting tot

openbaarmaking van zijn jaarstukken;

-

Meer dan één jaar na de gestelde betalingsdatum het verschuldigde bedrag voor inschrijving in het handelsregister niet is voldaan;

-

De rechtspersoon tenminste één jaar geen gevolg geeft aan een aanmaning tot het doen van aangifte voor vennootschapsbelasting.

Volgens onze gegevens voldoet de bovengenoemde rechtspersoon aan deze voorwaarden. Als tenminste twee van deze omstandigheden op 24 april 2008 nog aanwezig zijn, moeten wij dan ook overgaan tot ontbinding van de rechtspersoon. Van deze termijn kan geen uitstel worden verleend. (...)”.

2.10.

Bij beschikking van 24 april 2008 heeft de KvK Houmij op grond van artikel 2:19a lid 4 BW ontbonden. Bij brief van dezelfde datum heeft de KvK Houmij hiervan mededeling gedaan. Daarnaast is medegedeeld dat Houmij bij gebrek aan baten is opgehouden te bestaan en dat een en ander in het handelsregister is geregistreerd.

2.11.

Bij brief van 28 mei 2008 heeft [A] de KvK verzocht om Houmij wederom in te schrijven in het handelsregister. In die brief is onder meer vermeld dat de jaarcijfers van de ‘verschillende vennootschappen’ vanaf 2002 niet meer waren gedeponeerd, in verband waarmee een dispuut is ontstaan met BB&J Belastingadviseurs in Den Haag die de facturatie en belastingen voor Houmij verzorgde en dat [A] de brief waarin de voorgenomen ontbinding is meegedeeld, niet had ontvangen. Daarnaast is in de brief verzocht om een overzicht van alle openstaande rekeningen bij de KvK, zodat deze per direct voldaan kunnen worden.

2.12.

Bij brief van 9 oktober 2008 heeft de notaris mr. R. Zonnevylle in opdracht van Vlieger de Officier van Justitie gevraagd om de rechtbank Zeeland-West-Brabant te verzoeken [gedaagde 1] als vereffenaar van het vermogen van Houmij te benoemen. Bij beschikking van 28 oktober 2008, aangevuld bij beschikking van 18 november 2008, heeft de rechtbank [gedaagde 1] als vereffenaar benoemd. [gedaagde 1] is voorheen werkzaam geweest als belastingadviseur bij Ernst & Young en had in die hoedanigheid voor Mari-Vis gewerkt. Hij was bekend met de mossel- en oestersector en was een kennis van de familie [X].

2.13.

[gedaagde 1] heeft in het kader van zijn werkzaamheden contact opgenomen met [A] en [gedaagde 3].

2.14.

Bij e-mail van 2 november 2008 heeft [gedaagde 1] onder meer het volgende aan [A] geschreven:“In aansluiting op ons telefoongesprek van gisteren en mijn mails eveneens van gisteren, bericht ik u als volgt.(...)Artikel 9 lid 1 van de statuten bepaalt dat:“...bij ontbinding van een aandeelhouder-rechtspersoon..., moeten zijn aandelen worden aangeboden...”.

Verder wordt in dit artikel ook bepaald dat de aanbieding moet geschieden op de voet van artikel 8 van de statuten, waar onder andere in wordt bepaald dat de prijs moet worden vastgesteld door een in onderling overleg te benoemen deskundige.

Dit alles betekent mijns inziens dat alle aandelen die Houdstermaatschappij had/heeft in Mari-Vis moeten worden aangeboden. Er is dus geen keus tussen geld en aandelen om een eventueel surplus uit te keren. Mijn eerdere mails over deze keuze waren dus te optimistisch, en zijn door deze statutaire bepalingen achterhaald.

Ik vrees dat ik volgende week, als vereffenaar, de directie van Mari-Vis moet laten weten dat de aandelen worden aangeboden. In dit verband wijs ik ook op artikel 9 lid 3 van de statuten. Als ik de aanbieding niet doe, dan is de directie van Mari-Vis gerechtigd om dit zelf te doen, én om vervolgens de aandelen ook te leveren.

(...)”

2.15.

Bij e-mail van 3 november 2008 heeft [A] hierop als volgt geantwoord:“Ok, laat me weten hoe de procedure van aanbieding is en of de huidige situatie van ontbinding van rechtswege evt gevolgen heeft.”

2.16.

Bij e-mail van 3 november 2008 aan [A] heeft [gedaagde 1] de procedure voor de aanbieding als genoemd in artikel 8 en 9 van de statuten uiteengezet. Hierop heeft [A] bij e-mail van dezelfde dag geantwoord:

“Veel dank voor deze informatie. Op welke manier/vorm dien ik aan te bieden? Is het te adviseren om een advocaat aan te stellen om deze zaak te begeleiden?”

2.17.

Op 13 november 2008 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [gedaagde 1], [A] en [gedaagde 3]. In het verslag van die bespreking is onder meer het volgende opgenomen, waarbij [gedaagde 1] als vereffenaar van Houmij is aangeduid met de letters HN, [A] met de letters [B] en [gedaagde 3] in hoedanigheid van indirect directeur van Mari-Vis met de letters KJMV en in hoedanigheid van indirect aandeelhouder met de letters KJVL:“(...)HN eindigt zijn uiteenzetting met de vraag aan KJVL of deze, in beginsel, geïnteresseerd is om de aandelen die HN heeft in Mari-Vis (...) te kopen, als deze aandelen zouden worden aangeboden. Hij begrijpt dat KJVL nu, aangezien er nog geen prijs bekend is, nog niet definitief ja kan zeggen. De vraag is of KJVL, wat de prijs ook wordt, in ieder geval niet zal ingaan op een aanbod van de aandelen Mari-Vis. In dat geval zal HN de aandelen aan derden kunnen aanbieden, en dit ook doen.

(...) KJVL vraagt wat de visie is van [B] op het geheel, voordat hij op de vraag van HN wil antwoorden. [B] geeft aan dat dit alles voor hem niet hoefde te gebeuren c.q. niet hoeft te gebeuren. Komt nu slecht uit. Was bezig met sluiten lening bij ING. Wil nog tijd om dit verder te regelen c.q. HN dit te laten regelen. Vindt dat KJMV en/of betrokken notaris hem hadden moeten bellen om problemen met aandeelhouderschap op te lossen en zich niet zomaar tot justitie hadden moeten wenden. [B] ziet drie opties:

- KJVL koopt aandelen met gehakketak procedure over prijsbepaling;

- KJVL koopt aandelen tegen bedrag voldoende voor schuldeisers, en met afspraak dat hij binnen enkele jaren tegen dit bedrag, verhoogd met een af te spreken opslag, de aandelen weer terug kan kopen;

- KJVL koopt aandelen niet, aandelen worden aan derde verkocht.

[B] is in ieder geval geen voorstander van derde optie.

HN geeft aan dat [B] niet hem en KJVL moet overtuigen van zijn goede bedoelingen en zijn solvabiliteit, maar de bank.

(...)

[B] zegt geen kans te zien om op korte termijn voldoende geld te verzamelen om de schuldeisers te betalen. KJVL zegt dat hij eerst helder wil stellen dat het de schuld van [B] zelf is, dat de huidige situatie is ontstaan. [B] heeft verzuimd om de kosten van de Kamer van Koophandel te betalen. [B] heeft verzuimd om de jaarstukken te deponeren. Er was ineens een aandeelhouder weggevallen. De directie van Mari-Vis moest wel verder. Er zijn bedrijven. Er is personeel. Gezien de onzekerheden in de sector rond onder andere het zaadvissen en andere aspecten moet er slagvaardig gehandeld kunnen worden. Voor veel beslissingen heeft de KJMV, statutair gezien, de toestemming van de aandeelhouders nodig. Maar dan moeten die aandeelhouders er wel zijn. Navita Holding was ook al ontbonden. Wie of wat nu uiteindelijk gerechtigde is, was voor KJMV volslagen onduidelijk geworden. Voor KJVL komt dit alles ook slecht uit. Een aantal jaren geleden is er al eens gesproken over het overnemen van deze aandelen. Toen had hij wel belangstelling, maar toen is het niet doorgegaan omdat [B] niet wilde. Nu, met alle onzekerheden in de branche, en te verwachten verliesjaren 2009 en 2010, zit KJVL in een veel moeilijkere positie. Als nu aangeboden zou worden, zou KJVL wel willen kopen, mits voldaan zou worden aan de volgende voorwaarden: 1 kosten van deskundige voor prijsbepaling en van notaris voor passeren zijn voor HN, tenslotte heeft KJVL hier niet om gevraagd;

2 deskundige opdragen om voor prijsberekening mosselcompromis toe te passen;

3 snel passeren, bij passeren voorschot betalen, later na prijsbepaling definitief afrekenen.

De tweede door [B] genoemde optie is voor KJVL niet reëel.

(...)

HN stelt, als het zover komt, als te benoemen deskundige voor het kantoor DRV te Goes. KJVL gaat daarmee akkoord, maar stelt op zijn beurt voor kantoor Schipper uit Goes het voorwerk te laten doen. Zij zijn voldoende bekend met de ondernemen. Sneller en goedkoper.

HN vraagt zich af of Schipper niet te veel betrokken is. (...)

HN vraagt aan [B] wat hij vindt van het inschakelen van Schipper. En van de verder voorgestelde gang van zaken. (...)

[B] zou zich er het liefst niet mee bemoeien. Heeft het niet zo goed gevolgd. Kan hij het niet zwart op wit krijgen? Wat verwacht HN van hem. (...)”

In het verslag van de bespreking is verder vermeld dat is gesproken over de waarderingsmethode voor de prijs van de aandelen (mosselcompromis) en het hanteren van een minimumprijs voor de aandelen waardoor de schuldeisers van Houmij zouden kunnen worden betaald en de te benoemen deskundige. Voorts is opgenomen dat [gedaagde 1] [A] met het oog op eventuele uitkeringen van een eventueel overschot heeft gevraagd om bewijsstukken (aandeelhoudersregister of aandelenbewijs) waaruit blijkt dat Navita Holding aandeelhouder is van Houmij.

2.18.

Bij brief van 14 november 2008 heeft [gedaagde 1] [A] gewezen op de boete die genoemd is in de aandeelhoudersovereenkomst en heeft hij [A] meegedeeld dat hij met het oog daarop geen andere mogelijkheid zag dan het aanbieden van de aandelen binnen de in de aandeelhoudersovereenkomst genoemde termijn. Verder heeft hij geschreven:“Vraag is alleen of de prijsvaststelling volledig aan de te benoemen deskundige wordt overgelaten, of dat de deskundige de aanwijzing meekrijgt dat hij de waarderingsmethode uit het mosselcompromis moet gebruiken.Zeker als de waardering volgens het mosselcompromis gepaard kan gaan met de garantie van een minimumprijs, welke naar verwachting tenminste voldoende is om de schuldeisers te betalen, neig ikzelf naar het hanteren van het mosselcompromis. Jij zou mij nog uiterlijk maandag jouw ideeën hierover laten weten.”

2.19.

Bij e-mail van 25 november 2008 heeft [gedaagde 1] [A] verzocht om alle administratie van Houmij en meegedeeld dat nog geen antwoord was gekregen op de vraag of hij er mee instemt dat bij een eventuele overdracht de waarderingsmethode uit het mosselcompromis wordt gehanteerd. Verder vermeldt de e-mail:“(...) Als je wilt dat wij bij de besluitvorming rekening houden met jouw wensen, dan zal je op z’n minst duidelijk moeten aangeven wat die wensen zijn.Zoals je weet moet er binnen enkele dagen – per aangetekende post – aangeboden zijn. Wij verzoeken u dan ook om uiterlijk morgen antwoord te geven. (...)”

2.20.

In de hierop volgende correspondentie met de advocaat van [A], heeft [gedaagde 1] nog eens gevraagd om bewijsstukken van het aandeelhouderschap in Houmij en heeft hij verzocht om toezending van de administratie van Houmij. In die correspondentie heeft de advocaat van [A] [gedaagde 1] meegedeeld dat wanneer de aandelen worden aangeboden dit slechts tegen de marktwaarde kan zijn en heeft hij aangekondigd de rechtbank te verzoeken een vervanger van [gedaagde 1] aan te stellen.

2.21.

Op 27 november 2008 heeft [gedaagde 1] namens Houmij de aandelen van Houmij in Mari-Vis aan Vlieger aangeboden.

2.22.

Bij verzoekschrift van 5 december 2008 hebben Navita Holding en [A] deze rechtbank verzocht [gedaagde 1] als vereffenaar te ontslaan. Dit verzoek is afgewezen.

2.23.

Begin december 2008 hebben [gedaagde 1] en Vlieger DRV Accountants en Belastingadviseurs (hierna: DRV) opdracht gegeven om de prijs van de aandelen vast te stellen, welke opdracht door DRV is bevestigd. Bij e-mail van 14 januari 2009 heeft [gedaagde 1] naar aanleiding van die opdrachtbevestiging aan DRV geschreven dat deze fouten bevat. [gedaagde 1] schrijft onder andere:

“(...) De opdracht is het vaststellen van de prijs van het 50% aandelenbezit dat Houdstermaatschappij Navita BV in liquidatie heeft in Mari-Vis (...).

Ook schrijft u in deze alinea: ‘... de aandelen te waarderen...’, dit moet zijn: ‘... de prijs vast te stellen...’.”

2.24.

In het rapport van 20 maart 2009 van DRV (‘Waarderingsrapport met betrekking tot 50% van de aandelen in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V.’) is onder meer het volgende opgenomen:

“(...) Achtergrond van de waardering

De aandelen in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. worden gehouden door Vlieger B.V. en Houdstermaatschappij Navita B.V. in liquidatie. Beide aandeelhouders bezitten 50% van de aandelen. Houdstermaatschappij Navita B.V. in liquidatie is door de Kamer van Koophandel op 24 april 2008 ontbonden. Op grond van artikel 9.1 van de statuten van Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. is houdstermaatschappij Navita B.V. in liquidatie gehouden haar aandelen in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. aan te bieden aan Vlieger B.V.

In dit kader is ons verzocht de waarde te bepalen van het aandelenbelang van Houdstermaatschappij Navita B.V. in liquidatie in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V.

Uitgangspunt waardebepaling De waarde is bepaald op basis van een stand-alone situatie. Stand-alone wil zeggen dat de waarde van de onderneming wordt bepaald zonder nieuw beleid, gezien door de financiële bril van een hypothetische koper. Daarnaast is de waarde zowel gebaseerd op basis van een liquidatie als een going concern situatie.

Uitgaande van liquidatie wil zeggen dat de directe opbrengstwaarde van de onderneming wordt berekend.

Uitgaande van going-concern wil zeggen dat de indirecte opbrengstwaarde van de onderneming wordt berekend. (...) Waarderingsdatum Het moment waarop de waarde van het object is berekend is 1 januari 2009.

(...)

3 Historische financiële resultaten en prognoses

3.1

Algemeen

(...) Bij het waarderen van de aandelen op basis van de indirecte opbrengstwaarde zal de discounted cashflow-methode worden gebruikt. Deze methode voor de waardebepaling van aandelen gaat uit van de contante waarde van de toekomstige geldstromen. Met het oog hierop zijn door ons prognoses opgesteld op basis van de beschikbare informatie en het doen van een aantal aannames. Wij benadrukken het onzekere karakter van de prognoses. De producten die Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. en haar dochteronderneming (i.c. mosselen en oesters) kweekt zijn natuurproducten. De ontwikkeling hiervan is afhankelijk van diverse omstandigheden die niet alle beïnvloedbaar zijn (bijvoorbeeld weersomstandigheden). Dit en de grillige prijsontwikkeling aan de veiling maken het voorspellen van toekomstige omzet bijzonder lastig. De resultaten van Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. (geconsolideerd) vertonen aanzienlijke schommelingen over de jaren heen. Om deze reden zijn de prognoses beperkt tot de jaren 2009 en 2010 aangezien wij ons voor deze jaren gedeeltelijk kunnen baseren op inventarisatiegegevens van aanwezig mosselzaad per ultimo 2008. Deze prognoses hebben als basis gediend voor de in de eindwaarde betrokken geldstromen. (...)

3.2

Uitgangspunten prognoses

De historische resultaten lopen sterk uiteen. Geconsolideerd was in 2007 sprake van een verlies ad € 466.000, terwijl in 2008 op basis van de conceptcijfers een winst van € 716.000 is gerealiseerd. Het eigen vermogen was over de periode 2005 tot en met 2007 negatief (ultimo 2007 -/- € 527.000) en wordt met het resultaat 2008 weer positief (€ 314.000).

De inmiddels in uitvoering genomen investering in een mosselzaadinstallatie (MZI) is de belangrijkste reden waarom is gekozen voor het opstellen van prognoses in continuïteit. Er is uitgegaan van continuïteit voor alle vennootschappen. Het in standhouden van de vennootschappen heeft overigens tevens een relatie met de per vennootschap toegekende zaadvisquota. (...)

4 Waardering

4.1

Algemeen

Vanwege de negatieve resultaten en het negatieve eigen vermogen kunnen vragen worden gesteld bij de continuïteit van de onderneming. In geval van dreigende discontinuïteit wordt de waardering van de onderneming gebaseerd op de directe opbrengstwaarde bestaande uit het zichtbare eigen vermogen verhoogd met de eventuele stille reserves.

Uit het feit dat de aanzienlijke investering in de MZI inmiddels in uitvoering is genomen, kan worden afgeleid dat het voornemen bij het management bestaat tot continuering van de bedrijfsvoering.

Op grond van bovenstaande zijn wij van mening dat de prijs van de aandelen in Mari-Vis Verkoop Centrum B.V. gebaseerd dient te worden op de indirecte opbrengstwaarde.

Wel hebben wij, ter referentie, de directe opbrengstwaarde van de aandelen weergegeven.

4.2

Waardering directe opbrengstwaarde

(...) De waarde van de aandelen ultimo 2008 komt hiermee op € 742.000; voor 50% van de aandelen is dit € 371.000.

Een belangrijke nuance hierbij is dat hierin niet het effect is meegenomen van de inmiddels in uitvoering genomen investering in de MZI. Dit betekent dat een aanzienlijk bedrag inmiddels niet meer in liquide middelen aanwezig is. Of ditzelfde bedrag bij verkoop van de MZI kan worden verkregen is de vraag. Daarnaast zal de subsidie ad € 500.000 op de MZI waarschijnlijk niet kunnen worden geïncasseerd wanneer de bedrijfsactiviteiten worden gestaakt. Een eventueel verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde leidt tot een correctie op de directe opbrengstwaarde.

Ook ten aanzien van de voorraden zou een verschil kunnen ontstaan tussen de boekwaarde en de opbrengst in geval van verkoop. Tot slot is geen rekening gehouden met personele verplichtingen bij staking van de onderneming.

4.3

Waardering indirecte opbrengstwaarde

Voor de bepaling van de indirecte opbrengstwaarde kan de zogenaamde discounted cashflow methode worden gehanteerd. Deze methode bepaalt de waarde van een onderneming door de toekomstige geldstromen contant te maken tegen de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Deze vermogenskostenvoet bestaat uit de rente op het vreemd vermogen (gecorrigeerd voor het belastingvoordeel) en een rendementseis op het eigen vermogen.

De geldstromen in de jaren 2009 en 2010 zijn aanmerkelijk negatief. De investering in de MZI is de belangrijkste reden voor de negatieve geldstroom in 2009.

De geldstromen in de eindwaarde zijn eveneens negatief. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de investering in de MZI niet wordt terugverdiend. De contante waarde van de geldstromen in de prognoseperiode is (aanmerkelijk) negatief.

De conclusie hieruit is dat geen sprake is van waardecreatie en dat de waarde van de aandelen dan ook op nihil moet worden gesteld.

(...)”

2.25.

Bij akte van 28 juli 2009 zijn de aandelen van Houmij in Mari-Vis aan Vlieger geleverd tegen betaling door Vlieger van € 1,-.

2.26.

Bij akte van schuldoverneming van 28 juli 2009 heeft Houmij een vordering van € 82.980,12 op Navital Ltd en een vordering van 98.500,- op Navital (UK) Ltd overgedragen aan Vlieger tegen betaling door Vlieger van € 181.480,12, waarbij een bedrag van € 107.499,- is voldaan door verrekening. Navital Ltd en Navital (UK) Ltd waren gelieerd aan Houmij en [A] en zijn failliet gegaan.

2.27.

Bij akte van schuldoverneming van 7 december 2010 heeft Houmij ingevolge een tussen Houmij en Mari-Vis in oktober 2010 gesloten overeenkomst een vordering van € 293.289,26 op [A] overgedragen aan Mari-Vis tegen kwijtschelding van een vordering van Mari-Vis op Houmij van € 109.008,40.

2.28.

[gedaagde 1] heeft het rapport van DRV op 28 oktober 2011 aan [A] toegezonden.

2.29.

Op verzoek van Navita Holding bij brief van 16 september 2016 heeft de Kamer van Koophandel te Rotterdam Navita Holding op 17 oktober 2016 ingeschreven in het handelsregister als mede-vereffenaar van Houmij.

2.30.

Op 31 oktober 2016 heeft [gedaagde 1] de Kamer van Koophandel geïnformeerd dat de vereffening is beëindigd en heeft hij de stukken ter rekening en verantwoording aan de Kamer van Koophandel toegezonden.

2.31.

Bij verzoekschrift van 28 februari 2017 heeft Navita Holding de rechtbank Zeeland-West-Brabant verzocht de vereffening te heropenen, met benoeming van Navita Holding als vereffenaar en met ontslag van [gedaagde 1] voor zover hij nog als vereffenaar mocht gelden. Bij beschikking van 19 juli 2017 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. Bij beschikking van 19 april 2018 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch deze uitspraak in hoger beroep vernietigd en de vereffening heropend, waarbij Navita Holding als vereffenaar is benoemd.

2.32.

Houmij heeft ter verzekering van het recht op levering van 50% van de aandelen in Mari-Vis conservatoir beslag tot levering van die aandelen gelegd.

2.33.

Bij brief van 15 januari 2021, gericht aan [gedaagde 1], Vlieger en [gedaagde 3], heeft Houmij bij monde van haar raadsman op basis van misbruik van omstandigheden de vernietiging ingeroepen van de koopovereenkomst, althans het samenstel van rechtshandelingen op basis waarvan de aandelen van Houmij in Mari-Vis aan Vlieger zijn overgedragen voor € 1,-.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing