Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-03-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1786, BRE 20/10161
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-03-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1786, BRE 20/10161
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 maart 2023
- Datum publicatie
- 11 april 2023
- Zaaknummer
- BRE 20/10161
- Relevante informatie
- Art. 22 Wet WOZ, Art. 24 lid 9 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ woning, Compromis
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 20/10161
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde G. Gieben, verbonden aan Previcus Vastgoed B.V.),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, (gemeente Breda), de heffingsambtenaar,
en
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
1. In deze uitspraak bekrachtigt de rechtbank het compromis tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar betreffende de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 3 november 2020. Daarnaast beslist de rechtbank op de vraag of belanghebbende aanspraak kan maken op vergoeding van immateriële schade.
De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 29 februari 2020 aan belanghebbende een waardebeschikking voor het jaar 2020 toegezonden (hierna: de beschikking). De beschikking is vastgesteld op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Tegelijk is (onder meer) ook een aanslag onroerendezaakbelastingen (hierna: de aanslag OZB) opgelegd en is de aanslag watersysteemheffing eigenaren bekend gemaakt. De beschikking en de aanslagen hebben betrekking op de woning van belanghebbende op het adres [adres] in [plaats] (hierna: de woning).
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning vastgesteld per 1 januari 2019. De waarde is vastgesteld op € 682.000.
Op 7 februari 2020 (datum ondertekening koopovereenkomst) is de woning verkocht voor € 725.000. De juridische eigendomsoverdracht heeft op 22 mei 2020 plaatsgevonden.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de woning en de aanslag OZB gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Op 9 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar de rechtbank via de digitale weg bericht dat partijen een compromis hebben gesloten over de waarde van de woning en de te vergoeden proceskosten.
De rechtbank heeft het beroep op 22 februari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, J.F.J.M van Abbe (verbonden aan Previcus Vastgoed B.V.) en namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar].