Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-05-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3026, 21/213
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-05-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3026, 21/213
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 8 mei 2023
- Datum publicatie
- 25 mei 2023
- Zaaknummer
- 21/213
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 24 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ woning
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats [plaats]
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/213
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A. Bakker, verbonden aan Maatschap WOZ Juristen),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Breda), de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 18 december 2020.
Het voorafgaande traject is als volgt verlopen. De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 29 februari 2020 aan belanghebbende een waarde-beschikking voor het jaar 2020 toegezonden (hierna: de beschikking). Tegelijk is ook een aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) en watersysteemheffing opgelegd (hierna: de aanslagen). De beschikking is vastgesteld op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ). De beschikking en de aanslagen hebben betrekking op de woning van belanghebbende op het adres [adres] in [plaats] (hierna: de woning).
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning vastgesteld per de datum van 1 januari 2019 (hierna: de waardepeildatum). De waarde is vastgesteld op € 502.000. Daartegen richten de beroepsgronden van belanghebbende.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 5 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] en [heffingsambtenaar]. Belanghebbende en zijn gemachtigde waren niet aanwezig.
De gemachtigde van belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 24 januari 2023 aan het postadres [adres], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De gemachtigde is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 25 januari 2023 bij een Primera-vestiging is ontvangen en dat de bezorgtijd van de brief onbekend is. Naar aanleiding hiervan heeft de griffier op 27 maart 2023 contact gehad met de gemachtigde of de aangetekende brief is ontvangen. De gemachtigde heeft de griffier bevestigd dat de uitnodiging voor de zitting is ontvangen. Namens gemachtigde is op dezelfde zittingsdatum in andere zaken wel iemand verschenen, waarbij die persoon ook een machtiging over heeft gelegd om op te treden in de zaak van belanghebbende. De rechtbank is van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig aan gemachtigde is aangeboden.
Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een twee-onder-één-kap woning met garage en berging. De inhoud van de woning betreft 420m3 en de grondoppervlakte bedraagt 380m2.