Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-06-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3935, 21/1545
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-06-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:3935, 21/1545
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 7 juni 2023
- Datum publicatie
- 21 juni 2023
- Zaaknummer
- 21/1545
- Relevante informatie
- Art. 17 WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ woning, mede belanghebbende beschikking
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/1545
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 februari 2021.
Het voorafgaande traject is als volgt verlopen. De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 30 juni 2020 aan belanghebbende een waarde-beschikking met de titel ‘mede belanghebbende beschikking’ voor het jaar 2019 toegezonden (hierna ook aangeduid als: beschikking B). De beschikking is vastgesteld op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ). De beschikking heeft betrekking op de woning van belanghebbende op het adres [adres] in [plaats] (hierna: de woning).
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning vastgesteld per de datum van 1 januari 2018 (hierna: de waardepeildatum). De waarde is vastgesteld op € 390.000. Daartegen richten de beroepsgronden van belanghebbende.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De heffingsambtenaar heeft een aanvullend stuk ingediend op 29 maart 2023.
De rechtbank heeft het beroep op 5 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens belanghebbende, [naam], namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar] en [heffingsambtenaar]. Een afschrift van de (door)machtiging door de heer [gemachtigde] aan de heer [naam] is bijgevoegd bij deze uitspraak.
Het onderzoek ter zitting is geschorst en belanghebbende is herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld om te reageren op het aanvullende stuk van de heffingsambtenaar. Belanghebbende heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Ter zitting hebben beide partijen ingestemd met het achterwege laten van een nader onderzoek ter zitting.
De rechtbank heeft op 16 mei 2023 het onderzoek gesloten en een uitspraak aangekondigd binnen 6 weken.
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om andere belanghebbende(n) dan de in aanhef van deze uitspraak genoemde belanghebbende uit te nodigen voor de behandeling van deze zaak.