Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-06-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4144, BRE 21/1135
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-06-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4144, BRE 21/1135
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 14 juni 2023
- Datum publicatie
- 21 juni 2023
- Zaaknummer
- BRE 21/1135
- Relevante informatie
- Art. 17 WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 21/1135
[belanghebbende], gevestigd te [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Bergen op Zoom), de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 maart 2021.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de onroerende zaak) op 1 januari 2019 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 174.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen (OZB) van de gemeente [plaats] voor het jaar 2020 opgelegd (de aanslag).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de WOZ-waarde van de onroerende zaak ongegrond verklaard. Bij uitspraak op bezwaar zijn de bezwaren van belanghebbende, gericht tegen een tweetal andere in de aanslag begrepen onroerende zaken, gegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 10 mei 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de gemachtigde [naam] en namens de heffingsambtenaar [heffingsambtenaar].
Feiten
2. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak aan de [adres] in [plaats]. Het betreft een bedrijfsruimte met een oppervlakte van 112 m2.
De waarde van de onroerende zaak is vastgesteld bij gecombineerde aanslag, waarbij ook de WOZ-waarde van diverse andere onroerende zaken is vastgesteld. Bij uitspraak op bezwaar is de WOZ-waarde van een tweetal andere onroerende zaken verminderd. Omdat de heffingsambtenaar deels aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, is aan belanghebbende een kostenvergoeding van € 530 toegekend voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De kostenvergoeding is berekend naar 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, plus 1 punt voor het bijwonen van een hoorzitting met een waarde per punt van € 265. De heffingsambtenaar heeft een wegingsfactor van 1 gehanteerd voor de zwaarte van de zaak, en een factor van 1 vanwege de samenhang van de zaken .