Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-08-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5416, 22/1193 tot en met 22/1197
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-08-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5416, 22/1193 tot en met 22/1197
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 augustus 2023
- Datum publicatie
- 31 augustus 2023
- Zaaknummer
- 22/1193 tot en met 22/1197
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw
Inhoudsindicatie
Parkeervergunning, beroep ongegrond omdat i.v.m. verhuizing niet (meer) wordt voldaan aan de toekenningsvoorwaarden. Geen PKV.
Uitspraak
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/1193 tot en met 22/1197
( [gemachtigde] ),
en
Inleiding /Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 10 februari 2022.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende de volgende naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting opgelegd.
|
aanslagnummer |
dagtekening |
controledatum |
tijd |
zaaknr. |
|
[aanslagnummer 1] |
5-12-2021 |
29-11-2021 |
14:44 uur |
22/1193 |
|
[aanslagnummer 2] |
26-12-2021 |
18-12-2021 |
9:56 uur |
22/1194 |
|
[aanslagnummer 3] |
10-12-2021 |
3-12-2021 |
9:17 uur |
22/1195 |
|
[aanslagnummer 4] |
6-12-2021 |
30-11-2021 |
13:59 uur |
22/1196 |
|
[aanslagnummer 5] |
10-12-2021 |
4-12-2021 |
9:17 uur |
22/1197 |
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslagen gehandhaafd. Daartegen heeft belanghebbende beroep ingesteld. Ter zake van de 5 beroepen is eenmaal griffierecht geheven in zaak 22/1193.
In zijn verweerschrift heeft de heffingsambtenaar aangegeven tegemoet te komen aan belanghebbendes bezwaar met betrekking tot de naheffingsaanslagen met aanslagnummers [aanslagnummer 1] (zaaknummer 22/1193) en [aanslagnummer 4] (zaaknummer 22/1196).
Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende de beroepen van de 1.3 genoemde zaaknummers op 15 augustus 2022 ingetrokken en de rechtbank verzocht de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende.
De rechtbank heeft de resterende beroepen op 5 juli 2023 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] , namens de heffingsambtenaar. Belanghebbende en haar gemachtigde waren, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet aanwezig. De gemachtigde van belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 2 juni 2023 aan het [postadres] te [plaats 2] , onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Aangezien uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 3 juni 2023 op genoemd postadres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. De zitting heeft daarom plaatsgevonden zonder aanwezigheid van belanghebbende en haar gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende in verband met de ingetrokken beroepen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
3. Op de in genoemde 1.1 data en tijden stond belanghebbendes auto, een Peugeot met [kenteken] (de auto) geparkeerd aan de Beyerd te Breda (de parkeerplaats).
Tijdens controles met een scanauto op voormelde data is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan. Daarom zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen opgelegd, alle ter hoogte van € 66,80 (€ 2,30 aan parkeerbelasting en € 64,50 aan kosten).
Belanghebbende beschikte over een parkeervergunning voor de auto voor het [adres 1] te [plaats 1] voor de periode 21 maart 2021 tot 21 maart 2022.
Belanghebbende is in mei 2021verhuisd naar [adres 2] te [plaats 1] .
De heffingsambtenaar heeft de parkeervergunning voor [adres 1] te [plaats 1] met ingang van 29 november 2021 ingetrokken.
Op 23 december 2021 heeft de heffingsambtenaar een parkeervergunning afgegeven aan belanghebbende voor [adres 2] te [plaats 1] .