Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-08-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5758, AWB 21_1252 en 1253
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-08-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5758, AWB 21_1252 en 1253
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 24 augustus 2023
- Datum publicatie
- 31 augustus 2023
- Zaaknummer
- AWB 21_1252 en 1253
- Relevante informatie
- Art. 223 Gemw
Inhoudsindicatie
forensenbelasting. beroep ingetrokken. uitspraak betreft enkel ISV. overschrijding toegerekend aan heffingsambtenaar.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 21/1252 en 21/1253
[belanghebbende] uit [plaats 1] (Duitsland), belanghebbende
(gemachtigde: drs. J. Heerema),
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 februari 2021.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende twee aanslagen forensenbelasting opgelegd over het jaar 2020 voor de woningen aan de [adres] en [huisnummer 1] te [plaats 2] tot een gezamenlijk bedrag van € 3.356,50.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende afgewezen. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag voor de woning op [huisnummer 1] in stand gelaten. Gedurende de bezwaarprocedure heeft de heffingsambtenaar de aanslag voor de woning op [huisnummer 2] verminderd. Hiervoor heeft hij geen kostenvergoeding toegekend.
De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Op 2 augustus 2023 heeft de heffingsambtenaar een stuk gestuurd aan de rechtbank waaruit blijkt dat hij volledig aan de beroepen van belanghebbende tegemoet gaat komen en de proceskosten en het griffierecht zal vergoeden. Een identieke beslissing heeft hij genomen voor het belastingjaar 2021.
De rechtbank heeft de beroepen op 3 augustus 2023 op zitting behandeld. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank van beide partijen bericht gekregen dat zij niet bij de zitting aanwezig zouden zijn.
Op 9 augustus 2023 heeft de rechtbank van belanghebbende een intrekking voor wat betreft de aanslagen ontvangen. Belanghebbende heeft zijn verzoek om een vergoeding van immateriële schade wegens de lange duur van de procedure niet ingetrokken.