Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-08-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6100, 21/4241

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-08-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6100, 21/4241

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
31 augustus 2023
Datum publicatie
26 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:6100
Zaaknummer
21/4241
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

WOZ-woning

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/4241

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de [gemeente] , de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 augustus 2021.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 473.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de [gemeente] voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslag).

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 8 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de heffingsambtenaar, [naam 1] en [naam 2] . Belanghebbende was niet aanwezig.

1.5.

Uit telefonisch contact met belanghebbende is naar voren gekomen dat belanghebbende verhinderd was om ter zitting te verschijnen. De stelling van belanghebbende dat hij de oproeping niet heeft gekregen, heeft de rechtbank opgevat als een impliciet verzoek tot verdaging van de geplande zitting. Dat verzoek heeft de rechtbank afgewezen. De rechtbank heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 februari 2023 uitgenodigd voor de zitting. Die brief is naar het door belanghebbende opgegeven woonadres in [plaats] verzonden. De enveloppe waarin de uitnodigingsbrief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Deze uitnodigingsbrief is op 20 maart 2023 nogmaals naar het door belanghebbende opgegeven woonadres in [plaats] gestuurd, maar dan per gewone post. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de wettelijk voorgeschreven wijze is uitgenodigd. De zitting heeft daarom zonder belanghebbende plaatsgevonden.

1.6.

De heffingsambtenaar heeft ter zitting een nader stuk overgelegd. De rechtbank heeft dit stuk toegelaten als gedingstuk, omdat het een brief van belanghebbende zelf is en hij dit document kent en het in zijn belang is dat dit stuk in de beoordeling wordt meegenomen. Ondanks de afwezigheid van belanghebbende is zijn procespositie dus niet geschaad, maar juist gewaarborgd. Dit stuk zal daarom als bijlage bij deze uitspraak aan belanghebbende worden verzonden.

1.7.

De heffingsambtenaar heeft conform de ter zitting gegeven opdracht een machtiging overgelegd. Deze is aan het dossier toegevoegd. Een kopie van deze machtiging zal als bijlage bij deze uitspraak aan belanghebbende worden verzonden.

Feiten

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep