Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-10-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7132, 22/2098

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-10-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7132, 22/2098

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 oktober 2023
Datum publicatie
31 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:7132
Zaaknummer
22/2098
Relevante informatie
Art. 231 Gemw, Art. 9 Iw 1990

Inhoudsindicatie

Aanmaningskosten parkeerbelasting

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 22/2098

[belanghebbende], uit [plaats 1], belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de invorderingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de invorderingsambtenaar van 16 maart 2022.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 20 december 2021 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd.

1.2

De invorderingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 19 januari 2022 aanmaningskosten met betrekking tot de naheffingsaanslag in rekening gebracht wegens het uitblijven van betaling van de naheffingsaanslag.

1.3

Belanghebbende heeft op 21 januari 2022 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en op 28 januari 2022 tegen de aanmaningskosten.

1.4

De heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar hebben beide bezwaren in één uitspraak op bezwaar ongegrond verklaard.

1.5

De invorderingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met het toesturen van op de zaak betrekking hebbende stukken.

1.6

De rechtbank heeft het beroep op 8 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: mr. M.P. Meurs, namens de invorderingsambtenaar. Belanghebbende en zijn gemachtigde waren, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet aanwezig. De gemachtigde van belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 19 juni 2023 aan de [postbus], [postcode] te [plaats 2], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Aangezien uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 20 juni 2023 op genoemd postadres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. De zitting heeft daarom plaatsgevonden zonder aanwezigheid van belanghebbende en zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Overwegingen

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep