Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8688, 22/65
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8688, 22/65
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 13 december 2023
- Datum publicatie
- 9 januari 2024
- Zaaknummer
- 22/65
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
woz niet-woning
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/65
[belanghebbende] , te [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] , verbonden aan [b.v.] ),
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Bergen op Zoom), de heffingsambtenaar,
en
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 december 2021.
De heffingsambtenaar heeft op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (het object) op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 246.000. Tegelijkertijd met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de Belastingsamenwerking West-Brabant voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 12 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] namens belanghebbende en namens de heffingsambtenaar [naam 2] en [taxateur] .
De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.