Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8779, BRE 22/3956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8779, BRE 22/3956
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 15 december 2023
- Datum publicatie
- 21 december 2023
- Zaaknummer
- BRE 22/3956
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 18 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ - stuk perceel.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/3956
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Halderberge), de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 juli 2022.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak, een perceel aan de [adres] te [plaats 1] (de onroerende zaak) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 28.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag onroerendezaakbelastingen van de gemeente Halderberge voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en zijn echtgenote en namens de heffingsambtenaar [naam] en [taxateur] .
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de onroerende zaak niet te hoog heeft vastgesteld. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Belanghebbende is van mening van de waarde van de onroerende zaak nihil is. De heffingsambtenaar verdedigt de in de uitspraak op bezwaar gehandhaafde waarde van € 28.000.
De rechtbank is van oordeel dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is vastgesteld. Het beroep van belanghebbende slaagt dus niet. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.