Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8936, 22/4576

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8936, 22/4576

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
29 december 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:8936
Zaaknummer
22/4576
Relevante informatie
Art. 239 Gemw, Art. 129 Wschw

Inhoudsindicatie

WOZ-woning en formele geschilpunten

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 22/4576

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Breda), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 9 september 2022.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 556.000 (de WOZ-beschikking). Met deze waardevaststelling zijn aan belanghebbende ook de aanslag onroerendezaakbelasting eigenaar woning (OZBE) en aanslag Watersysteemheffing bebouwd voor het jaar 2022 opgelegd.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de [heffingsambtenaar] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De WOZ-beschikking is niet in geschil. De rechtbank beoordeelt uitsluitend de vraag of de heffingsambtenaar de aanslagen OZBE en watersysteemheffing ( [aanslagnummer 1] met dagtekening 31 juli 2022) mag opleggen na de vaststelling van [aanslagnummer 2] met dagtekening 25 februari 2022.

Belanghebbende heeft aangevoerd dat de heffingsambtenaar de aanslag met dagtekening 31 juli 2022 niet mag opleggen. Volgens belanghebbende is het opleggen van twee aanslagen binnen één (kalender)jaar onmogelijk. Door de beschikking van 25 februari 2022 een aanslag te noemen, is het de gemeente niet toegestaan om een tweede aanslag op te leggen. De heffingsambtenaar had eerst een voorlopige aanslag moeten opleggen, maar heeft dat niet gedaan. Hij heeft de afgelopen 40 jaren lang één aanslag per jaar ontvangen. Dus voor het jaar 2022 mocht hij ook één aanslag verwachten, aldus belanghebbende.

2.1.

De rechtbank is van oordeel dat de aanslagen OZBE en watersysteemheffing terecht zijn opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep