Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8998, BRE - 22 _ 2251 tot en met 22 _ 2258
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8998, BRE - 22 _ 2251 tot en met 22 _ 2258
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 29 december 2023
- Zaaknummer
- BRE - 22 _ 2251 tot en met 22 _ 2258
- Relevante informatie
- Art. 3.90 Wet IB 2001, Art. 27e AWR, Art. 67d AWR
Inhoudsindicatie
IB/PVV 2015 tot en met 2018, contante stortingen en opnamen, omkering en verzwaring bewijslast, vergrijpboete
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/2251 tot en met 22/2258
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur 22 maart 2022.
De inspecteur heeft aan belanghebbende aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) voor de jaren 2015, 2016, 2017 en 2018 opgelegd. Bij gelijktijdige beschikkingen heeft de inspecteur belastingrente aan belanghebbende in rekening gebracht (de belastingrentebeschikkingen). Ook heeft de inspecteur bij gelijktijdige beschikking met de aanslag IB/PVV 2018 een boete aan belanghebbende opgelegd (de boetebeschikking). Het voorgaande kan als volgt worden weergegeven:
|
Zaaknr. |
Jaar |
Soort |
Dagtekening |
Kenmerk |
Belasting |
Rente |
Boete |
|
22/2251 |
2015 |
IB/PVV |
27-09-2019 |
[aanslagnummer] .W.56.01 |
€ 44.202 |
€ 5.888 |
- |
|
22/2252 |
2015 |
Zvw |
27-09-2019 |
[aanslagnummer] .W.56.01.4 |
€ 2.520 |
€ 288 |
- |
|
22/2253 |
2016 |
IB/PVV |
20-09-2019 |
[aanslagnummer] .W.66.01 |
€ 21.069 |
€ 1.959 |
- |
|
22/2254 |
2016 |
Zvw |
20-09-2019 |
[aanslagnummer] .W.66.01.4 |
€ 2.901 |
€ 236 |
- |
|
22/2255 |
2017 |
IB/PVV |
06-10-2020 |
[aanslagnummer] .W.76.01 |
€ 178.360 |
€ 15.069 |
- |
|
22/2256 |
2017 |
Zvw |
06-10-2020 |
[aanslagnummer] .W.76.01.4 |
€ 1.481 |
€ 8 |
- |
|
22/2257 |
2018 |
IB/PVV |
04-02-2021 |
[aanslagnummer] .W.86.01 |
€ 30.773 |
€ 41 |
€ 15.386 |
|
22/2258 |
2018 |
Zvw |
04-02-2021 |
[aanslagnummer] .W.86.01.4 |
€ 2.712 |
€ 3 |
De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2015, 2016, 2017 en 2018, de belastingrentebeschikkingen en de boetebeschikking bij uitspraken op bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft de beroepen op 15 juni 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, de gemachtigde en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en drs. [inspecteur 3] .
Beide partijen hebben na de zitting nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.