Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9033, BRE 22/3955

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:9033, BRE 22/3955

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
27 december 2023
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:9033
Zaaknummer
BRE 22/3955
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

WOZ woning. Vergelijkingsmethode. Beroep ongegrond.

Uitspraak

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 22/3955


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2023 in de zaak tussen


[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.

1 Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 5 juli 2022.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2021 de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats 2] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 538.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Zundert voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag OZB).

1.3.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en [naam 1] en namens de heffingsambtenaar [naam 2] , [naam 3] en [taxateur] .

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het is een vrijstaande woning uit 1990 op een perceel van 599 m2. De woning beschikt over een inpandige garage, een vrijstaand tuinhuis en een aangebouwde schuur/berging.

3 Beoordeling door de rechtbank

3.1.

De rechtbank beoordeelt of de waarde van de woning te hoog is vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. Belanghebbende vindt dat de waarde van de woning op de waardepeildatum € 488.000 bedraagt. De heffingsambtenaar verdedigt de in de uitspraak op bezwaar gehandhaafde waarde van € 538.000.

3.2.

Een beroep tegen de waardebeschikking is tegelijk ook een beroep tegen de aanslag OZB. Dat staat in artikel 24, negende lid, gelezen in samenhang met artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ. Het oordeel over de aanslag OZB volgt het oordeel over de waarde van de woning. Tegen de aanslag OZB zijn geen zelfstandige gronden aangevoerd.

3.3.

Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het beroep van belanghebbende niet en is de waarde van de woning niet te hoog vastgesteld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4 Overwegingen

5 Conclusie en gevolgen