Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-05-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2853, AWB-23_1828
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-05-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2853, AWB-23_1828
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 7 mei 2024
- Datum publicatie
- 14 mei 2024
- Zaaknummer
- AWB-23_1828
- Relevante informatie
- Art. 220 Gemw
Inhoudsindicatie
OZB gebruiker niet-woning
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1828
[belanghebbende] B.V., uit [plaats 1], belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde], verbonden aan [bedrijf] B.V.),
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Breda) de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 januari 2023.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 31 oktober 2022 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 2] (hierna: object) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 4.420.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende de aanslag in de onroerendezaakbelastingen gebruiker van de gemeente Breda voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZBG).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen als gemachtigde van belanghebbende [naam 1]. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [naam 2].
Feiten
2. Belanghebbende is eigenaar van het object. Het betreft een winkel (verder: object) met meerdere opslagruimtes en een kantoor. Het object beschikt over een begane grond en een eerste, tweede en derde verdieping.
Belanghebbende heeft een huurovereenkomst van de winkelruimte overlegd. De winkelruimte wordt verhuurd aan [B.V.] en is aangegaan voor de duur van tien jaar, ingaande op 1 februari 2018.
In geschil is of de gebruikersbelasting terecht is opgelegd aan belanghebbende.