Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4529, AWB-23_3577

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4529, AWB-23_3577

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juli 2024
Datum publicatie
23 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:4529
Zaaknummer
AWB-23_3577
Relevante informatie
Art. 15.33 WMB, Art. 220 Gemw

Inhoudsindicatie

Afvalstoffenheffing en watersysteemheffing, volgtijdig gebruik, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Belastingrecht

zaaknummer: BRE 23/3577

[belanghebbende] B.V., uit [plaats 1], belanghebbende,

(gemachtigde: M.C.J.W.A. van Gool),

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Loon op Zand), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 mei 2023.

1.1.

Met dagtekening 31 maart 2023 zijn aan belanghebbende voor het jaar 2023 op één aanslagbiljet aanslagen onroerende zaakbelastingen eigenaarsdeel, rioolheffing gebruikersdeel, afvalstoffenheffing en watersysteemheffing gebouwd opgelegd voor de onroerende zaak aan [adres 1] te [plaats 2] (hierna: de onroerende zaak). In hetzelfde geschrift is de beschikking, waarbij de waarde van de onroerende zaak is vastgesteld op de voet van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) opgenomen.

1.2.

Belanghebbende heeft bezwaar ingesteld tegen de aanslagen rioolheffing gebruikersdeel en afvalstoffenheffing.

1.3.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2024 op zitting behandeld. Namens de heffingsambtenaar is verschenen [naam 1]. Belanghebbende en gemachtigde zijn zonder kennisgeving aan de rechtbank niet verschenen.

1.5.

Gemachtigde is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 17 april 2024 aan de gemachtigde van belanghebbende op het adres [adres 2] te [plaats 1], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 18 april 2024 aan de gemachtigde van belanghebbende op genoemd adres is bezorgd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Gemachtigde heeft per brief van 18 juni 2024 laten weten dat ze zich heeft vergist in de zittingsdatum, waardoor ze niet ter zitting is verschenen. Hiervoor biedt gemachtigde haar excuses aan. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak.

Beoordeling door de rechtbank

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep