Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4936, BRE 23/1806
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4936, BRE 23/1806
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 17 juli 2024
- Datum publicatie
- 25 juli 2024
- Zaaknummer
- BRE 23/1806
- Relevante informatie
- Art. 219 Gemw, Art. 223 Gemw, Art. 236 Gemw, Art. 2:13 Awb, Art. 2:14 Awb, Art. 3:40 Awb, Art. 3:41 Awb, Art. 7:10 Awb
Inhoudsindicatie
Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting 2022 is ongegrond. De rechtbank komt niet toe aan een exceptieve toets en er is geen sprake van discriminatie/schending van het gelijkheidsbeginsel.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1806
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 februari 2023.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2022 een aanslag forensenbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en namens de heffingsambtenaar, mr. J. Loots en mr. T.C.A. Houkes.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn schriftelijk met zes weken verlengd.