Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5209, 23/3371
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5209, 23/3371
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 29 juli 2024
- Datum publicatie
- 2 augustus 2024
- Zaaknummer
- 23/3371
- Relevante informatie
- Art. 225 Gemw, Art. 3:2 Awb, Art. 3:46 Awb, Art. 6:22 Awb, Art. 7:2 Awb, Art. 7:3 Awb
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting, hoorplicht geschonden
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3371
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
(gemachtigde: [naam]),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 mei 2023.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] opgelegd (de naheffingsaanslag).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek bij brief van 25 juli 2024 gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.