Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5229, 22/2807 t/m 22/2852, 22/2897, 22/2899 t/m 22/2919 en 22/2929

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-07-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5229, 22/2807 t/m 22/2852, 22/2897, 22/2899 t/m 22/2919 en 22/2929

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29 juli 2024
Datum publicatie
9 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:5229
Zaaknummer
22/2807 t/m 22/2852, 22/2897, 22/2899 t/m 22/2919 en 22/2929
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

WOZ / 69 winkels / huurwaardekapitalisatiemethode

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 22/2807 t/m 22/2852, 22/2897, 22/2899 t/m 22/2919 en 22/2929

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. F.J.H.L. Makkinga),

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar,

en

de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 26 april 2022.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van een aantal onroerende zaken (de winkels) op 1 januari 2020 (de waardepeildatum), naar de toestandsdatum 1 januari 2021, vastgesteld. Met deze waardevaststelling zijn aan belanghebbende ook de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Etten-Leur voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslagen). Voor zover hier van belang worden de winkels, de vastgestelde waarden en de opgelegde aanslagen vermeld in een aan deze uitspraak gehechte bijlage.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende gegrond verklaard. Voor zover hier van belang worden de in de uitspraken op bezwaar vastgestelde waarden vermeld in de in 1.1 bedoelde bijlage. De heffingsambtenaar heeft een kostenvergoeding voor de bezwaren toegekend van in totaal € 807 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het hoorgesprek, maal 1,5 voor het aantal samenhangende zaken, maal € 269 per punt).

1.3.

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft de beroepen op 15 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende, tot bijstand vergezeld van [taxateur 1] en namens de heffingsambtenaar [naam 1] , tot bijstand vergezeld van [taxateur 2] en [taxateur 3] (taxateur). Van hetgeen op de zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan de rechtbank gelijktijdig met de uitspraak een afschrift naar partijen heeft verzonden.

1.5.

Bij brief van 7 maart 2024 heeft de heffingsambtenaar de rechtbank bericht dat hij niet openstaat om het geschil in de beroepsprocedures met een waardecompromis te beslechten.

1.6.

Bij bericht van 18 maart 2024 heeft de rechtbank de gemachtigde van belanghebbende ervan in kennis gesteld de ter zitting door de heffingsambtenaar overgelegde pleitnota niet tardief te verklaren. De rechtbank heeft de gemachtigde twee weken de tijd gegeven om schriftelijk op bedoelde pleitnota te reageren.

1.7.

Bij brief van 2 april 2024, met bijlagen, heeft de gemachtigde van belanghebbende gereageerd op de ter zitting door de heffingsambtenaar overgelegde pleitnota. Bij brief van 13 mei 2024, met bijlagen, heeft de heffingsambtenaar, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, gereageerd op de hiervoor bedoelde brief van de gemachtigde van 2 april 2024.

1.8.

Bij berichten van 14 juni 2024 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en meegedeeld binnen zes weken schriftelijk uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten

Motivering

Conclusie en gevolgen

Beslissing

Informatie over hoger beroep