Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-08-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6049, 22/222
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-08-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6049, 22/222
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2024
- Datum publicatie
- 12 september 2024
- Zaaknummer
- 22/222
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 30a Wet WOZ
Inhoudsindicatie
WOZ woning. Gebruik van perceel in strijd met het bestemmingsplan is wel van invloed op WOZ-waarde. Maar niet in de mate die belanghebbende bepleit. Beroep gegrond, waarde in goede justitie.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/222
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. A. Bakker, verbonden aan WOZ-Juristen),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 december 2021.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2020 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 949.000. Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende (onder andere) een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Tilburg voor het jaar 2021 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de waardebeschikking en de aanslag OZB afgewezen.
De rechtbank heeft het beroep op 24 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde en namens de heffingsambtenaar, [naam 1] en [taxateur] . Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst vanwege een wrakingsverzoek van de gemachtigde. Van hetgeen tijdens deze zitting is besproken is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift reeds naar partijen is gezonden.
De wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het wrakingsverzoek van belanghebbende bij beslissing van 1 maart 2024 ongegrond verklaard.1
Op 15 juli 2024 is het onderzoek ter zitting voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing van wegens indiening van het wrakingsverzoek. Aan deze vervolgzitting hebben deelgenomen: de gemachtigde en namens de heffingsambtenaar, [naam 2] en [taxateur] . Van hetgeen is besproken tijdens deze vervolgzitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan de rechtbank gelijktijdig met deze uitspraak een afschrift aan partijen zal toezenden.