Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6260, BRE 23/912
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6260, BRE 23/912
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 6 september 2024
- Datum publicatie
- 13 september 2024
- Zaaknummer
- BRE 23/912
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 7:2 Awb
Inhoudsindicatie
WOZ woning, hoorrecht niet geschonden, ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/912
[belanghebbende] uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [naam 1] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 december 2022.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 23 februari 2022 de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.060.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende voor het jaar 2022 ook een aanslag in de onroerendezaakbelastingen (de aanslag OZB) van de gemeente Schouwen-Duiveland opgelegd tot een bedrag van € 1.258,22.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De gemachtigde heeft op 26 juli 2024 een nader stuk ingediend en daarbij een rapport overgelegd van [taxateur 1] (zie overweging 5.5).
De rechtbank heeft het beroep op 7 augustus 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen belanghebbende en zijn gemachtigde en namens de heffingsambtenaar [naam 2] en [taxateur 2] .