Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6326, 23/11178
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-09-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6326, 23/11178
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 september 2024
- Datum publicatie
- 20 september 2024
- Zaaknummer
- 23/11178
- Relevante informatie
- Art. 40 WOZ
Inhoudsindicatie
toezendplicht, waarde niet meer in geschil
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/11178
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
(gemachtigde: [naam 1] van [bedrijf 1] / [bedrijf 2] ),
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant, gemeente Breda.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 oktober 2023.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 31 maart 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 437.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 31 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van belanghebbende, [naam 2] , verbonden aan [bedrijf 2] . Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam 3] en [taxateur] .