Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6803, 23/12070
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6803, 23/12070
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2024
- Datum publicatie
- 14 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/12070
- Relevante informatie
- Art. 17 WOZ, Art. 24 WOZ, Art. 30 WOZ, Art. 8:42 Awb
Inhoudsindicatie
WOZ-woning
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/12070
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 9 november 2023.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 26 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 vastgesteld op € 292.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft op 21 maart 2024 gereageerd op het beroep met een verweerschrift. Op 27 augustus 2024 heeft de heffingsambtenaar een aanvulling van het verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2024 op zitting behandeld. Namens belanghebbende heeft diens gemachtigde deelgenomen aan de zitting. Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen: [naam] en [taxateur] .