Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6961, BRE 22/346
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6961, BRE 22/346
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2024
- Datum publicatie
- 18 oktober 2024
- Zaaknummer
- BRE 22/346
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 30a Wet WOZ, Art. 4 Uitv.reg. Wet WOZ, Art. 11 lid 1 onderdeel b Wet OB 1968
Inhoudsindicatie
WOZ-waarde uitvaartcentrum. Gebruik taxatiewijzer en de enkele verwijzing van belanghebbende naar ECLI:NL:PHR:2023:1012 is in dit geval geen reden om de taxatie van de heffingsambtenaar terzijde te schuiven. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat bij de waardeberekening moet worden uitgegaan van de bedragen uit de Taxatiewijzers inclusief omzetbelasting. Ook heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat geen aanleiding bestaat voor een extra afschrijving voor functionele veroudering. De heffingsambtenaar heeft de beschikte waarde aannemelijk gemaakt ook zonder dat zijn keuzes in de waardeberekening worden gevolgd. De door belanghebbende berekende waarde is, zonder de door belanghebbende toegepaste correctie voor functionele veroudering hoger dan de beschikte waarde. Belanghebbende heeft dus geen belang bij de overige (impliciete) beroepsgronden. Beroep ongegrond, wel vergoeding van immateriële schade van € 50 per tijdvak.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/346
[belanghebbende] B.V., uit [plaats 1] , belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde] , verbonden aan [bedrijf] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar,
en