Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8129, C/02/426470 / KG ZA 24-437

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 31-10-2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8129, C/02/426470 / KG ZA 24-437

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
31 oktober 2024
Datum publicatie
3 december 2024
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:8129
Zaaknummer
C/02/426470 / KG ZA 24-437

Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Geen abnormaal lage inschrijving, wel beroepsfout door niet te voldoen aan dwingende verplichting om jaarrekeningen (tijdig) te publiceren.

Intrekking gunningsvoornemen.

Uitspraak

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/426470 / KG ZA 24-437

Vonnis in kort geding van 31 oktober 2024

in de zaak van

VAKUTRANS B.V,

te Helvoirt,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: Vakutrans,

advocaten: mr. M.A.G. Slots en mr. D.F. Linnartz,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon WATERSCHAP DE DOMMEL,

te Boxtel,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,,

hierna te noemen: Waterschap De Dommel,,

advocatent mr. J.P.M. van Beers en mr. R. Smit,

en

[B.V.] ,

te [plaats] ,

eiseres in het incident,

verwerende partij in de hoofdzaak,

hierna te noemen: [B.V.] ,

advocaat: mr. J. Haest.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 september 2024,

- de akte overlegging producties 1 t/m 18 van Vakutrans,

- de akte overlegging producties 19 t/m 24 van Vakutrans,

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van [B.V.] ,

- de productie 25 van de zijde van [B.V.] ,

- de conclusie van antwoord van Waterschap De Dommel,

- de mondelinge behandeling van 10 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van Vakutrans,- de pleitnota van Waterschap De Dommel,

- de pleitnota van [B.V.] .

2 De feiten

2.1.

Op 21 februari 2024 hebben Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas en Waterschap Brabantse Delta gezamenlijk de Europese openbare aanbesteding “Slibtransport Brabantse Waterschappen” gepubliceerd. Waterschap Brabantse Delta is de penvoerder.

2.2.

De opdracht is verdeeld in drie percelen, voor elk waterschap een perceel, waarvan perceel 3 betrekking heeft op Waterschap De Dommel.

2.3.

In het aanbestedingsdocument is bepaald dat de opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de Economisch Meest Voordelige Inschrijving op basis van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitverhouding.

2.4

Vakutrans en [B.V.] hebben elk ingeschreven op de drie percelen. Op 23 mei 2024 heeft Waterschap Brabantse Delta namens de drie waterschappen aan Vakutrans medegedeeld dat het voornemen is de drie percelen aan [B.V.] te gunnen, omdat haar inschrijvingen als economisch meest voordelige inschrijvingen zijn geselecteerd en [B.V.] met toepassing van de systematiek zoals beschreven in de aanbestedingsleidraad het hoogst aantal punten heeft behaald.

2.5.

Vakutrans heeft op 30 mei 2024 bezwaar gemaakt tegen de voorlopige gunningsbeslissingen en zij heeft verzocht deze te heroverwegen, kort samengevat, omdat zij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat [B.V.] met abnormaal lage prijzen heeft ingeschreven en [B.V.] niet heeft voldaan aan de dwingende verplichting haar jaarrekening(en) tijdig te publiceren. Vakutrans heeft gevraagd om onderzoek te doen naar de abnormaal lage prijzen van [B.V.] .

2.6.

Waterschap Aa en Maas en Waterschap Brabantse Delta hebben Vakutrans bij brief van 22 augustus 2024 bericht dat zij hebben besloten tot herbeoordeling van alle op perceel 1 en perceel 2 gedane inschrijvingen, wat ook betekent dat de gunningsbeslissingen met betrekking tot deze percelen zijn ingetrokken. Het onderhavige geschil heeft daarom alleen betrekking op perceel 3.

2.7.

Waterschap De Dommel heeft op 4 september 2024 aan Vakutrans bericht dat de bezwaren worden afgewezen en dat zij het voornemen handhaaft om de opdracht voor perceel 3 aan [B.V.] te gunnen.

2.8

Vakutrans heeft daarna dit kort geding aanhangig gemaakt. In de artikelen 2.9.3 en 2.9.3.1 van de aanbestedingsleidraad is bepaald dat indien de inschrijver het niet eens is met de gunningsbeslissing, hij tegen deze beslissing beroep kan instellen bij deze rechtbank. Binnen de vervaltermijn van 20 dagen moet een kort geding aanhangig worden gemaakt bij de voorzieningenrechter.

3 Het geschil en de beoordeling in het incident

3.1

[B.V.] heeft bij incidentele conclusie primair gevorderd om in de procedure tussen te komen. Vakutrans en Waterschap De Dommel hebben medegedeeld hiertegen geen bezwaar te hebben. De voorzieningenrechter heeft de gevorderde tussenkomst mondeling toegestaan en daarbij het volgende overwogen.

3.2.

[B.V.] stelt dat zij om te worden toegelaten als tussenkomende partij geen zelfstandige vordering hoeft in te stellen.

3.3.

Uit de arresten van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:1086) en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:1490) volgt dat een partij op de voet van artikel 217 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in een aanhangig geding kan vorderen tussen te komen als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

- zij stelt een eigen vordering in tegen een of meerdere partijen;

- zij heeft voldoende belang zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij in de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden.

Daarnaast geldt dat toewijzing van een vordering tot tussenkomst niet in strijd mag zijn met de goede procesorde (ECLI:NL:HR:2014:768).

3.4.

Anders dan [B.V.] stelt, maakt deze jurisprudentie duidelijk dat voor tussenkomst vereist is dat een eigen vordering wordt ingesteld. Die is door [B.V.] voorwaardelijk geformuleerd, en de voorwaarde is vervuld, zodat zij een zelfstandige vordering heeft ingesteld. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat [B.V.] voldoende belang heeft bij haar vordering. Als de vordering van Vakutrans wordt toegewezen loopt [B.V.] het risico haar huidige positie als winnende inschrijver te verliezen. De vordering tot tussenkomst is daarnaast niet in strijd met de goede procesorde. De voorzieningenrechter zal [B.V.] dan ook toelaten als tussenkomende partij.

3.5

De kosten in het incident worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 Het geschil in de hoofdzaak

5 De standpunten van partijen

6 De beoordeling

7 De beslissing